Financiën.
Onlangs ontving ik een schrijven van iemand, waar o. a. in te lezen stond: „Penningmeester, schei er toch uit met dat gevraag elke week om geld voor een Gereformeerd professor. Ik erger mij er aan, want gij lejt ons een last op te zwaar om te dragen."
Dat was niet aangenaam om te hooren en ik schrikte er eigenlijk een beetje van en dacht: Zou het soms te veel gevergd zijn van de Gereformeerden in de Herv. Kerk om gezamenlijk een bijzonderen Leerstoel te stichten en te onderhouden?
Deze zwaarmoedige gedachte werd echter in eens van mij afgenomen, toen ik in een onzer plaatselijke bladen las dat zich een commissie had gevormd om gelden te verzamelen voor een 6en hoogleeraar aan de Vrije Universiteit.
Dus daar kan men er zes onderhouden. Zou dan voor ons de last van één te zwaar zijn? Moesten wij ons eigenlijk niet diep wegschamen? Zouden wij het den Heere durven zeggen dat wij daarvoor te arm zijn? Neen, deze woorden zouden niet over onze lippen kunnen komen. Ik ben ook niet bevreesd Op 's Heeren tijd zal het wel gebeuren. De vrienden der Waarheid behoeven maar alleen een weinig los gemaakt te worden van een klein deeltje van den overvloed w«.armede de Heere hen heeft gezegend en dan is het er zoo,
Intusschen verheugt het ons dat niet valt te loochenen dat de belangstelling voor ons Leerstoelfonds blijft toenemen en ons Gereformeerd Hervormd volk meer en meer van de noodzakelijkheid van een betere opleiding wordt doordrongen. Wij gaan dus, den zegen alleen verwachtende van Hem, Wiens het goud en het zilver en het vee is op duizend bergen, met ons werk voort en hopen, als de Heere het geeft, er niet uit te scheiden voor het doel is bereikt.
Met genoegen kan ik dan mededeelen dat er deze week is binnengekomen: Uit lerseke. De opbrengst van de collecte bij een spreekbeurt van Ds. J. J. v. d. Pol te Oud-Vossemeer op 4 Januari 11. f 13.42, waarbij de Kerkeraad zoo vriendelijk was nog f 5 als vrijwillige bijdrage te voegen. Hartelijk dank. Het verheugt mij dat dezen winter, ook op plaatsen waar dit voorheen niet is gebeurd, voor den Bond en het Leerstoelfonds wordt gesproken. Temeer daar het dan ook zulk een schoone gelegenheid is om jaarlijksche bijdragen te werven en enkele abonné's te winnen voor „De Waarheidsvriend", het eenige blad waarin deze belangen worden bepleit. En wordt er nu van deze gelegenheid ook gebruik gemaakt?
Uit Rotterdam. Voor den Geref. Bond aan contributie voor 1911 na aftrek der 25 % f 18; voor de Bondskas, spreekbeurt van Ds. Goslinga f5; samen f23. Voor het Leerstoelfonds jaarlijksche bijdrage van 3 leden f 3, collecte bij de spreekbeurt f 15.13, inhoud busje No. 107 f 5.06, samen f23.19. „Dus een heele afrekening voor Rotterdam", schrijft de Afdeelings-penningmeester, „dat tot heden nog weinig gevoelt voor den Bond. Eerst als Rotterdam een Geref. predikant heeft, zal ook de Geref. Bond alhier gaan groeien. Wij zijn onlangs wel teleurgesteld. Maar wij gaan vooruit. Op 's Heeren tijd zal Rotterdam ook een Bondspredikant rijk zijn! Moed gehouden !
Uit Jaarsveld. De opbrengst van de collecte bij de spreekbeurt van Ds. Jongebreur f 10.50.
Uit Veenendaal van Mej. A. G. f 1. Uit Baarn van R. B. f 1.25.
Uit Gouderak van J. V. f L Deze schreef daarbij dat hij zoo gaarne zou willen dat er eens iemand optrad om voor het Leerstoelfonds te spreken. Het beste zal zijn er eens met den predikant over te spreken; die is toch den Bond niet ongenegen, meen ik.
Uit Wilnis van J. A. Spaan, penningm. der Chr. Jengel.ver. „De Heere is onze Wetgever" f4.72, zijnde de opbrengst van busje No. 105, van een half jaar.
Uit Schoonhoven van den penningmeester der Afdeeling de contributie van de leden na aftrek der 25 % f9.75. Ik had nog al verwachting dat bij de spreekbeurten van dezen winter het ledental aldaar wel iets zou uit te breiden zijn. Is daar geen kans op? Hartelijk dank voor de vlugge toezending.
Verder nog een verrassing uit Otterloo. Ds. B. J. Werther schreef mij onder meer: Wij hebben het voorrecht gehad Ds. Remnie in ons midden te zien teneinde de belangen van den Geref. Bond en van den Leerstoel eens duidelijk uiteen te zetten. Het zeer ongunstige weder in aanmerking genomen was de opkomst best te noemen. Het verheugt mij dan ook zeer u te kunnen melden dat de opbrengst der extra-collecte voor het Leerstoelfonds niet minder dan f28.325 bedroeg. Daar dit de eerste stap is op een tot nog toe onbetreden weg, moet dit resultaat ons met ootmoedigen dank vervullen aan Hem, die de harten tot zulk een milddadigheid heeft geneigd. Moge het voorbeeld van ons klein Veluwsch dorpje vele groote gemeenten nog maar lot navolging prikkelen."
Uit Rijswijk f 2.00 uit het busje van de Afdeeling.
Uit Vlaardingen. In de brievenbus gevonden bij Ds. N. V. d. Snoek f 1 voor den Leerstoel.
Uit Huizen door C. v. O. van de Ohr. J.V. uit busje 143 f 2.50, van de Chr. Kn.V. uit busje 144 f2.50. Dat is prachtig. Die busjes zijn daar nog niet zoo lang.
Uit Wilnis van Ds. H. A. de Geus de opbrengst van busje 101, het tweede halfjaar 1911, f 5 en eveneens f2.50 uit busje 104. De houder van dit laatste busje is naar Zuid-Afrika getogen en liet het busje bij Ds. de Geus. Er is zeker in Wilnis wel iemand die het bij den dominé wil afhalen en het werk van den betrokken persoon voortzetten. Daar zal ik ten minste maar op rekenen. Ik ontvang dan den naam wel. Als er soms twee om komen, dan heb ik er nog wel een.
Ten slotte uit N. van N. N. f 1, welke gevoegd was bij de hieronder vermelde postzegels.
Vrienden, mijn verslag is weer langer geworden dan ik dacht, en kort zijn is goed en veilig, want het spreekwoord zegt: Die veel zegt, heeft veel te verantwoorden. Maar omgekeerd is het ook waar nl.: Die veel te verantwoorden heeft, heeft veel te zeggen. En dat had ik deze week zooals u ziet. Mogen er nog veel zulke weken volgen, al is het ook ten koste van de ruimte. De Heere zegene de gevers en de gaven.
Delft, Brab. Turfmarkt 20.
De Penningmeester
Correspondentie. Honorarium verzonden spreekbeurten Ierseke, Otterloo en Jaarsveld.
Oude postz., Capsules, Zilverpapier.
Voor mij ligt een eigenhandig geschreven briefje van Mej. Verbeek, waarin zij diep medelijden met mij betoont dat ik het zoo druk heb, wenscht mij moed en sterkte toe en hoopt over 2 of 8 weken het bestuur van de zaak weer in handen te kunnen nemen als zij in dezelfde mate mag blijven aansterken. Dus dat zijn goede en vertroostende berichten. Zij verzocht mij tevens te willen verantwoorden als te hebben ontvangen: van T. H. te Sch. f 2.50, van Jan Moes te Den Haag een doos met postzegels en van J. I. te Sch. een partij postzegels.
Aan mijn adres is ingekomen: een pak van Grietje Struik te Nichtevecht, inhoudende een partij postzegels, capsules en zilverpapier;
van V. te Rijswijk een doos met zilverpapier en capsules; en van een vriend uit Delft (het leek mij precies de hand van Kees Beekenkamp; als het zoo is, dan kan hij al heel mooi schrijven!) een pak met postzegels, capsules, een zakje lood, theelood en zilverpapier, met een aardig briefje aan het adres van Mej. Verbeek.
Voor alles hartelijk dank.
DE PENNINGMEESTER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 januari 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 januari 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's