De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Brievenbus.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Brievenbus.

4 minuten leestijd

SAKDIS, 10 Januari 1912.

Waarde Vriend,

Van Ds. Hulsman uit Groningen gesproken — héél sympathiek is mij zijn optreden nooit geweest. Noch toen hij als rechtzinnig predikant van Zandvoort den bijbel-criticus Ds. Zeijdner van den Haag te lijf ging, noch in dit geval, nu hij als vrijzinnig predikant van Groningen de ethischen in 't algemeen aanvalt.

Maar daar gaat het nu niet over. 't Is mij nu maar te doen om eens even u te vertellen, wat aan de ethischen alzoo verweten wordt in betrekking tot hun bijbelcritiek en hun rechtzinnigheid.

En ja, dan is die brochure van Ds. Hulsman curieus. Hij zegt toch niets meer of minder, dan dat de ethischen een dubbelslachtig standpunt innemen, wat op den duur nooit zoo blijven kan.

Hun positie in de kerk is valsch. De toestand is tegenwoordig beslist een onwaardige en gevaarlijke toestand. Of zooals hij het letterlijk zegt: „de ethische theoloog zit altijd in de klem ~ aan de éene zijde het geloof der gemeente, dat niet slechts geestelijke waarheden, maar historische heilsfeiten bevat en aan de andere zijde „het hem als ingeschapen historisch besef", dat zegt, dat de verhalen, waarin die feiten ons medegedeeld worden, onbetrouwbaar zijn.

Och die arme ethische theoloog! Hij wordt een Janus met twee aangezichten.

Zijn geloofsgeweten dringt hem de oude belijdenis te handhaven en zijn wetenschappelijk geweten dringt hem deze belijdenis te betwijfelen.

De ethische richting zal tot het oude beginsel moeten terug keeren en tot de oude gereformeerde theologie zich moeten bekeeren — of zij zal de z. g. n. heilsfeiten moeten prijsgeven en een vrijzinnige theologie moeten aanhangen.

Dit is het dilemma. Een derde is er niet."

Dat is nu niet zoo héél vleiend voor de ethischen, die Ds. Hulsman voor een groot deel „nobele menschen met dikwijls diepe naturen" noemt, op wier vriendschap hij zeer gesteld is 't Is bepaald grievend, vind ik.

En als het waar is wat Ds. Hulsman van de ethischen zegt, dat zij met woorden en termen wel rechtzinnig willen blijven, maar in werkelijkheid de ovde geloofswaarheden en heilsfeiten wegwerpen, dan wordt het tijd, dat er helderheid kome in deze, opdat de gemeente wete, wat zij aan de ethischen in werkelijkheid heeft. Of het menschen zijn, die Gods Woord erkennen en eerbiedigen, naar dat Woord willen leeren en leven — of dat het menschen zijn, die van dat Woord nog wel willen aannemen wat zij goed vinden, maar overigens alles wegwerpen wat hun niet aanstaat.

Want in het laatste geval staan ze op vrijzinnig 'standpunt. Dan leven ze uit het zelfde beginsel als Remonstranten en modernen. Dan is het alleen nog maar door conservatieve neigingen als ze niet zóo ver gaan als andere vrijzinnigen. Dan is het alleen een kwestie van tijd, daar dit geestelijk proces dan moet doorwerken tot het eind.

Hoe zij dus staan tegenover Gods Woord; of dat Woord van God voor hen alles beslissende waarde heeft, — of dat zij eigenlijk boven dat Woord staan en dat Woord wel willen gebruiken, maar lang niet in alles willen aanvaarden — dat zal onderzocht moeten worden.

En dan zal de éen onder de ethischen. niet precies leeren wat de ander leert; de een gaat lang zoover niet als de ander.

Maar bij onderzoek staan ze in hun op­ vatting ten opzichte van het Woord tamelijk op het zelfde standpunt: en ze zeggen de Bijbel is niet Gods Woord, maar in den Bijbel is Gods Woord.

En dat geeft aanleiding tot ziften en onderscheiden, waarbij het eene in den Bijbel niet Gods Woord en het ander wel Gods Woord moet zijn, zoodat men in beginsel het eene aanneemt, maar ook het andere gerust verwerpt.

Want wat men uit den Bijbel dan uitwerpt is Gods Woord niet, zegt men.

't Is fantasie van menschen.

't Zijn zuiver menschelijke — en dwaze — beschouwingen.

En daarom moet dat wég uit den Bijbel. 't Is een beleediging voor den Bijbel dat er zooveel instaat, wat niet Gods Woord is.

En de wetenschappelijk ontwikkelde ethische theoloog zal u nu met mes en schaar aanwijzen wat blijven mag en wat er uit moet.

Met mes en schaar — die niet rusten, voor dat alleen de band van den Bijbel is overgebleven. Ge zult het zien!

Maar hierbij laat ik het nu. Spoedig meer. Met hartelijke groete, heilbiddend,

Uw vriend

FORTUNATUS,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 januari 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Brievenbus.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 januari 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's