De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onze Belijdenis.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze Belijdenis.

7 minuten leestijd

Art. 6b. Hetgeen bijgevoegd is tot de historie van Esther, het gebed der drie mannen in het vuur, de historie van Suzanna, van het beeld van Bel en den Draak, het gebed van Manasse en de twee boeken der Maccabeën. Dewelke de Kerk wel lezen mag en daaruit ook onderwijzingen nemen, voor zooveel als zij overeenstemmen met de Kanonieke Boeken; maar zij hebben zulk een kracht en vermogen niet dat men door eenig getuigenis van dien eenig stuk des geloofs of der Christelijke religie moge bevestigen: zoover is het vandaar dat ze de authoriteil van de andere heilige Boeken zouden verminderen.

XXXI.

Hetgeen bijgevoegd is tot de historie van Esther. Zooals de naam reeds aangeeft is dat boek een aanhangsel van het boek Esther dat tot de kanonieke boeken behoort. Althans dat wil het zijn, maar inderdaad bevat het allerlei verhalen die hier en daar in de geschiedenis van Esther kunnen ingevoegd worden. Het is dus meer een tusschenvoegsel dan een aanhangsel van Esther, maar hetgeen ingevoegd wordt, komt telkens met de werkelijke historie van Esther in strijd, waardoor dat aanhangsel natuurlijk zichzelf geoordeeld heeft.

Het gebed der drie mannen in het vuur is een toevoegsel tot de geschiedenis die ons verhaald wordt in Daniël. 8. In dat boek wordt weergegeven het gebed dat Azarja, een der drie jongelingen, in den oven des vuurs zou hebben opgezonden en het gezang dat de drie vrienden daarna 'gezamenlijk zouden hebben aangeheven.

De historie van Suzanna bedoelt eveneens een aanhangsel van het boek Daniël te zijn. Daarin wordt verhaald van een schoone vrouw die van echtbreuk wordt beschuldigd, maar wier onschuld door Daniël aan het licht wordt gebracht en die daarna door Daniël uit de hand van twee goddelooze rechters wordt bevrijd.

De historie van het beeld van Bel en den Draak wil, evenals de beide vorige, ook een aanhangsel van het kanonieke boek Daniël zijn. In het eerste toont Daniël aan hoe de priesters van den afgod Bel het volk bedriegen en in het tweede beschrijft hij hoe hij te Babel een draak heeft gedood, hetgeen de oorzaak zou geweest zijn waarom hij in den leeuwenkuil geworpen werd. Dit laatste is natuurlijk in strijd met de werkelijke reden waarom Daniël in den leeuwenkuil kwam.

Het gebed van Manasse is een boek waarin ons bewaard zou zijn de bede waarmee Manasse, de bekende koning van Juda, in den kerker te Babel volgens 2 Kronieken 33:12 en 13 den Heere heeft aangeroepen. In de Septuagint (de vertaling der zeventig) is hèt als een boetpsalm bij de Psalmen gevoegd.

De twee boeken der Maccabeën zijn de eerste twee van vier boeken die dezen naam dragen. De laatste twee zijn echter door alle Kerken als onecht verworpen en alleen aan de eerste twee heeft men nog 'n plaats onder de apocriefe boeken verleend. Zooals de naam reeds aangeeft, wordt ons in deze twee boeken de geschiedenis verhaald van de Maccabeën, de zonen van den priester Mattathias, die algemeen bekend zijn om de dappere en moedige daden, die zij onder de Syrische overheersching ten behoeve van Israels volk hebben verricht. In het eerste boek worden de gruwelen verhaald die door den Syrischen koning Antiochus Epiphanes bedreven zijn, alsmede het verzet van Mattathias en zijne zonen dat ten slotte met de afwerping van het Syrische juk en het hoogepriesterschap van Johannes Hyrkanus werd bekroond. In het tweede boek wordt eerst ongeveer hetzelfde verhaald als in het eerste en daarna wordt een beschrijving gegeven van de tempelontheiliging door Seleucus Filopater. Na deze ontheiliging moest de tempel weer gewijd en geheiligd worden en het is dan ook vooral met het oog op het feest der tempelwijding dat dit boek schijnt geschreven te zijn. In beide boeken der Maccabeën worden echter verschillende onjuistheden en tegenstrijdigheden aangetroffen. Zoo wordt in 1 Macc. 6:16 verhaald dat Antiochus Epiphanes op zijn bed gestorven is, in 2 Macc. 1 : 16 wordt gezegd dat deze koning door de priesters van den tempel van Diana gesteenigd en in stukken gehouwen is, terwijl het in 2 Macc. 9 : 5—28 wordt voorgesteld dat hij, komende uit Perzie, in 't gebergte van den wagen is gevallen en aldaar aan een ongeneeselijke kwaal in zijn ingewanden bezweken zou zijn.

En zoo is het niet slechts met de boeken der Maccabeën, maar in al de apokriefe boeken komen telkens verhalen voor die niet slechts met elkaar in tegenspraak zijn, maar waarvan de strekking ook in strijd is mèt hetgeen ons in Gods Woord wordt geleerd. Zoo wordt in 4 Ezra 4:41 geleerd dat de zielen der gestorvenen in vertrekken of cellen onder de aarde worden bewaard; in Judith 9:2, 3 wordt de moord, die eenmaal door Simeon en Levi op de burgers van Sichem begaan werd, geprezen; in het Boek der Wijsheid 8 : 19 wordt geleerd dat de mensch zonder erfzonde geboren wordt; in Jezus Sirach wordt de leer verkondigd dat men de geboden Gods, als men wil, houden kan en dat de zonden die men begaan heeft, verzoend kunnen worden door het eeren der ouden en door het doen van aalmoezen.

Bovendien worden in verschillende boeken o. m. in Tobias en 4 Ezra, zulke ongerijmde en vreemde dingen verhaald, dat wij ze gerust onder de fabelen mogen rangschikken.

Zeker — er komen verschillende dingen in voor die met de kanonieke boeken in overeenstemming zijn en deze mogen we, zooals in art. 6 onzer Belijdenis geleerd wordt, ook lezen en we mogen daar zelfs onderwijzing uit opnemen. Voor zoover ze niet met de waarheid van de kanonieke boeken in tegenspraak zijn, mogen deze boeken dus beschouwd worden op een lijn te staan met andere goede boeken en in dien zin is het vaak nuttig ze te lezen. Maar nooit mogen we er eenig stuk des geloofs of der Christelijke religie mee trachten te bevestigen. Nooit mogen we iets voor waar aannemen omdat het in de apocriefe boeken geschreven staat. Veel minder mag de authoriteit, het gezag der andere heilige boeken er door verduisterd worden.

Gods Woord, blijft het eenig richtsnoer waarnaar geloof en leven geregeld moet worden. En de apocriefe boeken kunnen om verschillende redenen niet tot het Woord des Heeren gerekend worden. Behalve de reeds genoemde reden dat zij vele onjuistheden bevatten en dat zij op verschillende plaatsen in strijd zijn met de leer der zaligheid, ons in de Heilige Schrift geopenbaard, zouden we ook hierop nog kunnen wijzen:

Ie. dat de Joodsche Kerk, aan welke toch volgens Romeinen 3 : 2 de woorden Gods waren tóebetrouwd, ze nooit in haren Kanon heeft opgenomen;

2e. dat de Heere Jezus, die zich tijdens Zijn omwandeling op aarde zoo dikwijls op. verschillende plaatsen van het Oude Testament heeft beroepen, de apocriefe boeken zelfs niet één enkele maal heeft genoemd, en dat evenzoo de apostelen in hun verschillende geschriften nooit een enkele plaats uit de apokriefe boeken hebben aangehaald;

terwijl 3e. ook de meeste Kerkvaders de verklaring hebben afgelegd dat de apokriefe boeken niet tot de Heilige Schrift gerekend mogen worden, een verklaring die op de concilies van Laodicea in 364 en van Constantinopel in 681 bevestigd is.

Eerst eeuwen daarna heeft op het concilie van Trente van 1545 tot 1563 de Roomsch-Katholieke Kerk ze weer in den Bijbel opgenomen en bijna allen bij de kanonieke boeken gevoegd.

Ook op de Synode van Dordrecht in 1618 en '19, waar het besluit tot een nieuwe vertaling van de Heilige Schrift genomen werd, is de vraag over het al of niet daarin opnemen van de apocriefe boeken ter sprake gekomen. Vele leden der Synode verklaarden zich tegen de opname ervan. Maar de meerderheid besloot ten slotte, om noodelooze ergernis te voorkomen, dat zij naast de kanonieke boeken een plaats zouden erlangen, maar dan zoo dat ze niet er tusschen maar geheel achter zouden komen te staan. Daardoor zou ieder aanstonds gevoelen dat zij toch niet tot den Kanon der Heilige Schrift behoorden. Vandaar dat in oude bijbeluitgaven de apokriefe boeken ook nog gevonden worden. In latere uitgaven van den Bijbel heeft men ze echter terecht weggelaten.

Wil men de apokriefe boeken dus lezen, er zijn afzonderlijke uitgaven waarin men ze zich kan verschaffen. Men bedenke echter bij het lezen dezer boeken steeds wel, dat het niet van de apocriefe, maar alleen van de kanonieke boeken geldt: „de opening Uwer woorden geeft licht, de eenvoudigen verstandig makende."

{Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Onze Belijdenis.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's