Allerlei.
Napoleons val.
Een groote menigte had zich verzameld in een van de vele bedehuizen te Moskou, 't Was in 't jaar 1812. Napoleon had half Europa onderworpen en onder zijn machtigen schepter bogen zich alle volken. Alleen Engeland weerstond hem nog, voor hem onaantastbaar door den gordel der zeeën, en dan Rusland nog, dat tot dusver uit de verte zijn daden had aanschouwd. Doch thans had de geweldige zich opgemaakt om ook Rusland aan te grijpen. Een leger van vijfhonderd duizend man bracht hij bijeen, dat hij met recht het Groote leger noemde, en met dat leger trok hij naar het Oosten waar schrik en ontsteltenis hem voorafgingen. Zou Rusland den aanval kunnen weerstaan van den veroveraar, die nog nimmer overwonnen was? Zou het geliefde vaderland voor hem moeten bukken?
Zoo vroeg de menigte zich af, die in het kerkgebouw verzameld was, en ze luisterde naar de vertroostende woorden van den priester, en ze stemde straks mee in, toen hij bad: „Heere Zebaoth, God der legerscharen-Gij, die Farao hebt verdronken in de Schelfzee en den trotschen Nebukadnezer hebt vernederd, aanschouw den hoogmoedige, die Napoleon heet; grijp hem aan met uw sterke hand, die hemel en aarde draagt; en verpletter hem, gelijk een pottebakkersvat verbroken wordt. De overwinning komt van U alleen: dan, o Heer, onzen keizer de overwinning en de vrede."
Dat gebed drong door tot Gods oor, maar het gerucht er van bereikte ook het oor van Napoleon. „Wat!" riep hij uit, „willen zij mij overwinnen met gebeden? "
„Tusschen mij en Alexander zal het zwaard beslissen, niet het gebed. Wij zullen eens zien, wat het sterkst is, mijn vijfhonderd duizend mannen of hun gebeden."
Napoleon drong tot Moskou door met zijn groote leger maar niet om daar zooals hij meende, aan den Russischen keizer den vrede voor te schrijven, maar om er zelf te schande te worden. Het vuur van Moskou's brand, en de koude van Ruslands winter vernietigden zijn groote macht en als een vluchteling keerde hij terug in Parijs. Eenige jaren volgden van geweldigen strijd en dan werd Napoleon in 1815 verbannen om te sterven op St. Helena.
In 1816 werd te Moskou een groot vredefeest gevierd. Dezelfde priester trad weer voor het volk en sprak: „ De macht van den mensch was nietig en gering, maar een andere macht stond op en zeide: „Tot hiertoe en niet verder. Hier zullen uw trotsche golven zich neerleggen, opdat alle volkeren der aarde erkennen, dat de Heere God is en niemand meer, dat Hij de geweldige van den troon stoot en de nederigen verhoogt." Voor Hem is niets te gering om er Zich van te bedienen; ook vuur en hagel, sneeuw en stormwind doen Zijn woord. Dankt daarom God, die alles bestuurt en heerlijk uitredding heeft gegeven."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's