De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

12 minuten leestijd

„De zilveren koorde." v.

In een geheel valsche positie is de Overheid komen staan. Want zij heeft de Kerkelijke goederen van de Gereformeerde Kerk genomen, om die te administreeren en. daaruit dan te betalen in de onkosten van eeredienst enz. En inplaats dat zij de goederen bewaard heeft, heeft zij ze verzilverd en in de schatkist gestort. Terwijl zij in 1816 héél de inrichting en samenstelling van de Gereformeerde Kerk eigenmachtig heeft veranderd en heel de inrichting ongereformeerd gemaakt heeft, daarbij proclameerende, dat allen die met die ongereformeerde kerkinrichting genoegen namen tot de Gereformeerde Kerk van Nederland gerekend werden en dies volgens recht en aanspraak hadden op de gelden der Kerkelijke goederen, maar die zich aan het Koninklijk juk, dat gansch onrechtvaardig was opgelegd, onttrokken, die moesten publiek verklaren, dat zij afstand deden van de bezittingen der Gereformeerde Kerk. X

Hebt ge het nu ooit zoo onrechtvaardig gehoord? '

Het buigen voor de onrechtvaardige daad des Konings deed rechthebbende blijven, maar het niet-erkennen van die ongereformeerde handelwijze des Konings deed rechthebbende af worden!

Waarbij de Overheid nu nóg voortgaat, om Hervormden, Roomsehen, Remonstianten, Joden, enz. financieel te steunen, maar de Chr. Geref. gemeenten en „de Geref. Kerken" krijgen niets.

In Woerden b.v. krijgt een Remontrantsche gemeente, die niet bestaat, jaarlijks f 300 uit de schatkist. En de Geref. Kerk daar ter plaatse wordt beschouwd als voor de Overheid niet te bestaan. Dat zijn geen burgers van Nederland!

O! die Overheidsbemoeiing. Die machthebbers der wereld!

En dat wil men nu maar laten zitten. Zeker, men vindt het wel goed, dat ook „de Geref. Kerken" financieel gesteund zullen worden. In die verandering, zou, men wel genoegen willen nemen. ;Maar overigens moet het maar stil zoo blijven als het is.

De Overheid moet de kerkelijke goederen maar in de schatkist houden. De Overheid moet de Hervormde Kerk maar uitbetalingen doen; aan de Roomschén, de Remonstranten, de Joden maar financieëlen steun geven. En dan ook wat aan de Geref.. Kerken. Maar overigens moet men nu maar niet in deze zaak roeren, want.... de Hervormde Kerk komt dan in gevaar! Laat maar zitten. Dan behoudt de Herv. Kerk tenminste haar rechten..

Heerlijk! zo'n redeneering. De Overheid steunt een rnoderne gemeente, waar het Evangelie Gods verworpen wordt.

De Overheid steunt de Roomsche Kerk. De Overheid steunt de Joden. En nu durft de Hervormde-Kerk, nu durven de Gereformeerden in die Kerk, ze durven.-niet~te spreken, omdat de-Hervormde Kerk in gevaar is.

Krammen en lijmen en knoeien. Heerlijk! En dat in naam van de Vadérlandsche, Gereformeerde Kerk!

Neen, dan weet Rome anders te handelen. Toen dezelfde Koning Willem I, die de regeering en inrichting van onze Vadérlandsche Gereformeerde Kerk zoo geheel eigenmachtig heeft veranderd, ook zijn hand uitstrekte naar de kerkelijke zaken in de Koloniën, en met een enkel Kon. Besluit al de Protestanten in Ned. O. Indie tot éen kerkgenootschap wilde saambrengen — viel het den Koning niet mee, dat b.v. de Luthersche gemeente te Batavia daar geen lust in had. Maar hij brandde bepaald zijn vingers aan de Roomschén.

Zij duldden het niet, dat de Koning maar eigenmachtig bestaande kerkgenootschappen ging opheffen en de inrichting der genootschappen geheel onder Zijn bestuur bracht.

En was dan door een Kon. Besluit de verhouding van de Roomsche Kerk tot den staat geregeld, waarbij de pastoors door den Koning moesten worden benoemd, aanstonds hakte de Roomsche Kerk deze knoop door; want zelf ontsloeg zij een paar pastoors, om zelf met opzet een drietal anderen te kunnen benoemen en hoe de Regeering protesteerde, het einde was dat de Roomsche Kerk zelf de pastoors benoemen mocht en de Regeering zou de tractementen betalen!

Die overwinning heeft de Roomsche Kerk behaald, door. te zeggen: de Kerk moet Kerk blijven — én de Overheid moet haar handen thuis houden.

Terwijl de Protestantsche Kerk in Indië nog geheel onder het rechtstreeks bestuur der Koningin staat, waarbij de gemeente geen predikant mag beroepen, neen, de Koningin benoemt er een! Zoo echt overeenkomstig het karakter van de Christelijke Kerk!....

De Roomsche Kerk in Indie is dus geheel vrij en zelfstandig — gelijk ook in Nederland.

Maar de Protestantsche Kerk niet. Omdat men niet met kracht is opgetreden om de rechten der Kerk te verdedigen.

Een zwak protest. Een enkel woord van aanmerking.

Maar verder rust, zoete rust. Waarom het de Protestantsche Kerken ook „zoo goed gaat" ....

Ruste en warmte En de wonde is intusschen verwaarloosd. De temperatuur wijst op een koortshitte. Ernstige dingen kunnen elk oogenblik gebeuren... ( Wordt vervolgd.)

Utrecht.

Andermaal heeft men het te Utrecht geprobeerd, om een modern predikant te krijgen, in de Ned. Herv. Kerk. Maar andermaal is het mislukt.

1180 personen van vrijzinnige beginselen hadden een adres gericht aan den kerkeraad om de 13de predikantsplaats te doen vervullen door een predikant van moderne richting. Maar de kerkeraad heeft geantwoord, dat hij niet te rekenen heeft met alle mogelijke godsdienstige overtuigingen, maar alleen te vragen heeft of het Woord en de Sacramenten zoó bediend worden, dat het geloof der gemeente gericht wordt op de offerande van Jezus Christus aan het kruis, als op den eenigen grond onzer zaligheid.

Dat is een kloek antwoord. Er kunnen wel duizend richtingen komen, die van duizend en meer verschillende „godsdienstige beginselen" getuigenis afleggen, maar die richtingen, die de offerande van Jezus Christus aan het kruis verachten en de schuldovememende gerechtigheid van den Borg als niets achten, weten niet wat de ware behoefte des harten is en behooren niet in onze Herv. (Geref.) Kerk thuis.

En het valsche in onze Herv. Kerk is nu maar, dat men het bij de eene gelegenheid zegt, maar bij de andere gelegenheid niet.

Waarom geldt het niet bij alles in onze Herv. (Geref.) Kerk?

Laat men het toch als éen man gaan uitspreken, want men laat moderne menschen rustig in de Kerk voortleven, men heeft gelegenheid om te laten doopen, om belijdenis af te leggen, om proponents-examen te doen, om als predikant bevestigd te worden, enz., enz. Alleen zoo'n héél, héel enkel keertje als een Kerkeraad de macht in handen heeft, wordt het eens uitgesproken: die de offerande van Jezus Christus niet erkennen als den eenigen grond ter zaligheid, die behooren in onze Herv. Kerk niet thuis.

Want ze behooren tot onze Herv. Kerk — maar dan moeten ze óok een dominé hebben. . Of ze behooren niet tot onze Herv. Kerk — maar dan mag men het er zóo niet bij laten zitten.

Recht is recht. En nooit mag het straffeloos worden toegelaten dat prediking, sacramèntsbedieuing, catechisatie, enz., ënz. gebruikt wordt om de ofierande van Jezus Christus te vervangen door iets des menschen.

Vroeger noemden onze Vaderen dat: vervloekte afgoderij.

In Rome's Kerk. Maar ook bij de modernen is dat zoo. Voor Christus' offerande komt de deugd van den rijken jongeling. Zonder bloedstorting verzoening. Omdat er geen zonde meer is.

Hoe lang zal dat duren in onze Herv. (Geref.) Kerk?

De Volkskerk. .

God spot met onze groote woorden, met onze bombastische zinnen. We hebben ons al zoo lang opgeblazen, 't moet ook eindelijk barsten.

't Wias een windbuil, en éen speldenprik deed de grootheid slinken tot een armelijke verschrompelde massa.

Door een eenvoudig middel heeft God gesproken.

Door de laatste 10 jaarlij ksche volkstelling. En wat we allang wisten, maar steeds niet wilden gelooven. Wat we jaren achtereen vermoedden, maar altijd weer wegmoffelden, heeft de Heere nu zwart op wit gezet en laat Hij ons nu zien en moeten wij nu hardop voorlezen, ten aanhoore van héél ons volk.

Ja — lees het maar voor, dat het volk ontvalt aan de Kerk, die diit volk wilde vergaderen!

Lees het maar voor, dat in Amsterdam maar 85 van de 100 menschen tot onze Ned. Herv. Kerk behooren; en in den Haag 42 van de 100, in Utrecht 47 van de 100 en dat het in Rotterdam, waar in de laatste jaren zooveel personen van buiten bijgerekend zijn geworden, dat het daar nog net 52 van de 100 halen kan.

Da's nu onze Volks-Kerk! Terwijl dan van haar leden nog duizenden moeten afgetrokken worden, die zich nooit met de Kerk bemoeien, die zich nergens om bekommeren, doch uit sleur, of om reden van fatsoen, of-om oorzaak van bedeeling niet. willen onttrekken.

Wat treurige werkelijkheid, terwijl zij zoo gewoon zijn, om zoo'n hooge borst op te zetten en zonder blikken of blozen maar voortgaan, om altijd zoo te redeneeren, alsof er eigenlijk in Nederland maar éen Kerk is n.l. de Ned. Hervormde.

Zal ons dat wat leeren? Zullen de slagen, die de Heere ons toedient wat uitwerken ?

Zullen we onszelf leeren onderzoeken en zullen we vragen waar de oorzaak ligt, dat de Kerk, die als leidsvrouwe van het volk moest optreden, door het volk veracht wordt?

De Heere zegt het ons zoo duidelijk. Omdat gij Mij verlaten hebt en Mijn Woord verworpen, spreekt de Heere, daarom heb Ik ook U verlaten en verworpen!

Omdat de Kerk een waggelenden gang gaat, wordt ze veracht. Omdat de Kerk leugen en waarheid spreekt, keert men haar den rug toe.

En o! dan zit men nog maar altijd te praten, om toch maar een breede plaats te behouden!

Ach, arme, laat ons eens terugkeeren tot de oude beproefde paden en laat men het weer eens durven wagen met God!,

Onze Herv. Kerk worde weer de Gereformeerde Kerk, - die den Heere erkenne als Rechter, Wetgever en Koning.

Dan staat er: Hij zal haar behouden. En door haar zal ons volk gezegend worden. Maar nu, nu wordt de moeder door haar eigen kinderen verlaten.

Nochthans spreekt de Heere. Ik heb u den scheidsbrief nog niet gegeven, maar keer weder tot de Wet en tot de Getuigenis.

Een ander redmiddel is er niet. En men moest er nu ook niet over-praten. Want alles: parochiestelsel, sociale prediking, wijkarbeid, enz., enz., wordt krachteloos gemaakt door de leugen-en waarheidlsleer, welke onze kerk duldt en beschermt.

Er is geen vaste weg dien de Kerk betreedt. En waar de een voor werkt, wordt door den ander afgebroken.

Waarvoor de eene partij ijvert, wordt door de andere veroordeeld.

Alles de schuld hiervan, omdat de Kerk geen kleur wil, bekennen.

Daarom roept de Heere andermaal: Keer weder tot Mij. Tot de wet en tot de getuigenis. Anders blijft het altijd nacht.

Gereformeerde Zendingsbond.

Wij zijn in staat gesteld aan onze lezers te kunnen mededeelen, dat onze' Gereformeerde Zendingsbond spoedig een zendeling zal uitzenden naar Indië.

Reeds lang was er plan om een leerling van de Rotterd. Zendingsschool over te nemen en deze dan voor rekening van den Geref. Zendingsbond als zendeling naar onze Koloniën te zenden.

Dat plan is nu in zooverre volvoerd, dat de heer Van de Loosdrecht, uit Veenendaal, examen gedaan heeft als. zendeling en hulpprediker en nu geheel voor rekening is gekomen van den Geref. Zendingsbond. ^

Nu gaat het nog om de uitzending. En ook dit zal spoedig volgen en wel naar het Zuiden van Midden-Celebes.

De bedoeling is om tegelijk met dezen zendeling eèn onderwijzer uit te zenden, waarvoor reeds een oproeping in de bladen is geplaatst.

Dat wij ons over den gang van zaken in deze hartelijk verblijden, zal men gemakkelijk begrijpen, gelijk we ons overtuigd houden, dat al de lezers van „de Waarheidsvriend" deze mededeeling met vreugd zullen lezen.

Ruste de zegen des Heeren in ruime mate op deze plannen, opdat ze mogen eindigen in de eere des Heeren die groot is van majesteit en te prijzen tot in eeuwigheid.

Predikantsweduwen.

Hoe staat het met de predikantsweduwen in onze Herv. Kerk? Krijgen die pensioen? Zorgt de Staat daarvoor? Zorgt de Kerk daarvoor ?

Zijn die voor hun leven verzekerd van een behoorlijk inkomen ?

't Mag toch wel gevraagd worden, niet waar?

't Is toch iets, dat de Kerk van Christus belang moet inboezemen?

Onze Gereformeerde Vaderen hebben tenminste altijd gevoeld, dat het hier een alleszins belangrijke kwestie geldt en hebben zich in deze zaak altijd duidelijk uitgesproken.

Lees art. 13 van de Dordtsche Kerkeorde maar, waar voorgeschreven wordt, dat de Kerk, waar de dienaar des Woords gewerkt heeft, ook de weduwen en weezen der dienaren eerlijk in hun nooddruft verzorgen zal.

Onze Vaderen dorsten dus te spreken van de Kerk van Amsterdam, de Kerk van Rotterdam, de Kerk van Utrecht enz. enz.

Onze Vaderen wezen ook op de verplichtingen der plaatselijke gemeenten.

't Ging niet over het groote lichaam in zijn geheel bij deze kwestie.

't Ging over de roeping van de Kerken afzonderlijk. En de plaatselijke Kerk van Rotterdam b.v. moest de weduwen en weezen van Rotterdamsche predikanten eerlijk in hun nooddruft verzorgen.

Wat doet nu in onze Herv. Kerk de plaatselijke gemeente?

Niets. Men mag niet eens van „Kerken" spreken in de Ned. Herv. Kerk, dan is men niet gereformeerd.

En dan wordt alles in die groote doos gestopt, waarop staat: synodale fondsen!

De plaatselijke Kerken hebben geen verplichtingen meer. De heerlijke synodale saamhoorigheid heeft dat alles gedood.

't Gaat nu over synodale schijven! En men zou u wat vreemd aankijken, indien gij kwaamt zeggen, dat de plaatselijke gemeente verplichtingen had jegens de weduwe en de weezen van haar overleden predikant.

Neen hoor! dood is dood en ... vergeten! Maar de Staat zorgt er immers voor, zoo zegt men.

En dan is er nog de Synodale weduwenbeurs !

Dus .... de predikantweduwe behoeft geen gebrek te lijden ?

't Is waar, de Staat betaalt f 100 aan iedere predikantweduwe; f2 per week.

En dan is er nog de Synodale weduwenbeurs, die f170 aan iedere weduwe uitkeert; dus f8.40 per week.

Dus f5.40 ontvangt de dominésweduwe per week als tenminste de domine al de jaren f20 contributie betaald heeft en telkens bij wisseling van standplaats f20 gestort heeft, bij zijn laatste examen f25 heeft gegeven en bij zijn eerste bevestiging f 10.

Als de domine zélf dat alles trouw betaald heeft, ja, dan krijgt zijn vrouw na zijn dood f 3.40 per week uit het pensioenfonds!

Van den Staat f 100. Door eigen premiebetaling f170. Van de Kerk . .. niets!

Zou het geen tijd worden, dat we weer eens uit de gereformeerde beginselen gingen leven?

Dat, we weer eens gingen vragen naar de inzettingen Gods?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 november 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 november 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's