Esther's moed.
Alzoo zal ik tot den Koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkom, zoo kom ik om. Esth. 4: i6.
'k Heb al te lang aan Sions poort gewacht, den glans begluurd van 's Tempels gouden [tinnen en mij verbeeld hoe schoon het is daar binnen,
waar 't alles praalt in Koninklijke pracht.
Ach, al te lang! — Mijn arme ziel versmacht; de vrees weerhoudt; 't verlangen drijft; [mijn zinnen zijn gansch beroerd, — Heer', help mij d'angst [verwinnen;
geef heldenmoed, neen meer, geefhelden-[krachtI
Geen Kaïn's vrees houde eeuwig mij bevangen, maar Esther's moed beziel me, en zie, ik kom, — Wijk weifelmoed, weg wankelende gangen —
ik wil, ik moet in 't binnenst heiligdom mijn Koning zien, Hem zeggen mijn verlangen en — kom ik om, welaan, zoo kom ik om!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 november 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 november 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's