Uit het kerkelijk leven.
„De zilveren koorde." VL
Eigenmachtig heeft de Overheid steeds gehandeld met de Kerkelijke goederen en met heel het Kerkelijk leven.
En wel kan men zeggen, wat het laatste betreft, dat hierin verandering gekomen is, daar de Kerk nu wat haar inwendig leven aangaat, in de regeling van alle zaken, geheel vrij en onafhankelijk is.
Maar de regeling van de Overheid inzake de financiën en de regeling van de Overheid inzake de synodale organisatie werkt op vreeselijke wijze na, waarom het méér dan tijd wordt om deze zaak toch onder de oogen te zien en publiekelijk te bespreken.
Waarom mag de Kerk haar eigen goed niet beheeren ? Is dat geen beleediging voor de Kerk?
Of zegt men misschien, dat het bij den Staat veiliger is, dan in de hand van de Kerk zelve? '
Maar dan heeft men al weinig crediet voor de Kerk. Dan staat het al heel treurig met het lichaam van Christus. Is er dan nog wel een Kerk?
Ziet, dat komt er van als men het te mooi wil maken. Men wilde die Hervormde Kerk eens groot, sierlijk, sterk maken.
En men heeft geen middel onbeproefd gelaten, om dat doel te bereiken. Kieskeurig was men niet in het uitdenken van de middelen en vreesachtig was men niet in het gebruiken daarvan.
En wat is het gevolg nu? Nooit heeft hel zoo treurig gestaan met de Herv.Kerk als juist nu.
't Is een opgeblazen teringlijderes, in wie de doodelijke bacillen woelen en werken, om alle levenskrachten te verteren.
Alleen met allerlei kunstmiddelen kan zij nog wat op de been gehouden worden.
En dat is nu de plantinge Gods. Dat is nu ons vaderlijk erfgoed.
Dat is nu de Kerk van ons land en van ons volk. Door ónze zonde alzoo geworden!
Waarom wij over deze zaak behooren te treuren en met de Godsmannen der oude bedeeling ons hart moeten zetten op deze droeve zaak, uitsprekende, dat de Heere onze Kerk nog niet heeft verlaten, maar dat Hij nu wacht op ons schuldbelijden, waartoe Hij met Zijn oordeelen en straffen wil opwekken, allen die voor Zijn Woord beven.
En neen, dan willen we niet met allerlei knoeierij de kerkelijke goederen in handen krijgen.
We willen opkomen voor het recht van onze Gereformeerde, Vaderlandsche Kerk.
We willen het uitspreken, dat de Overheid haar onrecht doet, door haar geld in de schatkist te houden en doot Remonstranten enz. te subsidieeren van het geld, dat aan de Gereformeerde Kerk toekomt.
Waarbij de Overheid van haar dwaalweg zal moeten terugkeeren.
De rechten der Gereformeerde Kerk zullen erkend moeten worden.
En daarin' dan de rechten der gemeenten. Gelijk de Heere Zelf de gemeenten formeert en onderhoudt.
Gelijk ook de Apostelen steeds zich tot de gemeenten hebben gericht met hun woord en met hun brieven.
. (Wordt vervolgd.)
De volkstelling en de Hervormde Kerk.
„Daar liggen drie groote, dikke boeken voor mij: de Bijdragen tot de Statistiek van Nederland, uitgegeven door het Centr. Bureau oor de Statistiek, No. 3, 32 en 154" — zoo begint Dr. Slotemaker de Bruine, Herv. pred. te Utrecht, een artikel in de „Stemmen voor Waarheid en Vrede."
De uitkomsten van de 10-jaarlijksche volkstellingen zijn hier opgegeven en verwerkt, speciaal met betrekking tot de kerkelijke gezindten.
Wie op de teekenen der tijden wil letten, zal naar deze cijfers moeten hooren. Die stomme cijfers zeggen zoo véél. Uit de cijfers is o. a. dit op te merken, dat er in bijna alle Kerken meer vrouwen dan mannen zijn. En onder degenen die tot geen kerkgenootschap behooren zijn meer mannen; 162, 000 mannen en 128, 000 vrouwen {saam 290000 (zijnde 1/20 van ons volk!)
De Roomschen gaan voortdurend percentsgewijze achteruit. In 1830 telden zij 39.0 %, in 1840 33.50/0, in 1900 35.2 0/0 en in 1910 35.00/0.
De voortdurende daling staat zeker onder den invloed van de gemengde huwelijken. De kinderen worden voor een groot deel protestant gedoopt. En dit zal zeker nog sterker worden, nu de Roomsche Kerk tegenover deze huwelijken al strenger wordt en aan zulke gezinnen al minder de kerkelijke voorrechten gunt.
Het verloop der cijfers in de grootste steden doet zien, dat van 1890 tot 1900 de Roomschen daar gestegen zijn. In de laatste periode 1900—1910 is de daling weer ingetreden.
De herderlijke trouw, die bij de Roomsche Kerk veel grooter is — en zijn kan — dan bij de Hervormden en de sociale actie, die bij de Roomschen beter georganiseerd is dan bij de Protestanten, is oorzaak dat de afval van Rome vertraagd wordt.
Maar teruggang treedt in.
Niet alleen de Roomsche Kerk slinkt. Ook het aantal Protestanten en het aantal Hervormden daalt.
De godsdienstloosheid neemt toe. In 10 jaar tijds een klimmen van degenen die tot geen kerkgenootschap behooren van 115, 000 op 290, 000. Dus van 2 0/0 op 5 0/0 der bevolking.
Zal onze Herv. Kerk wakker worden door het feit, dat zij in 1830 besloeg 59 70/0. in 1880 nog 55 0/0, thans in 1910 slechts 44 0/0 van ons volk?
En hoe staat het bizonderlijk in de groote steden ?
Slechts enkele naakte feiten. Alleen in Rotterdam beslaat de „volkskerk" nog de helft der bevolking (52 O/0) ; overigens zijn wij daar al beneden (Utrecht 47 0/0, Den Haag 42 0/0, Amsterdam 35 0/0).
Overal zijn wij het laatste tiental jaren achteruit gegaan; en niet weinig.
Utrecht met 4 0/0, Rotterdam met 4 0/0, Amsterdam met 6 O/0, Den Haag met bijna 7 O/0.
En het getal der kerkloozen is overal geklommen : Utrecht met 2.5 0/0, Rotterdam met 5.5 O/0, Amsterdam met 6 0/0, Den Haag met 7.5 0/0.
Wat het totaal-overzicht van ons volk aangaat, is op te merken, dat van de 100 O/0 tot de Roomschen behooren 35 0/0, Protestanten 56.9 O/0, Hervormden 44.2 0/0, Gereformeerden 9.3 0/0, Geen kerk 5 O/0.
Dr. Slotemaker de Bruine geeft als zijn meening te kennen dat drieërlei geschieden moet:
evangeliseeren Ouder de massa als tegenwerking tegen de ongeloofspropaganda;
trouwer herderlijk werk; welgemeende intense sociale arbeid. Om met een breede beschouwing te eindigen in zake hetgeen gedaan moet worden in de groote steden, door goede wijkverdeeling enz.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's