De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

9 minuten leestijd

Een vrijzinnig oordeel.

Het Weekblad voor de vrijzinnige Hervormden (van 30 Nov, j.l.) heeft een artikel, dat handelt over ons schrijven naar aanleiding van de afwijzing van Utrechts Kerkeraad, in zake het verzoek een modern predikant te beroepen.

In dit artikel van den hoofdredacteur (Dr. O. J. Niemeyer van Bols ward) staan merkwaardige dingen.

Allereerst dit:

»Er zijn geen richtingen, die de offerande van Jezus Christus aan het kruis verachten.»

En dan vervolgens":

»Wij zijn waarlijk op het blijven van die »gereformeerden» in de Kerk niet gesteld.»

Wij willen, over beide beweeringen nog wel een enkel woord zeggen.

Is het dan nóg niét duidelijk genoeg, dat de modernen de "bloed-theologie" de verzoening van de zonden door het bloed van Golgotha, verwerpen ?

Staat men niet lijnrecht tegenover 't geen onze Herv. Kerk daarin altijd geleerd heeft en nog leert?

Verwerpt men niet met héél het hart, .wat onze Heidelb. Catechismus zegt „dat Christus zich tot in den dood heeft moeten vernederen, omdat, vanwege de gerechtigheid en waarheid Gods, niet anders voor onze zonden kon betaald worden, dan door den dood des Zoons Gods" (Zondag 16.) Of wat in Zondag 21 staat „dat God, om het genoegdoen van Christus, al mijne zonden, óok mijn zondigen aard, waarmede ik al mijn leven lang te strijden heb, nimmermeer wil gedenken, maar mij uit genade de gerechtigheid van Christus schenken, opdat ik nimmermeer in het gerichte Gods kome."

Verderfelijk noemt men die leer. Met wortel en tak zou men die leer willen uitroeien en als onkruid willen verbranden.

Laat het woord van Prof. Rauwenhoff, eenmaal geschreven, nog maar eens getuigen;

»de begrippen van éene schuld der menschheid tegenover God, van verzoening daarvoor, door Jezus' kruisdood teweeg gebracht enz., al die begrippen in óns oog zoo onwaar, zoo schadelijk voor een zuivere godsdienstige ontwikkeling enz. enz.«

Wat is dat anders, dan dat men de leer onzer Herv. (Geref.) Kerk inzake de offerande Christi veracht en haat ?

Neen, laat men er geen doekjes om wdnden. Laat men het maar vrij zeggen, zooals vrijzinnigen past, dat men hier in geest en hoofdzaak verschilt met hetgeen de Bijbel en de Kerkelijke belijdenisschriften leeren aangaande zonde en verzoening.

't Komt ook verder in het artikel van „het Weekblad" wel uit, dat men anders over de offerande van Christus aan het kruis van Golgotha denkt, dan onze Herv. Kerk altijd heeft voorgestaan.

Want we lezen:

»voor de verheven grootheid van Jezus' kruisdood koesteren wij diepen en dankbaren eerbied. De zaak is echter, dat wij het een gruwelijke miskenning achten van Jezus' prediking, en loochening van het geloof in Gods ontfermende liefde, dien kruisdood te beschouwen als een offerande.»

Dus: de offerande van Jezus Christus aan het kruis wordt zoo vér en zoo fél mogelijk verworpen en ontkend. Zij wordt in haar verzoenende kracht voor den zondaar als niets geacht.

De leer in deze is schadelijk voor een zuivere godsdienstige ontwikkeling.

Welnu, waarom zegt men dan, dat wij in ons oordeel in deze onbillijk geweest zijn ten opzichte van de modernen en hun gevoelens ?

Wij willen wat verder nog gaan. De modernen zijn in hun leerstellingen en prediking in alles in lijnrechten strijd met hetgeen de Bijbel en onze Kerkelijke belijdenisschriften leeren.

't Woord van Prof. Rauwenhoff boven aangehaald laat het zoo duidelijk voelen, want hij schroomt niet te zeggen:

»dat alles, wat zoo onwaar, zoo schadelijk voor eene zuivere godsdienstige ontwikkeling is, leert de Gemeente altijd opnieuw uit den Bijbel. De Bijbel en telkens weer de Bijbel, die ons in den weg staat bij onze pogingen, om eene betere opvatting van het Christendom ingang te doen vinden. Er moet, dunkt mij, een einde komen aan de afgoderij, die er nog door de Protestanten gepleegd wordt met den Bijbel.»

Dus de Bijbel leert het, dat de dood van Christus aan het kruis als een offerande ter verzoening is te beschouwen. En de Catechismus enz. óok. Zoo duidelijk mogelijk.

En de modernen verwerpen het. Die willen den afgod, Bijbel genaamd, van zijn voetstuk werpen en de belijdenisschriften in een museum van oudheden opbergen.

Om dan op eigen inzicht, vrij van zin, een „zuivere godsdienstige ontwikkeling" onder de menschen te bevorderen.

Weg de bovennatuurlijke openbaring; weg de leer van de engelen; weg de leer aangaande een Drieëenig God; weg de opvatting, dat Jezus Gods Zoon is en van den H. Geest ontvangen; weg de voorstelling, alsof Jezus goddelijke vereering waardig is en dat Hij als Middelaar bij God noodig is; weg de leer van de wonderen; weg de leer van de eeuwige vergelding; wég, wég dat alles.

De Bijbel, die dat alles zegt en de belijdenisschriften, die dat alles leeren, moeten wêg.

't Staat de pogingen van de modernen, om een betere opvatting van het Christendom ingang te doen vinden, maar in den wegl

En daarom moeten de „gereformeerden" ook maar wég uit de Herv. Kerk. Liefst zoo spoedig mogelijk.

Het Weekblad zegt er van:

»wij zijn waarlijk op hun blijven in de Kerk niet gesteld. Wij zijn van oordeel, dat die gereformeerden met hun onchristelijke prediking schade toebrengen aan het geestelijk leven van ons volk. Wij zien, dat zij de rechten van andersdenkenden weigeren te erkennen en het tot stand komen van vrede en verdraagzaamheid in de Kerk aldoor belemmeren. Wij zouden hen daarom liever vandaag dan morgen zien heengaan.»

Dat is onomwonden zwart op wit neergezet wat men onder de modernen wenscht.

Weg, weg! die menschen met hun „onchristelijke prediking."

De Bijbel moet weg, want „onze dogmatiek is niet uit Bijbelteksten opgebouwd, maar aan ons eigen godsdienstig bewustzijn ontleend en de Bijbel staat ons telkens in den weg bij onze pogingen, om een betere opvatting van het Christendom ingang te doen vinden" zegt Prof. Rauwenhoff. Waarbij Prof. Opzoomer bekende: „al daalt er geen waarheid uit den hemel, toch is er waarheid op aarde. Ze wordt telkens meer ons deel, door eigen krachtsinspanning.''

Ook het wonder weg. „Wij ontkennen het bovennatuurlijke, voor ons bestaat er geen enkel wonder" schreef Prof. Opzoomer; en Prof. J. O. Matthes beweerde: „Jezus heeft, meenen we, niet alleen geen wonderen gedaan, maar evenals Paulus er een afkeer van gehad.

De godheid van Christus ontkend! Ds, Zaalberg zei: „Jezus een gewoon mensch, van gelijke beweging als wij"; Dr. Matthes: „Jezus, de godsdienstige mensch bij uitnemendheid" en Ds. H. C. Rogge: „voor mij heeft de goddelijke vereering van Jezus volstrekt geen waarde."

Weg, weg alles wat de Bijbel leert en wat onze belijdenisschriften leeren.

Geen leer van erfschuld, van erfzonde en erfsmet.

Wij worden immers rein geboren evenals de eerste mensch rein geschapen is. Zonde is het nog onvolmaakte in den mensch. En 't is de moeite waard, om zorg te besteden aan de zelfontwikkeling en zelfvolmaking.

Geen wedergeboorte. - „Wie met het volle hart belijdt: de wereld gaat vooruit en ik ben geroepen om aan haren vooruitgang mee te werken, dien vraag ik naar geen verdere geloofsbelijdenis, die is rechtzinnig in mijn oogen, in hem zie ik een waren vrome, in hem een kind van God" verklaarde eenmaal Ds. P. H, Hugenholtz Jr.

Geen bekeering, waarbij, de oude mensch sterft en de nieuwe mensch leeft door Gods geest.

Neen, „zich bekeeren, dat is in Jezus'geest, aangetrokken door de reinheid en schoonheid van het leven, dat hij. beschreef, en. in zijn woord en wandel toonde, vol vertrouwen de band aan den ploeg te slaan zonder om te zien naar hetgeen achter is. Hem te volgen en volmaakt te worden als God, " zei Prof. C.P. Tiele. Een geheel natuurlijke ontwikkeling dus — geen bovennatuurlijke genadegave.

Weg, weg alles, wat Gods Woord leerten wat onze belijdenisschriften bevatten.

En nu moeten ook de „gereformeerden" weg uit de Herv. Kerk

Misschien vindt men het erg dom, eigengerechtig, onbarmhartig, farizeeuwsch enz. enz. van ons, als we het zeggen, maar we willen het toch niet terughouden: de gereformeerden behooren in de Herv. {Geref.) Kerk, maar de modernen niet!

Ze zijn er niet op hun plaats. Ze verwerpen de belijdenis der Kerk in geest en hoofdzaak. ! Daarom treden ze wederrechtelijk toe. Daarom kunnen ze zich slechts met verkrachting van het recht handhaven.

En de Kerk lijdt daaronder. Het geestelijk leven van ons volk heeft er schade door. De modernen moesten dat zelf gaan voelen. Die religieuse, concienscieuse menschen!

Men wil immers gansch iets Anders dan de Kerk wil zijn.

Men moest het woord van Prof. Pierson overnemen : „de moderne richting kan het Kerkgenootschap niet huldigen; zij moet er een humanistische vereeniging — vereeniging tot bevordering der menschenliefde — voor in de plaats stellen, waarin louter de liefde voor het ideaal en de algemeene menschenliefde wordt gepredikt, aangezien zij niets anders te prediken heeft."

Dat zou eerlijk wezen van de modernen. Men behoort niet in de Herv. Kerk.Maar we vinden het diep ongelukkig om geen ander en hooger ideaal te kennen. Men zal in dien weg ook niet behouden worden, maar zekerlijk ellendig omkomen.Want zonder voldoening met het bloed van Christus is er geen voldoening voor de zonde! Vleesch en bloed zullen het Koninkrijk Gods niet beërven.

Tenzij we door den Geest Gods wedergeboren worden en door genade mogen leeren zeggen: „ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij, die mij Gode gekocht heeft door Zijn bloed" zullen we niet behouden worden.

En dat moet de Ned. Herv. Kerk belijden en doen prediken. Bij alles en overal.

De Ned. Herv. Kerk mag niet dulden, dat de geopenbaarde wille Gods wordt veracht — daar anders de Heere Zijn toorn over de gansche gemeente brengen zal!

De Heere heeft duidelijk gesproken in Zijn Woord. Onze Kerk heeft wettig haar-belijdenis.

Die niet van ons zijn, die behooren bij ons niet.

Het verschil gaat over 't allernoodzakelijkste van den weg der zaligheid. Over het wel-of niet zijn van de Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's