Uit de Pers.
Over de duurte. In „de Jongelingsbode" van Donderdag
9 Nov. lezen we: Er is in de kranten een nieuwe rubriek geopend. De duurte staat er boven, en er onder vindt ge allerlei berichten omtrent adressen en verzoekschriften van menschen, die naar hun meening bijzonder te lijden hebben van'de duurte der levensmiddelen, en deswege van hun patroons, of ook aan de publiekrechtelijke lichamen, bij welke zij in dienst zijn, verhooging van loon of bijslag op hun loon verzoeken. Ook vindt men er wel mededeelingen onder over goede patroons die dit hebben toegestaan, of van anderen, die daarvan niets weten willen, en deswege, meestal tenminste, gecritiseerd worden, althans in de krantjes van de belanghebbenden. Ook kan men er wel staatjes vinden van prijzen der levensmiddelen, van eenige jaren geleden en op dit oogenblik.
Ik vind die rubriek een bijzonder merkwaardige, volg met belangstelling wat over het onderwerp wordt te berde gebracht, en met bijzondere belangstelling al zulke mede deelingen als welke pogen een verklaring te geven van het verschijnsel der duurte. Maar tot nog toe ben ik er niet achter. De socialistische bladen weten het precies, maar dienaangaande ben ik nu eenmaal een beetje wantrouwend uitgevallen en blief ik hunne verzekeringen, alsmede die van den welbespraakten heer Duys, dat het kapitalisme ook van dezen nood de schuld draagt, niet zonder nadere bewijsvoering te gelooven. Deze heeren hebben al zoo vaak: De wolf, de wolf! geroepen, dat men ten slotte van hun noodkreten, die meest op loos alarm duiden, geen schrik meer bekomt: Trouwens, zulke al te gemakkelijke verklaringen voor een ingewikkeld verschijnsel als een algemeene stijging van de prijzen der levensmiddelen is, vallen allicht* onder de verdenking van niet geheel vertrouwbaar te zijn.
En de verklaringen, die andere menschen er voor hebben : de droogte van dezen zomer, de dreigende oorlogen en de reeds uitgebroken krijg tusschen Italië en Turkije, bevredigen mij al evenmin.
Wat ik dan voor de oorzaak houd ? Ik wilde dat ik het wist, en dat er menschen waren die het precies zeggen konden, want als de kwaal maar eenmaal herkend en de oorzaak opgespoord is, is de kans op genezing het grootst.
Maar er is niet veel kans dat iemand precies èn zeker die oorzaken aanwijst. Waarschijnlijk zijn er vele te zamen.
En verder:
„Onlangs -ook daarop heeft Prof. Fabius de aandacht gevestigd — stond in het blad van de Amsterdamsche gemeentewerklieden te lezen, dat de arbeidersklasse, in haar geheel blijkbaar, tot de armsten der armen moest worden gerekend. Maar in hetzelfde blad vond men de aankondiging eener tooneeluitvoering. Dertig cent entree en bal na. Dezer dagen stond ik in een onzer hoofdsteden op het achterbalcon van de tram met een arbeidersvrouw; de kleeren hingen haar langs het lijf, slordig en gescheurd. Ze had anderhalf uur gewacht voor een schouwburg, vertelde ze den conducteur, om een biljet te koopen voor de opvoering van De twee weezen.
Al haar best deed ze, om den conducteur, een oud man, die zeide nog nooit in de komedie te zijn geweest, te beduiden hoe mooi het wel was. „Ik zal er wel nooit komen, " zeide de oude man. „Je ziet komedie genoeg in de wereld, en dan kost het me geen cent."
„'t Kost maar veertig centen, m'n man en ik gaan d'r haast lederen Zondag heen, " zei de vrouw. „Je kan niet altijd thuis zitten of in een café . . . . "
Ik dacht: dat is, zeg maar 40 cent in de week, of twintig gulden ruim in een jaar. De toeslag, waarvoor velen nu in den duren tijd adressen schrijven, en de wereld op stelten zetten!
En zie eens in onze groote steden hoe de pretgelegenheden bezocht zijn! De Bioscopen verrijzen bij tientallen in de centra der bevolking. En wie er komen ? De kwartjesmenschen vooral. Zoolang ik die theatertjes nog zoo vol en telkens nieuwe openen zie geloof ik niet aan den nood van den duren tijd."
Nog eens „de duurte"
„Onze Courant" schryft:
„Wie onder ons volk zijn oor te luisteren legt, wéét hoe algemeen verbreid de meening is, dat er van de algemeene duurte misbruik wordt gemaakt.
Door onnoodige prijsverhooging. Door opkoopen in 't groot. Door allerlei speculaties.
Wat alles ten gevolge heeft, dat de „dure tijden" mee gebruikt worden, om de centen uit de kleine zakken in de groote te laten overspringen.
, Zoo denkt en spreekt men.
Af en toe, in een ingezonden stuk, komt deze klacht tot uiting.
De aardappelen, zegt men b.v. gaven een gewas als schier nooit te voren en toch staan ze hoog, worden nog doorgaans hóoger.
Uitvoer naar 't buitenland .... Ja, die zal er wel wat aan doen. Maar gezegd en geschreven wordt, dat in verschillende streken opkoopers ze bij duizenden mudden tegelijk inslaan, zoo de markt dwingen en dan met groote winst verkoopen.
Zoo gaat het ook, zegt men, met andere consumptie-artikelen.
En zoo moet er dikwijls verhoogd worden in prijs, zonder eenige reden.
Olie, steenkolen, brood, aardappelen, eieren enz. — alles wordt tenslotte een voorwerp van speculatie.
Dit wordt een volkskanker. Geld mag geld verdienen, 't Is een maatschappelijke levenswet.
Maar er is een grens, die winst van woeker scheidt." Wij .zouden, ook deze laatste zaak, zoo gaarne met ernst willen voorleggen aan onze christelijke kooplui en handelsmannen. Want wij gelooven, dat ook voor hen groot gevaar dreigt.
En dan heusch niet alléén van kapitalisten. Maar ook voor menschen zonder kapitaal.
Om dan op goed geluk af als groote kooplui de markt te willen beheerschen, waarbij men ten slotte zelf weinig.of niets overhoudt — dikwijls alleen een faillissement.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's