De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voor Jong en Oud.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Jong en Oud.

4 minuten leestijd

Een heerlijk Verbond.

door P. BROUWER.

3) (Auteursrecht voorbehouden).

Met zijn leger trok hij her-en derwaarts, maar Alva volgde weer de beproefde taktiek van. '68, liet zich niet lokken in 't open veld ... en toen wederom de herfstwind door 't gebladerte gierde, moest de Prins zijn leger afdanken.

Thans is hij, met zestig ruiters op weg naar Holland. Over land kan hij zijn provincie al niet meer bereiken: de Veluwe wemelt van Spaansche soldeniers! Maar de inwoners van Enkhuizen hebben raad geschaft; op de Zuiderzee zijn de Geuzen nog de baas; de Enkhuizenaars hebben eenige galeien naar Kampen gezonden — daar zal de Prins zich inschepen; in Holland zal de strijd worden beslist.

't Is een herhaling van '68! Maar tóch ook: welk een verschil! Terneergeslagen is Oranje, maar niet moedeloos. Teleurgesteld, maar niet verbitterd!

Het goud is in den smeltkroes geweest en 't is er gelouterd uitgekomen. Deze vier jaren hebben Willem van Oranje gevormd tot den held des geloofs, die het David nazeggen durft: „Met mijn God dring ik door een bende en met Hem spring ik over een muur."

Aan zijn broeder Jan schrijft hij thans: „Ik begeef mij naar Holland, om daar af te wachten, wat het God behagen zal over mij te beschikken, of er mijn graf te vinden."

Hij heeft zich met lijf en ziel gegeven in de hand des Heeren!

Het was, gelijk hij het aan zijn trouwelooze gade, Anna van Saksen geschreven had, eer hij deze nieuwe poging tot bevrijding der Nederlanden begon: „Ik heb besloten mij in dé handen van den Almachtige te stellen, dat Hij mij moge geleiden, waarheen het Zijn welbehagen is, dat ik gaan zal..."

Dit was het geheim geworden van Oranje's onverwinb're kracht: 'k Heb met den Heer der Heeren Een vast verbond gmaakt I Het was een weg door de diepte!.

Wij, na drie en een halve eeuw, zijn 't zoo gewend geworden te spreken over de „heldendaden" onzer vaderen, dat we 't ons moeilijk kunnen indenken, hoe groot wel hunne benauwdheid was, hoe hun alle hoop op redding was afgesneden, hoe zwaar hun geloof werd. op de proef gesteld!

Zelden is een menschenkind door zyn God in .zooveel nood en bekommernis gebracht, als prins Willem van Oranje in de eerste jaren van den vrijheidskrijg. Dubbele genade was er noodig, om waar hij met den aartsvader weenend klagen moest: Al deze dingen zijn tegen mij ! toch als een David zich te sterken in den Heere, zijn God; vast te vertrouwen op den Almachtige, als ziende den Onzienlijke.

Wateren eens vollen bekers werden hem uitgedrukt!

Een eigen gezin had hij niet meer; huiselijk geluk kende hij niet! Zijn oudste zoon, Filips Willem, werd nu reeds vijf jaren in Spanje gevangen gehouden; werd er verroomscht en verspaanscht. Hij was 's Prinsen eerstgeborene, 't beginsel zijner kracht... hij was voor altijd verloren, hoe ook 't hart van den vader schreide om zijn geliefden zoon!

Maria, zijn oudste dochter, aan wie hij „aanspraak" had kunnen hebben, durfde hij om den nood der tijden niet in Holland te laten komen. Zij vertoefde met de kinderen zijner tweede vrouw op den gastvrijen Dillenburg.

Zijn tweede vrouw zélve, Anna van Saksen, maakte 's Prinsen beker boordevol! Haar gedrag was schandelijk: Steeds meer gaf zij zich aan haar ondeugden over; door dronkenschap bracht ze schande over 's Prinsen goeden naam; ze weigerde met hem samen te leven; in een kruipend schrijven had ze zelfs gebedeld om de gunst van Alva en door openlijke echtbreuk had ze de trouw geschonden, zoodat de vijanden in haar gedrag een onuitputtelijke bron hadden öm den Prins met schimp en spot te overladen.

Hij, de rijkste onder de rijken, ging nu gebogen onder de schuld!

Zijn verblijf nu in deze dan in gene stad, was armelijk. Soms' ontbrak het hem aan het noodigste. Een hofhouding, hoe bescheiden ook, kón hij niet bekostigen; ja, 't gebeurde dat hij ernstig ziek lag zonder iets dat naar behoorlijke verpleging geleek !

Maar dit alles was nog het ergste niet. Smartelijk had hij 't ondervonden, dat de mensch, die op prinsen en wereldgrooten zijn vertrouwen stelt, bedrogen uitkomt.

Ja, toen hij nog in Brussel woonde en aan 't hoofd der oppositie stond — toen hadden zich vele honderden van de edelsten des lands om hem heen geschaard, die bij zang en beker op Granvelle scholden en voor Oranje kozen.

Maar toen 't bittere ernst werd; toen het er op aankwam, om zijn eigen ziel in zijn hand te stellen ; toen de papieren van Spanje met den dag rezen, — toen waren slechts weinigen getrouw gebleven en hadden schier alle. aanzienlijken zich voor Alva verdeemoedigd, hadden ze de knie gebogen in de Mis en de hand gekust van den geweldenaar.

. . {Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Voor Jong en Oud.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's