Uit het kerkelijk leven.
Rotterdam
Donderdag 8 Febr. j l. zijn bij de verkiezing van 71 Gemachtigden in het Kiescollege te Rotterdam al de candidaten van de Vereeniging „Calvijn" gekozen.
Uitgebracht waren 1229 stemmen; van onwaarde 23 stemmen — alzoo 1206 geldig.
Daarvan verkregen de candidaten van „Calvijn" + 670 stemmen en de candidaten der Ethische Kiesvereeniging + 510 stemmen.
Voorwaar een schoone overwinning voor allen die de Belijdenis onzer Kerk liefhebben.
„Calvijn" wordt wel gezegend bij den arbeid der laatste tijden. Strekke het tot Gods eer en tot zegen voor de Gemeente. De Heere doe in stil vertrouwen en met heiligenijver voortwerken, onder de oud-Hollandsche leuze: „eendracht maakt macht!"
Het Classicaal Bestuur van Dordrecht, dat volgens art. 11 van het Algemeen Reglement mede tot taak heeft „de zorg voor de belangen der Herv. Kerk en de handhaving warer leer", zal weldra moeten beoordeelen of mannen, die publiek belijden de moderne leer te zijn toegedaan en in het publiek uitspreken de rechtzinnige leer niet te willen onderschrijven, tot het ambt van ouderling ' en diaken verkiesbaar zijn.
Nog altijd heeft onze Herv. Kerk een „leer", die niet Roomsch, maar Protestantsch; niet Luthersch maar Calvinistisch; niet Remonstrantsch maar Gereformeerd is.
Daar behoeft de Synode, noch een Classicaal Bestuur over te beslissen — dat is zoo.
De Synode, noch een Classicaal Bestuur heeft uit te maken of die leer goed is — dat behoort niet tot de bevoegdheid van de Besturen.
Noch het een noch het ander wordt dan ook gevraagd van het Classicaal Bestuur van Dordt.
Niet iets beslissen in zake de leer.Niet iets keuren in de leer.
De leer is er. En die leer, die er nu is (goed of kwaad) moet nu in geest en hoofdzaak gehandhaafd worden.
Vooral gehandhaafd, wanneer er een Bestuur op gewezen wordt, dat er in geest en hoofdzaak bij menschen, die tot het ambt staan toegelaten te worden, afwijkingen te bespeuren zijn.
Afwijkingen die men publiek erkent en die men niet wil laten varen.
Dan is het Classicaal Bestuur geroepen uitspraak te doen en te zeggen, of bedoelde personen met de leer der Kerk overeenstemmen of niet — en in het laatste geval moet het Classicaal Bestuur de leer handhaven en de personen in kwestie veroordeelen.
Zoo is — naar we meenen — de positie van de zaak zuiver gesteld.
Zeg nu, dat ge dat eèn ongelukkige regeling vindt — maar daar gaat het niet om,
't Is maar de vraag hoe de zaken nu eenmaal geregeld zijn. En hoe men onder die regeling te handelen heeft.
Wanneer nu de mannen van het Classicaal Bestuur van Dordt mannen zijn, die eerbied voor het kerkelijk Reglement hebben — en de 3 personen, die beschuldigd worden, mannen zijn, die eerbied hebben voor hun modern beginsel, dan is, naar 't ons voorkomt, de zaak niet moeilijk.
Want de leer der Herv. Kerk moet in geest en hoofdzaak beschermd, verdedigden gehandhaafd worden tegen aanvallen, bestrijdingen eu ontkenningen.
Daarvoor is dat woord „handhaven".
En het Class. Bestuur is daartoe geroepen. Terwijl eerlijke moderne menschen zullen willen belijden: wij verschillen principieel van de oude Hervormde leer, neergelegd in de 3 Formulieren van Eenigheid.
Geen rechtzinnig man in de Hervormde Kerk zal ontkennen, dat „de leer" onzer Kerk principieel anti-modern is. En geen modern man zal dat ook willen tegenspreken.
Zet Christus, Gods Zoon, in het midden en de uitspraak is gemakkelijk.
Daar kan nooit, noch de rechtzinnige, noch de moderne zeggen: wij verschillen niet in geest en hoofdzaak.
En „de leer" der Kerk is dan in geest en hoofdzaak anders dan de opvattingen der modernen. Welke „leer der Kerk" moet „gehandhaafd" worden
Men moest in Dordt dus ook eens eenvoudig den duidelijk aangewezen weg volgen. Kalm en waardig de leer der Kerk handhaven.
We zullen dan wel zien wat de gevolgen zijn. De zaken staan tot nog toe — zouden we zeggen — bizonder zuiver. 't Kan nu een eerlijke beslissing geven.
Rechten? Of de Modernen. recht hebben in onze Herv. Kerk en op erkenning van hun rechten mogen aandringen?
Neen! Nooit is onze Herv. Kerk op modernen leest geschoeid geweest. In den aanvang niet. Ook in den voortgang niet.
Hoogstens is er in de dagen van verval door de modernen een plaats veroverd in de Herv. Kerk. Maar ze hoorden er niet. Omdat geest en hoofdzaak van hun leer met de leer der Herv. Kerk, in de kerkelijke belijdenisschriften neergelegd, verschilt. Principieel verschilt. In alles verschilt.
En omdat nooit hun een plaats voetstoots is gegeven. Dadelijk wél betwist. En hoe langs hoe meer betwist. Principieel betwist. In alles betwist.
En daarom zijn het indringers, die nog in de Herv. Kerk bleven.
Wat mét ons gelukkig honderden van de Vrijzinnigen zelf getuigen.
Met de daad der uittreding bewijzend, dat de Herv. Kerk niet de plaats is waar zij thuis hooren en dat de Herv. Kerk niet de Kerk is, die door hen mag worden opgeëischt.
De Herv. Kerk is historisch en rechtens de Gereformeerde Kerk.
De Indische Kerk.
De Indische Kerk ... die bestaat eigenlijk niet. Het is een Kerk... die geen Kerk is. Gemeenten zijn er... die geen gemeenten zijn.
Predikanten zijn er, die preeken, catechiseeren, de sacramenten bedienen, in dienst van den Staat, en dus ... geen predikanten zijn.
De Gemeente weet van geen beroepen, de predikant weet van geen gemeente, hem van Godswege toebetrouwd.
De Staat plaatst ergens een predikant; verplaatst hem dan weer; alles zonder dat de Gemeente er iets in te zeggen heeft.
't Is daar een Kerk ... die geen Kerk is. Wat ieder weet.
Wat ieder verkeerd vindt. Maar niemand schijnt te weten hoe het nu worden moet.
Wij zien met belangstelling uit' naar het rapport van de Staatscommissie, die voor deze zaak benoemd is geworden.
Leide het tot vrijmaking van de Indische Kerk, indien dat mogelijk is.
De opvoeding Staatszaak?
De Grieksche wijsgeer Plato (427 —347 voor Chr.) leerde, dat alles er om den Staat was.
Buiten de burgerplichten waren er dan ook geen plichten voor den mensch.
En de Staat zelf moet, om zijns zelfs wil, den burgers die plichten zoo goed mogelijk leeren.
De opvoeding is dan ook, volgens Plato, Staatszaak. In den Staat vindt de mensch alleen het ware geluk.
En de Staat heeft den plicht en het recht om den burger te dwingen zich gelukkig te laten maken in den weg, waarin de Staat weet dat het geluk te vinden is.
Juist dus wat het Liberalisme gedaan heeft in de Openbare School
De liberale Overheid zei waar bet geluk te vinden was. De liberale Overheid bouwde scholen. De liberale Overheid dwong de burgers hun kinderen naar die scholen te zenden. Én zoo overtuigd was de liberale Overheid van dat Staats-geluk van hare burgers, dat zij niet duldde, dat er andere scholen naast of tegenover de openbare schooi kwamen,
Eén Staatsschool. Zonder Bijbel. Dat is de weg. voor de burgers om gelukkig te worden.
En de liberale Overheid had den plicht en het recht om al de burgers in die school dwingend saam te brengen.
Men bond heel het volk aan die school vast. En ging toen zeggen, dat heel de natie aan die school gehecht was ...
Men moet maar durven!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's