Uit de Pers.
„Zwijgend" getuigen?
Onder dit opschrift kregen we onlangs een hoofdartikel uit 't Friesch Dagblad onder de oogen, dat op de kerstening der Indische bevolking betrekking heeft, en dat we om zijn groote belangrijkheid in zijn geheel overnemen:
't Verschil kwam weer openbaar. Tusschen anti-revolutionairen en chr.-historischen, inzake onderwijs.
Dè.t achten zij het eenig gewenschte, het eenig gepaste, het eenig noodige voor ons volk. Dat achten ze óók gewenscht, gepast en noodig voor Indie en een machtig middel om de kerstening der Indische bevolking te bevorderen.
Maar over 't middel verschillen zij. Dat is nooit verbloemd.
En ook nu kwam het weer uit. Dr. Kuyper bepleitte, ook voor Indië, het beproefd gebleken program : Het bijzonder onderwijs regel, het openbaar onderwijs aanvulling.
Nieuw is dat programma niet. Nogmaals herinnerde De Standaard er aan, hoe Groen van Prinsterer meer dan veertig jaar geleden dezen regel stelde, toen het bijzonder onderwijs nog in zijn eerste opkomst was.
De chr.-historischen willen ook wel de bijzondere school het leven mogelijk maken, maar hun hart hangt toch aan de «christelijke overheidsschool.« Zij willen, gelijk zij zeggen, de openbare instellingen niet aan het ongeloof prijs geven.
Dat verschil zit diep.
Onnoodig te zeggen dat wij, anti-revolutionairen, hierin volkomen met Dr. Kuyper en Groen van Prinsterer homogeen zijn en dat we ten alle tijde bereid bevonden zullen worden om deze onze gedragslijn te verdedigen. Voor het oogenblik kunnen we daarvan afzien. Het is al zoo dikwijls geschied.
Een van onze hoofdmotieven is wel déze, dat het niet anders kan of het christelijk-tintje van de openbare school moet al meer verbleeken en het christendom, van merg en pit beroofd, wordt er een smakeloos zout, waard om op den mesthoop geworpen te worden.
De eerste helft onzer 19de eeuw heeft het in ons eigen vaderland genoegzaam geloond.
Dit gevaar en dit bezwaar bestaat nóg in even sterke mate.
Voor Indië zelfs veel erger nog dan voor Nederland. Hier steunt dan zulk een christendom nog op de christelijke traditie; vindt in vele streken nog een aanknoopingspunt bij ons volk; vindt nog min of meer een kring; waarin het voortleven kan.
Maar in Indië....In onze Indische maatschappij ?
Zelfs wat er positief-christelijk is, heeft er al zooveel moeite, om zich staande te houden ... wat zal dan een christendom, dat den heiden niet stooten en den mohammedaan niet ergeren mag ?
Zal dat zijn omgeving veranderen ? Zal het niet veeleer door die omgeving worden verstikt ? Eén groote teleurstelling geven.?
Uit het scherpe artikel, waarin de Nederlander zich stelde aan de zijde van dr. De Visser tegenover dr. Kuyper, nemen we éen langen zin, die op zichzelf een program is en heel dit streven in al zijn onmogelijkheid laat uitkomen.
«Evenmin als de sociaal-democraten den grooten invloed, dien zij door hunne denkbeelden overal waar zij verschijnen, ook in de scholen, bewust of onbewust, weten uit te oefenen, al stichten zij geen sociaal-demotratische scholen, ja, al ontkennen zij dien indirecten invloed opzettelijk uit te oefenen, — zien ook wij den machtigen invloed voorbij, die waarlijk Christelijke onderwijzers in hun ojngeving, ook in de 'school kunnen en mogen uitoefenen, omdat zij staan oji den bodem der Christelijke kerk, al staat hun, in vele plaatsen, directe verkondiging der feiten, waarop de Christelijke kerk berust, niet vrij.«
Lees dit nu eens driemaal over. Geef er u goed rekenschap van. Waar komt dit op neer ? Waarop anders dan op den bekenden zwijgende getuige ?
Waarlijk — zóo iets, hadden we van De Nederl. toch niet gewacht!
Dat dit blad de «christelijke staatsschool» niet onmogelijk acht, wisten we. Maar dan toch altijd, meenden we, een staatsschool, waarop in den geest der bevolking van den Christus mag worden gesproken
Ook dat schijnt reeds prijsgegeven!
Hier worden indirect christelijke onderwijzers aangespoord, om te gaan dienen in een school, waar hun — 'tis haast niet te gelooven — directe verkondiging der feiten, waarop de Christelijke kerk berust, niet vrij staat.
Waar ze dus zwijgen moeten. Zwijgen van den Christus Gods. Zwijgen van zijn wonderbare geboorte; van zijn verzoenend lijden en sterven; van zijn glorierijke opstanding; van zijn opvaren ten hemel; van zijn wederkomst ten oordeel.
«Directe verkondiging» dezer feiten staat', hun niet vrij. Hoe een indirecte verkojidiging mogelijk zou zijn, is moeilijk te vatten.
«Zwijgend getuigen, * wat in den grond der zaak hetzelfde is als «metterdaad verloochenen.» Wijl het den waarachtigen christen onmogelijk is, bij zijn opvoeding te zwijgen van zijn Heiland.
Zóo iets in de hand werken ? Als 'top de uitvoering aankomt, dat gelooven we nóg, zou ook De Nederl. zeggen: Neen !«
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 februari 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 februari 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's