De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

7 minuten leestijd

De Bijbel Gods Woord.

Men valt op Gods Woord aan, om het uit elkaar te rukken.

En dat niet alleen in de kringen van ruwe spotters. In de herberg. In de schouwburg. In het Zondagsblad van het socialistisch dagblad „Het Volk." In de studeerkamers van de Rousseau's.

Ook in alleszins godsdienstige kringen. In de kringen van hen, die zich orthodox blijven noemen.

Natuurlijk doet men het daar dan wel onder het voeren van een alleszins godsdienstige leuze. B.v. onder de leuze: „de letter doodt, de Geest alleen maakt levend." Maar dan schrapt men intusschen zooveel letters uit den Bijbel, dat de Bijbel ónze Bijbel niet meer is.

Die is totaal veranderd. En duchtig veranderd óok!

Geen enkel bijbelsch-verhaal is meer be* trouwbaar. Neen, zoo zeggen wetenschappelijk-ontwikkelde, alleszins godsdienstige menschen, de H. Geest heeft ze niet geïnspireerd, maar een mensch heeft ze verzonnen en ze naar eigen opvatting ingekleed en beschreven.

En natuurlijk hebben wij ons niet te houden aan die verzinselen en die opvattingen van die bijbelschrijvers.

Vooral niet, wanneer we wetenschappelijk ontwikkeld zijn!

En dan wordt in naam van de hoogere wetenschap héél wat voor „onecht" verklaard in onzen Bijbel!

Ook hetgeen Jezus en de Apostelen met blijdschap voor „echt" hebben aangezien. Daarin Gods trouw en genade roemend.

Wat ook de geloovige gemeente daarom altijd voor „echt" beschouwde!...

Maar de hoogere wetenschap heeft geen eerbied voor het oordeel van Jezus en de Apostelen.

Zij heeft medelijden met de geloovige gemeente, die zoo lang dwaalde.

En terwijl de gemeente des Heeren van ouds beleden heeft: „al de Schrift is van God ingegeven", zegt de hoogere wetenschap: „zoo héél veel van de Schrift is blijkbaar als vergissing of als vroom bedrog van de bijbel-schrijvers te beschouwen;

Het verhaal van Genesis 3 heeft zich nooit zóo voorgedaan als het daar beschreven is. 't Is een Oostersche fantasie, door den bijbelschrijver vrij bewerkt.

En wat als messiaansche profetieën beschouwd worden zijn door de profeten alzoo, niet gesproken. Die hadden niet het oog op Christus....

Dat zeggen alleszins godsdienstige mannen. Uit orthodoxe kringen. Behoorend tot „de ethischen."

En of Jezus zelf ons nu in deze ten duidelijkste anders geleerd heeft, dat verhindert deze menschen niet, om hun wetenschappelijke nieuwigheden vol te houden en telkens nog met andere ontkenningen aan te vullen.

Ja — men verstout zich hoe langer hoe meer, om voor z'n meening uit te komen en er in geschriften, ook op den preekstoel, in het midden van de gemeente over te spreken, opdat de gemeente zelve óok gewonnen mag worden voor de nieuwere bijbelbeschouwing, die den Bijbel zoo héél anders doet zien, dan Jezus en de Apostelen hem zagen; zoo héél anders dan onze Gereformeerde Kerk van ouds er over sprak.

Op deze zaak mag wel telkens met ernst gewezen worden als. op een dreigend gevaar, dat op ons aankomt, hoe langer hoe meer.

En vooral onze jonge menschen die zich met bijbelstudie bezig houden dienen gewaarschuwd voor deze wetenschappelijke beweringen van alleszins godsdienstige menschen, tot de orthodoxe kringen behoorend.

De Bijbel moet Gods Woord blijven! Voor ons en onze kinderen.

Het geschreven Woord van God moet heilig en onbesmet blijven.

De Schrift kan en mag niet gebroken worden. Omdat zij van God ingegeven is. Omdat de Geest van Christus er ons in toespreekt. Omdat zij het geheel der Godsgedachte weergeeft. Omdat héél haar getuigenis gestempeld staat met het waarmerk der goddelijke zekerheid.

Die het geschreven Woord van God uiteenrukt, raakt Hem aan, die in dat Woord tot ons spreekt.

En daarom moeten we gewaarschuwd worden voor dezen euvelen moed van de hoogere wetenschap.

Want zij onteert God. Zij onteert Christus en de Apostelen. Zij komt het geloof der gemeente met haar dwaasheid verstoren.

Alle vastigheid raakt weg.

Met Gods wegen komt men in de war. Met Christus' woorden komt men in verlegenheid.

De Schrift, die tot leering ons gegeven is — brengt tot dwaling. De Bijbel, die tot troost is bestemd — wordt tot teleurstelling.

En dat mag de Kerk van Christus niet dulden en toelaten.

Zij blijft den Bijbel eeren als Gods Woord, dat eeuwig zeker is.

Niets laat zij straffeloos afdoen van de woorden Gods, haar toebetrouwd.

En daarom belijdt zij van de Bijbelverhalen, dat ze onwrikbaar waarheid .bevatten, veel beteekeneud in leering, vermaan en troost voor Sion.

Als de Bijbel zegt, dat iets gebeurd is, dan is het gebeurd. Gebeurd door het albesturend vermogen Gods. Om zijn raad te volbrengen. Tot diepgaande leering voor Gods kinderen. Zoo vol beteekenis voor het groot geslacht der menschenkinderen.

„De zilveren koorde."

VIII.

In de eerste eeuwen der Christelijke Kerk zorgden de gemeenten zélf voor iet onderboud hunner Kerk, hare dienaren, hare armen — tarwijl de gemeente verstond, op 's Heeren bevel, zélf het woord te moeten brengen aan de heidenen, zoover dé wildste volkeren woonden.

Uit den levenden God leefde de gemeente. En de levende God doet leven.

„Alzoo heeft ook de Heere verordend dengenen, die het Evangelie verkondigen, dat zij van het Evangelie leven." 1 Cor. 9 : 14.

Voor het gebruik van het Avondmaal brachten de gemeenteleden vrijwillig hun gaven bij elkaar.

En de Apostelen —-later de opzieners met de diakenen — zorgden voor een goede verdeeling en besteding der inkomsten.

Maar de 4de eeuw bracht verandering.

Toen de Keizer Constautijn de Groote christen werd en zich met de Kerk ging bemoeien, ontvingen de geestelijken weldra 's jaarlijks een deel der staatsinkomsten; en de Kerk ontving weldra een nieuwe bron van inkomsten uit de bezittingen en goederen, die voortaan aan de tempels en priesters der afgoden hadden behoord, maar nu voor een belangrijk deel aan de Kerken werden toegewezen.

De bekers werden van goud. De Kerken werden vol pracht. Maar de leeraars werden van hout. En de waarheid werd verkracht.

Wat een zee van ellende!

En daarom moeten we tot het bijbelsch standpunt terugkeeren: de gemeenten moeten zelf voor het onderhoud van Kerk, predikant, armen enz. zorgen..

De aard en het wezen van de Kerk, van de gemeente van Christus, eischt niets anders.

Op het standpunt van Gods Woord staande belijden we immers, dat de Kerk er is, door den Heere zelf verkoren, geroepen, vergaderd, — en door Hem zelf onder Zijne hoede genomen, om haar te verzorgen.

De Overheid doet een Gemeente niet ontstaan. Christus, van den Vader gezonden, zendt Zijn dienstknechten met Zijn Woord — en hen vergezellende met Zijn Geest, doet Hij Zijn Gemeente ontstaan, om te zeggen: „zij is Mijn eigendom en Ik ben haar Koning."

Jezus, die in den hemel" is, is de Kerkstichter. En Hij is de Kerk-verzorger. De goede Herder.

En uit dat geloof levend, zijn de christenen van Gods wege geroepen de Kerk te onderhouden, de dienaren te doen leven, de armen te helpen, barmhartigheid te bewijzen, de scholen te onderhouden, het werk der zending te doen.

Dat is Gods ordinantie. Dat is Christus' bevel.

„Zondert Mij af beide Barnabas en Saulus tot het werk, waartoe Ik ze geroepen heb.'' „ De armen hebt gij altijd met u."— ,

„Die het altaar bedienen zullen van het altaar leven."

Niets voor de Overheid. Alles voor de Kerk.

Voor de Kerk van Christus, die een zoo heerlijken Koning heeft. Wiens scepter gaat over de gansche aarde en Wiens het goud en het zilver is en het vee op duizend bergen.

En de Kerk die het in geloove wagen mag, zal steeds moeten getuigen: niets heeft ons ontbroken.

Jammer maar — dat ook hier geldt: „zij hebben Mij, den springader des levenden waters verlaten en zich zelf bakken uitgehouwen, gebrokene bakken, die geen water kunnen bevatten."

En zoo is de Kerk rijker geworden — maar geestelijk hard achteruit gegaan.

Gelijk de Kerk van Christus nog nooit anders dan geestelijke schade gehad heeft, wanneer ze ging leunen en steunen op den arm der Overheid.

De Overheid wilde dat wel. Om invloed te krijgen en te houden op het terrein van de Kerk.

Maar 't is steeds verkeerd geweest, dat de Overheid in handen nam wat van Gods wege aan de Kerk toekwam.

Terwijl de Kerk fout ging door uit handen te geven, wat haar van den Heere was toebetrouwd.

De Kerk moet zelfstandig, onafhankelijk van de Overheid, haar weg gaan en haar roeping vervullen.

Hebbend een Wetgever en Koning, die geiegd heeft: Ik zal u onderhouden.

{Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 december 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 december 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's