Ingezonden.
WEESP, 2 Nov. 1911.
Aan de Redactie van ide Waarheidsvriend.
Alhoewel geen schrijver van beroep, zoo wil ik toch gaarne het onderstaande onder Uw aandacht brengen.
Voor eenige dagen gingen twee mijner vrienden en ik' naar een zeker Predikant, ten einde te spreken over eenige toeibereidselen voor het a.s. Kerstfeest, dat wij op onze Zondagsschool hopen te vieren.
Toen die zaken achtereenvolgens waren afgehandeld, kreeg het gesprek een ander verloop, o.a. vertelde ons de predikant zijn vroegeren levensloop en wederwaardigheden. Met gespannen aandacht volgden wij den dominé en kwamen geheel onder den indruk van het gehoorde. Vervolgens kregen wij het over het Jongelings-en vereenigingsleven, wat de dominé daarvoor alzoo geweest was; totdat ons gesprek ook kwam over den Gereformeerden Bond tot verbreiding en verdediging van de waarheid in de Ned. Hervormde (Gereformeerde) Kerk.
Ik vroeg aan den predikant of hij eenige medewerkers van dien Bond kende, zooals Ds. van Grieken, Ds. Jongebreur enz. Nu, Dominé kende er wel enkelen van, doch niet allen. Doch, zeide hij, dat zijn menschen die de Kerk in rep en roer brengen; die menschen die willen zelf de reformatie ter hand nemen, zulks doende in eigengerechtigheid en eigen kracht.
Nu, , ik moet u eerlijk zeggen, dat ik vreemd op mijn neus keek, zulks uit den mond van een Gereformeerd leeraar onzer Kerk te vernemen. - Van daar dat ik niet zwijgen kon en den predikant antwoordde, dat hij zulks, naar mijne meening, geheel mis had. Verder deelde ik mede, dat 2 onzer geregeld "de Waarheidsvriend" lezen, maar nog nooit den indruk hadden gekregen, dat de Geref. Bond in eigen gerechtigheid of eigen kracht de reformatie ter hand wilde nemen, juist het tegendeel. Dat het streven was de gereformeerde beginselen meer en meer in onze Herv. Kerk bekend te maken en te verdedigen tegenover alle leugenleer. Benevens door middel van een leerstoelfonds een Gereformeerden Hoogleeraar aan de Rijksuniversiteit te plaatsen, om zoo doende degenen die daar kwam studeeren, in de waarheid naar Gods Woord te onderwijzen.
Doch Dominé's antwoord was in dien geest, dat hij het beter wist dan ik, wat ik, zooveel jonger zijnde, verder overgaf.
Vervolgens beweerde de predikant, dat wij niet genoeg hadden aan een stukje, wij moesten de geheele Rijksuniversiteit hebben, zoowel te Utrecht als die te Leiden. Toen dan Dominé uitgesproken was, drukte hij ons nog eens goed op het hart, dat de mensch niet kan reformeeren, dat kan alleen God. Wij moeten eerst ons zelf leeren kennen, als voor God liggende als arme zondaars, iets wat wij toestemden. Kortom de Predikant was het met den Gereformeerden Bond en haar beginsel niet eens en gaf zooveel te kennen, dat zij zelf willen werken en alzoo het werk uit de hand Gods uitnemen.
Ik kan nu verder alles niet meer zeggen, wat wij daar besproken hebben, maar wij hebben alles al wandelend nog eens verhandeld en toen ik mij ter ruste had begeven was de slaap uit mijn oogen geweken. Als ik als agent voor dien Bond eens aan het werk was voor iets dat niet goed was en wat God niet wil, wat dan.? En juist daarom, omdat ik weer de winteravonden wilde gebruiken om lezers te te winnen voor »de Waarheidsvriend«, heeft het gesprokene indruk op mij gemaakt, nu niet wetende wat nu in dezen te doen. Het mocht zelfs zoover komen, dat ik in het middernachtelijk uur den Heere aanriep, of Hij mij in deze zaak meer licht wilde schenken en mij wilde bekend maken welken weg ik moest inslaan. En ten slotte werden mijn gedachten bepaald bij hetgeen Gamaliel, de leeraar der wet eenmaal heeft gesproken: indien dit werk uit menschen is, zal het verbroken worden, maar indien het uit God is, zoo kunnen wij dit niet breken en laat ons onszelf dan wachten er tegen te strijden, opdat wij niet bevonden worden tegen God te strijden.
Mijnheer de Redacteur, het is allerminst mijn bedoeling geweest iets van een predikant te zeggen. Ik acht den predikant, dien wij bezochten, véél te hoog daarvoor. Doch mijn schrijven doelt hierop, dat er zeker nog vele predikanten in de Ned. Herv. Kerk zullen wezen, die hetzelfde denken en zeggen. En niet minder zullen er dan leden van den Geref. Bond en vrienden van ons Bondsblad zijn, die dan niet precies weten, wat zij moeten antwoorden en wat zij moeten doen.
Daarom hoop ik, dat Uw antwoord velen tot helderheid en beslistheid mag brengen.
Dat des Heeren zegen op het antwoord moge rusten.
U beleefd dankend voor uwe moeite verblijf ik uw vriend
J. W. B.
Ons antwoord willen we, wegens de beperktheid onzer plaatsruimte, D, V. bewaren tot de volgende week.
DE HOOFDREDACTEUR.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's