De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

7 minuten leestijd

„De zilveren koorde."

VII.

't Gaat niet allereerst over bizonderheden, wanneer we te spreken hebben over de verandering, die er komen moet in de financieele verhouding tusschen overheid en Kerk (hoewel we over de bijzonderheden niet willen zwijgen) veeleer gaat het over het leidend beginsel, dat in deze zaak stuur en richting moet geven.

En dan stellen wij voorop, dat de Kerk het vrije beheer over haar eigen goed moet hebben en dat het de Overheid niet past om Kerkelijke goederen te verzilveren en in de schatkist te storten.

En aan dat onrecht, de Kerk aangedaan, moet de Overheid een einde maken en dat herstellen naar den billijken eisch van recht en gerechtigheid.

De Overheid zal het geld, dat geld der Kerk is, aan de Kerk moeten teruggeven.

En daar het uit de verschillende gemeenten is weggenomen en saamgebracht in de schatkist, zal uit de schatkist aan de verschillende gemeenten de kapitalen moeten worden teruggeschonken.

Niet dus, — wat de Hervormde Kerk betreft — terug betaling aan de Synode of een Synodaal fonds. Maar aan de gemeenten, waaruit de Herv. Kerk bestaat.

Dan kan b.v. naar den staat van het rijkstractement, 't welk nu de gemeente geniet, aan de gemeente een kapitaal verrekend worden.

Op welke wijze? B.v. door op het Grootboek in te schrijven een bepaalde som voor iedere bepaalde gemeente.

Dan is de gemeente bezitter. En dan kan de gemeente van haar eigen kapitaal, ingeschreven op het grootboek, aan rente ontvangen, wat zij nu ontvangt als „rijkstractement."

Of daar geen moeielijkheden aan verbonden zijn, om het zoo te regelen? O, zeker! wel honderd.

Maar zijn er aan de oplossing van het militievraagstuk geen moeilijkheden ? Aan de oplossing van de schoolkwestie ? Aan de regeling van ouderdomspensioen en invaliditeitsverzekering ?

En laat men alles daarom dan maar zitten ? Immers neen! En daarom moest een Staatscommissie benoemd worden, die een onderzoek instelde en rapport opstelde inzake een andere financiëele verhouding van Overheid en Kerk.

Waarbij dan de Kerk in haar eigen rechten kon worden hersteld en waarbij de Overheid zich dan voorgoed terugtrok van het kerkelijk terrein.

Men versta ons wel.

Niet, dat wij scheiding van Staat en godsdienst willen. Wij willen een Christelijke Overheid, die God vreest en naar Gods inzettingen vraagt.

Maar daartoe behoort juist, dat de Overheid b.v. geen schooltje speelt, óok geen kerkje speelt. De Kerk moet op eigen terrein komen staan. Terwijl de Kerk dan ervare, dat de Overheid de Kerk beschermt en steunt, zooals het haar als Overheid betaamt. Dan kan de Kerk op eigen beenen komen staan. En dat is naar uitwijzen van Gods Woord, een van de eerste eischen voor het kerkelijk leven.

Niet de Overheid moet een Kerk stichten en een Kerk onderhouden. Niet de Overheid moet het Woord doen verkondigen en predikanten opleiden.

We weten beter. De Kerk moet haar roeping, haar breede en zware roeping, maar haar heerlijke en goddelijke roeping gevoelen.

En dan is 't Israels God die krachten geeft. 't Moet voor de Kerk een eer worden voor eigen armen, eigen Kerk, eigen predikant, eigen vergaderingen, eigen zending, eigen inrichtingen van onderwijs en barmhartigheid te gaan zorgen.

De Kerk moet een eigen leven krijgen, met eigen zorgen — wetende, dat de Koning der Kerk gezegd heeft: Ik ben met ulieden tot aan de voleinding der wereld.

Maar dan moet de Kerk ook een eigen levensbeginsel bezitten.

Een beginsel uit God, uit den levenden God. Welke God van Abraham, Isaak en Jacob gezegd heeft: brengt al de tienden in het schathuis, opdat er spijze zij in Mijn huis; en beproeft Mij nu daarin, zegt de HEERE der heirscharen, of Ik u dan niet opendoen zal de vensteren des hemels en u zegen afgieten, zoodat er geene schuren genoeg wezen zullen". (Maleachi 3 : 10)

{Wordt vervolgd.)

Moderne bezorgdheid.

De Nieuwe Rotterdamsche^ Courant ruimt in de laatste maanden een zeer groote plaats in voer „Kerknieuws." Niet zoo zeer om kerkelijke berichten te vermelden, maar om kerkelijke beschouwingen te geven.

En dan komt telkens zoo duidelijk uit, dat de modernen in de Herv. Kerk thuis hooren!

Snoodaards zijn het, die het tegendeel durven beweren.

Die orthodoxe onverlaten! Die Farizeërs!

Maar wat ook uitkomt, is: dat de modernen met hun geloofsovertuiging in strijd zijn met de meest eenvoudige geloofswaarheden, die altijd in onze Herv. Kerk zijn beleden en gehandhaafd geworden. Ze verschillen gewoon in alles met de Kerkelijke belijdenis.

Zeg de 12 artikelen van onze Apostolische geloofsbelijdenis maar eens op, gelijk die elken Zondag worden voorgelezen in ongeveer elke Hervormde Kerk.

En dan bemerkt ge, dat de moderne, die eerlijk voor zijn meening uitkomt, telkens moet zeggen: dat geloof ik niet meer!

Men moet verbaasd staan bij zoo iets. Modernen en Christenen staan principieel tegen elkander over. Ze verschillen in alle geloofswaarheden!

En dat wordt in onze Herv. Kerk zoo maar stilletjes toegelaten. Daar mag alles. Of men in een drieënig God gelooft of niet, is 't zelfde. Of Jezus Gods Zoon is en goddelijke eer waardig is, of een gewoon mensch, die achting verdient, — men bemoeit er zich niet mee in onze Herv. Kerk. 't Is een bagatel.

Ja, als men een kerkvoogd of een ouderling beleedigt, of als men een kerkelijk stuk gebrekkig indient of een stemlijst niet goed verzorgt, ja, dan moet natuurlijk de kerkelijke macht in beweging gebracht worden.

't Heil van de Kerk hangt er van af Maar neen, of de H. Geest God is, of Jezus Gods Zoon is, of de Bijbel Gods Woord is, of de belijdenis geëerbiedigd wordt, och, wat beteekent het eigenlijk? Over zulke nietigheden kan men zich toch niet warm maken!

En dat vinden de Modernen heerlijk. Die leven er door. Evenals een schimmelplant op den boomwortel.

En aanstonds wordt alarm geblazen, als er in de verste verte maar een beweging gemaakt wordt, die den indruk kan maken, dat men in de Herv. Kerk een soort belijdenis wil opstellen met de bedoeling deze dan ook te handhaven.

Als er héél in de verte maar iets dergelijks bespeurd wordt — dan raakt men in het moderne kamp in beweging en men staat klaar om moord en brand te schreeuwen.

Zoo nu weer in de N. Rott. Courant van Donderdag 7 Dec, waar in een artikel over de Liturgie maar aanstonds aan Ds. Gerritsen van den Haag gezegd wordt: doe geen moeite, om in de Herv. Kerk verplichtend te doen stellen, dat alle predikanten in alle gemeenten des Zondags de Apostolische belijdenis moeten voorlezen, want, wij modernen, kunnen en willen dat niet doen; en omdat wij, modernen, dat niet kunnen en willen, mag men zoo iets in de Herv. Kerk niet noodzaken.

Wij, modernen, hebben evenveel recht in de Herv. Kerk als de orthodoxen!

Wat onbeschaamd! Ons algemeen, ongetwijfeld christelijk geloof verwerpt men.

Men wil van een drieëenig God niet weten. Men wil Jezus niet erkennen als Gods Zoon.

Van de ontvangenis door den H. Geest wil men niet weten; enz. enz.

En omdat men stuk voor stuk van dat aloude geloof verwerpt, zou men nu in onze Herv. Kerk niet meer verplichtend mogen stellen, dat elke predikant des Zondags in de gemeente voorlas: de apostolische geloofsbelijdenis !

Wat brutaal toch. Men zet maar een grooten mond open, en dan zal men wel bang worden, denkt men.

En intusschen moet men dan in onze Herv. (Geref.) Kerk maar welbewust toelaten, dat de hoofdzaken van onze belijdenis verworpen worden.

Gods Waarheid mag geschonden worden. Ongelukkige toestand voor onze Kerk.

En wat zijn de modernen benauwd, dat er ook maar iets verplichtend gesteld zal worden in de Herv. Kerk. 

Want als de meest eenvoudige christelijke geloofsbelijdenis moet onderschreven worden,, dan moeten ze uit het midden van de Herv. Kerk uitgaan.

Waar ze nooit thuis behoord hebben. Waar ze zoo spoedig mogelijk, als eerlijke menschen, uit vertrekken moesten, omdat ze niet van ons zijn. Bij de eenvoudigste geloofsstellingen komt dat telkens uit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's