De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Brievenbus.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Brievenbus.

4 minuten leestijd

SARDIS, 16 Januari 1912.

Waarde Vriend,

Gij schrijft dat ge de brochure van Ds. Hulsman gelezen hebt en het zoo eigenaardig vindt, dat Ds. H. zegt: „de ethischen zitten op den troon; de ethischen hebben een overwegenden invloed in de kerk en in de theologie.

Wanneer men hoort, dat iemand ethisch is, dan maakt men onwillekeurig een buiging.

Ethisch, dat is: beschaafd. Ethisch, dat is: groot, verheven, ernstig, deftig. Ethisch — ja, wat is ethisch al niet!"

Nu, da's wel leuk gezegd, dat vind ik ook. En 't is waar. Alles wat aan, de ethischen is, is even beschaafd als deftig, even verheven als ernstig.

Maar met deftig gebaar gaat de schaar in den Bijbel en in de belijdenisschriften. De een doet het meer publiek, de ander meer bedekt.

Men ontkent deftig en ernstig, met verhevene grootheid en geleerdheid, dat de oude Bijbel beschouwing uit heeft.

Men heeft nieuwe inzichten opgedaan inzake het auteurschap van den H. Geest, inzake de inspiratie of ingeving door den H. Geest; nieuwe inzichten omtrent de betrouwbaarheid der bijbelschrijvers, nieuwe inzichten inzake de vervulling der profetische voorspellingen. Kortom, van Genesis tot Openbaring komt de Schrift héél anders voor den Ethische te staan dan voor den Gereformeerde. Héél anders ook de belijdenisschriften.

Neen, ieder van de Ethischen zegt het zoo niet in het openbaar en zegt het niet even sterk uitgedrukt, 't Zijn allemaal geen mannen als Prof. Valeton, Dr. Zeijdner, Dr. Cramer, Ds. Gerretsen enz. enz.

Maar zuiver staan ze hier niet. We werden er opnieuw in gesterkt, in dit wantrouwen, door een boek dat Dr. Barger van Utrecht bewerkte, vertaald uit het Duitsch, verschenen in „de Godgeleerde bibliotheek." 't Ts een catechismus-bewerking, naar het oorspronkelijke van den Duitschen theoloog O Thelemann. (Zie het „ingezonden" van Dr. de Moor in „de Heraut" van 14 Jan. j.l.)

Lees b.v. op blz. 55 wat Dr. Barger daar zegt over de 9de vr. en het 9de antwoord van den Cat. „Het antw. kan bij eenig nadenken niet bevredigen." En waarom niet? Omdat volgens Dr. Barger de mensch, met de erfzonde belast, niet met Adam in gelijke positie gesteld mag worden wat betreft het moeten houden van de Wet.

En hij zegt er dan bij: het is onpaedagogisch een leerling aan te praten, dat hij schuldig is aan eene zonde, die 6000 jaar geleden in het paradijs is geschied. Wie heeft ooit berouw gehad over de zonde, waaraan hij zelf geen deel had, omdat hij nog niet bestond ?

Daar gaat de Schrift. Daar gaat de" leer van de erfschuld en de erfsmet. Daar gaat de gemeenschap met Adam, ons aller Verbondshoofd.

Waardoor dan de weg der verzoening door de gehoorzaamheid en het lijden van Jezus Christus op Golgotha ook verbroken ligt.

Neen, dat bedoelt Dr. Barger niet. Hij wil het éen verwerpen en het ander behouden. Maar dat gaat niet.

Verwerpen is verwerpen. Wat blijkt als hij op blz. 61 de woorden van Beets aanhaalt: „geen oogenbiik is het denkbeeld in ons hart, dat de liefderijke God den kleinen kinderen, die vóór zij nog de bewustheid en de daad van zondigen kenden, de aangeborene natuur tot verdoemenis zou toerekenen; de gemeente heeft het nimmer beleden."

Met deftig gebaar geschiedt het, verheven wijs en hoog wetenschappelijk, maar het geschiedt dan toch maar: stuk voor stuk van de Schrift wordt uitgelicht en hoofdstuk voor hoofdstuk van de belijdenis wordt veranderd, '

Plechtig bezegeld .met die echt ethische woorden: de gemeente heeft het nooit anders beleden!

O, alles gaat zeo ernstig en zoo deftig. Neen — er schijnt in 't minst geen gevaar te bestaan, dat de ethische zal afwijken van „het geloof der gemeente", van de gereformeerde opvatting aangaande de Schrift.

Natuurlijk, zoo zegt Dr. Barger op blz. 96, wie op geloovig standpunt staat, plaatst zich onder den Bijbel I

Maar .... maar „dit zal hem niet verhinderen, om door een gezonde uitlegging, waarbij ook de wetenschappelijke kennis van den tijd der te-boek-stelling wordt in rekening gebracht, door te dringen tot de oorspronkelijke bedoeling van den schrijver."

Onder den Bijbel dus. Maar met een gezonde (!) uitlegging ew wetenschappelijke (!) kennis komende tot een opvatting... die heel toevallig juist vierkant in strijd is met de gereformeerde opvatting.

Die dan ook niét gezond en niet wetenschappelijk is!....

Want zóo deftig is de ethische niet, of dat laat hij den gereformeerde elk oogenbiik voelen, dat deze er geen gezonde uitlegging en geen wetenschappelijke kennis op na houdt.

't Zou wat! 't Is éen stuk „bekrompenheid en achterlijkheid" zou Ds. Hulsman zeggen.

Ja, mijn vriend, zoo gaat. het. En dit is nog maar van den kalm-ethischen Utrechtschen predikant Dr. Barger.

Maar Ds. Hulsman spreekt ons van Dr. Gerritsen en anderen, wat nog andere dingen in het licht brengt.

Maar, mijn brief is al weer te lang. Gegroet. D.V. de volgende week meer,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 januari 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Brievenbus.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 januari 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's