De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

4 minuten leestijd

Het Onderwijs in Indië.

(Slot.)

Tegenover den stelregel: de bijzondere school regel en de gouvernementssctïool aanvulling, de leuze die van antirevolutionaire zijde wordt voorgestaan, plaatst Dr. Kromsigt in „De Nederlander" de zijne, die van de kerstening van de Indische school.

Hij schrijft: „Mogen Christenen het voor een Christelijk onderwijzer onmogelijk maken op de Indische openbare school ? "

Uit deze vraag blijkt, dat de Amsterdamsche predikant of niet gelezen heeft wat Dr. Kuyper in de Kamer sprak, of dat hij den afgevaardigde van Ommen niet heeft begrepen. Daarmede valt dan Dr. Kromsigt's geheels betoog en heeft het onderschrift van de redactie van De Nederlander geen zin, waar die redactie aan het ingezonden schrijven dit toevoegt: „Wij hebben aan dit schrijven eene plaats op de eerste bladzijde verleend, omdat wij ons met den inhoud van het bovenstaande ten volle kunnen vereenigen en het zeer gewenscht achten, dat tegen de stellingen, door Dr. Kuyper in de Kamer verdedigd, ferm en krachtig positie genomen wordt."

Hier speelt het herinneringsvermogen van den redacteur van De Nederlander hem parten.

Immers is er een groot verschil in hetgeen Dr. Kuyper betoogde en hetgeen Dr. Kromsigt uit dit betoog begreep.

Wij zeiden het reeds in het vorig artikel, dat de afgevaardigde uit Ommen sprak over de Gouvernementsscholen, terwijl de strijder voor de Friesch Christelijk-Historische beginselen de openbare school op het oog had.

Het verschil tusschen beide begrippen is kenmerkend. Het zit hierin, dat bij het spreken over de Indische openbare school, men vanzelf denkt aan de openbare school hier te lande, terwijl de Gouvernementsscholen in Indië voor het overgroote deel andere inrichtingen zijn, v.n.l. scholen, waar inlandsche onderwijzers onderwijs geven aan de inlandsche jeugd.

En dat nu Dr. Kromsigt de openbare school in Indië op het oog had, als eene instelling zooals deze bij ons bestaat, blijkt wel uit hetgeen hij in zijne vraag neerschreef: „Mogen Christenen het voor een Christelijk onderwijzer onmogelijk maken op de Indische openbare school? "

Hoe wil men nu aan de Gouvernementsschool in Indië, aan de z.g, desa-school, van Gouvernementswege Christelijk onderwijs doen geven. Immers dit is niet mogelijk.

Maar waarom dan de antirevolutionairen over hunne houding hard gevallen?

Bedoelt men intusschen met de Indische openbare school, de openbare school, zoover deze thans voor de Europeesche bevolking openstaat, dan heeft men daar in Indië met een gelijk verschil van inzicht te doen, zooals dit hier te lande tusschen het openbaar en bijzonder onderwijs bestaat.

De leuze: „de bijzondere school regel en de Gouvernementsschoól aanvulling", beteekent niet anders, dan dat op den voorgrond moet staan het onderwijs, uitgaande van de zendingsscholen. Die zendingsscholen moeten gaandeweg de inlandsche scholen vervangen.

Doch ligt dan in het propageeren van dit beginsel iets dat niet goed is?

Zondagsrust.

Bij meer dan eene gelegenheid werd er over geklaagd, dat aan het spoorwegpersoneel niet voldoende Zondagsrust wordt verzekerd. De reden daarvan werd toegeschreven aan de omstandigheid, dat er haast van geen beperking van het aantal treinen op Zondag sprake was. Van een Minister in een rechts Kabinet —zoo werd telkens gehoord — mocht verwacht worden, dat een krachtige aandrang op de Maatschappijen, om den treinenloop op dien dag te verminderen, werd uitgeoefend.

Nu heeft de aanhouder ook hier gewonnen. Het blijkt toch, dat gedurende dezen winterdienst op Zondag op het net van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen 110 treinen uitvallen, terwijl dat aantal voor de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij 146 bedraagt.

En dit zal nu nog maar een begin zijn. De Minister van Waterstaat deelde toch een dezer dagen mede, dat nagegaan wordt, welke treinen met het oog op hunne bezetting op Zondagen bij den volgenden winterdienst alsnog zouden kunnen uitvallen.

Wanneer nu naast de belangrijke beperking in den treinenloop op Zondag gedurende den winterdienst, ook de treinenloop op Zondag gedurende den zomerdienst onder handen genomen wordt en dan nog eens pogingen worden gedaan om den besteldienst op Zondag opgeheven te krijgen, voor welke opheffing de kansen niet ongunstig staan, is er in de richting van meerdere Zondagsrust voor het personeel een flinke stap gedaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's