Uit het kerkelijk leven.
Dordrecht.
't Heeft weer gespannen in Dordrecht, 't Was Zondagmorgen, 7 Jan. jl., wel te zien aan de kerkgangers, dat er wat bizonders stond te gebeuren. En er is ook iets bizonders gebeurd. Maar gelukkig héél kalm, zonder oorzaak van opspraak. Dan alleen voor de moderne ouderlingen.
De zaak was: Ds. Keiler moest de Kerkeraadsleden bevestigen, 't Was zijn beurt, gelijk dat alles gaat naar vasten rooster. En onder die Kerkeraadsleden waren drie vrijzinnigen. Want in Dordrecht staat het treurig tegenwoordig. Of eigenlijk al lang....
Dat Ds. Keiler het Formulier zou lezen was te verwachten. In de Herv. Kerk behoort dat. 't Zijn de aloude kerkelijke stukken, die nooit afgeschaft zijn. Een bevestiging zónder het lezen van het Formulier moest als onwettig beschouwd worden. Dat was kerkrechtelijk zuiver. Want ieder mag maar niet doen wat hij wil. Dan moet hij maar naar de Remonstranten gaan!
't Formulier werd dan ook gelezen. En Ds. Keiler deed ieder persoonlijk de vragen.
Geheel correct. Wat niet anders kon en mocht in dit geval.
En toen kwamen die 3 moderne draaiborden met hun gewone poespas en zeiden: „ja! — neen!" Net als Ds. Zillinger Molenaar.
„Ja" — omdat ze niet anders durven. Omdat ze niet eerlijk willen zijn en ronduit verklaren: we behooren niet in de Herv. Kerk — we behooren in de Remonstrantsche broederschap,
Daarom zoo half: „ja."
Maar dan in eens zijn ze eerlijk, en terwijl ze eerst „ja" zeggen, laten ze er aanstonds „neen" op volgen.
Wat een dappere menschen toch die modernen. Wat zijn ze eerlijk — in schijn. Wat een groote knoeiboel — in werkelijkheid. Die vrijzinnige opponent van Prof. Eerdmans uit Amsterdam zou zeker zijn hoofd schudden en zeggen: „gij weet toch wel dat de Herv. Kerk geen vogelkooi is!" Ja — waarom gaat men er niet als eerlijke menschen uit? Dan zou men ten minste menschen van beginsel en karakter zich toonen.
Maar nu niet. Intusschen zijn die drie ouderlingen niet bevestigd. Volgens de kerkelijke geschriften past hun geen plaats in de Herv. Kerk. Dat is weer eens officieel bewezen door deze historie. Die geen „ja" zegt moet er maar buiten blijven.
En nu hebben ze bedankt. Dan worden ze door het Kiescollege herkozen. Door een auderen dominé, die er óok maar wat van maakt, bevestigd.
En klaar is Keesl In onze Hervormde, Gereformeerde Kerk!...
Wat ons te meer uitdrijve tot den troon van Gods genade om op Hem aan te loopen die eenmaal Israel verlost heeft uit de hand van de Egyptenaren.
Er kome een oprecht schuldbelijden, een pleiten op Gods Verbond, een uitzien naar Zijn genade en hulpe. En de tijd nadere, dat de Heere onzer gedenke in barmhartigheid.
Neen — geen andere Kerk naast die vervallene Kerk bouwen.
Al zou die Kerk dan ook veel sierlijker zijn. 't Erfland onzer vaderen, verwoest en vol schande, roept niet tot Sion: vlucht in een ander huis.
't Roept: Keer weder tot den Heere en Hij zal wederkeeren tot u. Hij weet genadig te zijn.
Als er dan maar een zuchten en roepen tot God geboren mag worden. Een zuchten onder het juk der zonde en ongerechtigheid. Hoe langs hoe meer. Om onze smeekingen neer te werpen voor God. Om te leeren vragen: Heere, wat moeten wij doen, opdat Uwe Kerke weer als Uw huis zich openbare? Ddt is de weg.
Ten spijt van velerlei gepraat en geschrijf van anderen — die hun vaderlijk huis en der vaderen schuld en eigen zonden niet schijnen te gedenken.
Waarbij de Heere onS genade geve, om te mogen rekenen met der vaderen God.
Belijdende Kerk — Volkskerk.
Even kwam het weer om den hoek kijken op de vergadering van de Confessioneele Vereeniging van 11 Jan. jl.
Even. Maar 't is voor de zóoveelste maal. En dat geeft te denken. Het bewijst, dat er iets hapert aan de leuze der Confessioneele Vereeniging, die telkens weer is: de Herv. Kerk de Volkskerk — héél de Kerk en héél het volk.
Want ja, dat is wel aardig die leuze. Maar dan komt die lastige vraag weer: moet onze Herv. Kerk geen belijdende Kerk worden ? moet onze Herv. Kerk niet weer de gereformeerde Kerk worden ? en als onze Herv. Kerk de gereformeerde Kerk wordt, zal dan wel het ideaal bereikt worden: heel de Kerk en heel het volk?
't Is wéér gevraagd. Door confessioneele mannen zélf. Men twijfelt zélf aan de leuze. Men voelt dat het wel eens spaak kon loopen. Gelijk wij altijd hebben beweerd. Omdat in een cirkel nu eenmaal geen vierkant past.
En voor de zóoveelste maal heeft Dr. Kromsigt, die dan altijd de woordvoerder is, hetzelfde antwoord gegeven, dat hij al zoo dikwijls woordelijk herhaalde.
Een antwoord dat geen antwoord is. Maar dat we nu eindelijk wel eens tot een antwoord zouden willen zien uitgroeien.
Misschien wordt het antwoord dan wel zoo ongeveer gelijk aan óns antwoord.
Men weet het maar niet.... En 't zou ons hartelijk verblijden. Want 't zal weer om een belijdende Kerk, om de Gereformeerde Kerk moeten gaan. Een Kerk die dan een heerlijke, goddelijke, hooge roeping heeft in het midden van ons volk.
Allereerst dan terug tot den Goddelijken weg der waarheid!
En dan als Gerefermeerde Kerk, als een getuige des Heeren zich openbarende voor héél het land.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 januari 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 januari 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's