Hoogste recht.
Daar staat, gedaagd voor aller zielen Richter, een ziel, het hoofd met schulden overlaan, zeer zwaar geboeid om duizend' euveldaan, en nevens haar de Satan als betichter.
En dichter steeds, noodlottig dicht en dichter komt de ure, die haar 't vonnis doet verstaan; maar niemand treedt, met zooveel angst [begaan, daar rechtens tusschenbeide als schuld-[verlichter.
Ach, niemand ? ... Zie, daar treedt, vol [majesteit, een Man den Stoel van Gods gerichte nader.
Hij spreekt, de hand beschermend uitgebreid: — en siddrend vliedt de groote zielsverrader — „het is Uw wil, dat ik haar vrijgeleid; haar schuld delgde ik; hier is de kwijtbrief, Vader!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's