De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voor Jong en Oud.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Jong en Oud.

4 minuten leestijd

De eerste Hage-Preek.

(Slot.)

Zij die uren er voor geloopen hadden en de gevaren van de Inquisitie hadden getrotseerd, zij rekenden niet vittend uit of de preek niet misschien wat te lang was, noch of het eigenlijk niet te warm was om te luisteren. Zij hongerden naar de Waarheid en waren gekomen om het Woord. En zij hoorden de Waarheid, zij hoorden Gods Woord uur na uur. De kleine, tengere man, van wien men haast zou zeggen, dat hij moest smelten onder de brandende zonnestralen, bleef spreken met een ijver en een vuur, als het gewicht van het onderwerp en de ernst der tijden vorderden.

Toen hij eindelijk in het gebed ging en voor allen zonder onderscheid bad — voor de schare, voor hun vrienden, voor hun vijanden; voor de regeering, welke hen had vervolgd; voor den koning, die zijn aangezicht in toorn tegen hen gekeerd had, was er niemand, wiens oogen niet vochtig werden.

Wat was er een aanloopen op Gods genadetroon. Wat was er een aangrijpen van den Heere in Zijn beloften en toezeggingen aan Zijn Sion gedaan. Wat werd gebeden, om de tortelduif Christi niet over te geven aan het wild gediert. Wat werd gesmeekt om getrouw makende genade voor allen die werden gehaat en gesmaad en vervolgd om des geloofs wille ! Aller ziele smolt samen en de Heere was in het midden!

Deze samenkomst, de eerste Hage-preek bij Overveen, 21 Juli 1566, had bij de vier uur geduurd. Voor de menigte uiteenging werd bekend gemaakt, dat den volgenden dag, zijnde Maandag den 22en Juli, te negen ure daar ter plaatse door een anderen Predikant zou „geleerd" worden.

Toen trad Jan Arentszoon op, om voor een nog grootere schare te spreken over een gedeelte uit Psalm 118.

Het scheen in die dagen, dat de vrijheid, om God te mogen dienen naar zijn Woord, nu niet lang meer zou uitblijven.

Helaas! die verwachting zou zoo spoedig niet worden vervuld. Een bange lange strijd zou voorafgaan; maar in dien strijd zou de Heere in den Hemel toonen dat Hij op dit hoekje gronds in genade nederzag.

Binnen en buiten.

In huis zijn veel menschen dikwijls héél anders dan buiten het huis. Naar buiten vertoont de mensch zich niet zelden fraaier dan hij is. In z'n Zondagsche kleeren. Mooi, netjes, aantrekkelijk. En dan thuis in oude plunje, ongezellig, naargeestig.

Hoe zijn wij in ons huis, in den kring van de ónzen? . -

Er is oorzaak om dat te vragen.

Want al die „lieve" menschen, die ge buitenshuis ontmoet, zijn die binnenshuis ook zoo lief?

Al die beleefde menschen buitenshuis, zijn zij die binnenshuis ook zoo voorkomend en vriendelijk ?

Al die hulpvaardige menschen, die voor een ander niets te veel achten om te doen, zijn zij voor de huisgenooten ook zoo hulpvaardig en onvermoeid om bij te staan?

Die troosters van anderen, troosten ze thuis ook ?

Die zachtmoedigen, verdraagzamen in den vriendenkring, zijn ze voor vrouw en kinderen en broers en zusters óok zoo zachtmoedig en verdraagzaam?

Onze Zondagsche kleeren voor buitenshuis en ons weeksche pakje uitsluitend voor binnen, dat gaat toch niet. En nog minder gaat het, dat wij ons lief en goed en aardig voordoen jegens vreemden en ons eigen vleesch en bloed, onze naaste betrekkingen al de onaangenaamheden van onze humeurigheid, en van onze lichtgeraaktheid, van onze heerschzucht, vitzucht, bedilzucht laten gevoelen.

Hoe dikwijls moet het niet geviaigd worden: mopperde straks die vriendelijke man niet bitter? En die zachte vrouw, was dat zooeven in haar huis geen kat?

Die zachtmoedige man, is die thuis geen tiran? Die charmante vrouw, is die thuis niet onverdraaglijk lastig?

Jammer, als het zoo is.

Al de onaangenaamheden van onze karakterzonden, waarmee we dagelijks te strijden hebben, te geven aan degenen, die ons het meest lief zijn en onze lieve eigenschappen weg te schenken aan vreemden, is recht goddeloos.

Laat er liever gezegd kunnen worden: „zoo lief als moeder thuis is, is zij nergens", of: „zoo gezellig als vader thuis is, is hij nergens."

Dat is nog wel zoo'n mooie spreuk als die bekende: „zooals het klokje thuis tikt, zoo tikt het nergens."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Voor Jong en Oud.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's