Ned. Herv. Jongelingsbond.
Rooster van Werkzaamheden.
A. Bijbelbespreking,
Gen. 2: 18 tot einde.
Vers 18. a. Inhoud vs. 18—25: God maakt uit den eersten mensch eene tweede, bij den man de vrouw, en regelt de betrekking tusschen beide.
b. Vrouw geschapen na den man, dus nadat het verbod gegeven was. Man reeds dus hier gesteld om 't gebod Gods te leeren en de vrouw om het van God door hen te ontvangen. Satan keerde deze ordening Gods om. Hoofdst. 3 : 6.
c. Uit dit vers de instelling van het huwelijk Werk beknopt uit volgende punten: Het huwelijk een goddelijke instelling — een gewekte behoefte — een verbond der liefde — een onderlinge hulp — een beeld van 't geestelijke.
d. Beschrijf zeer beknopt, de emancipatie der vrouw als eene afwijking der moderne wereld om deze instelling, als eene miskenning van den aard der vrouw, een verderven van den huwelijkszegen.
Vers 19. a. Waarom moest Adam den dieren namen geven.
b. Denk tevens aan 't volgende: Wat ons eigendom is geven we onzen naam. Ouders naamgevers der kinderen, uitvinders aan uitvindingen.
c. Naamgeving aan Abraham — Sarai — Jacob — (de veranderingen)
d. Voorts alle geloovigen nieuwe namen ontvangen. Vers 20. a. Dte naamgeving niet willekeurig.
Adam dus 3 heerlijke gaven ontvangen: heerschappij over de aarde, verstand of kennis of wetenschap om gepaste namen te geven, en de spraak.
b. Vraagt men welke spraak, dan waarschijnlijk de Hebreeuwsche (Starke).
c. Dieren in tweeërlei geslacht. Door die naamgeving bemerkte Adam dat hem iets ontbrak.
d. »Eer ze roepen zal ik antwoorden», zegt de Heere; Hij zal dus Adam helpen. Tevens blijkt, dat hij bij 't gedierte niets zag, dat hij naast'zich kon hebben. De mensch staat verre boven't redeloos dier.
e. Adam gevoelt de eenzaamheid: daardoor aan den man de vrouw, a'an de geloovigen de gemeenschap der heiligen, aan de in Christus gestorvenen het eeuwig paradijs.
Vers 21. a. Calvijn teekent bij dit vers o.a.aan;
»God heeft den mensch geschapen, mannelijk en vrouwelijk heeft Hij hen geformeerd. Op deze wijze is Adam herinnerd, zijn vrouw als zijn beeld te erkennen, en Eva op haar beurt, dat zij zich vrijwillig den man zou onderwerpen, als uit hem genomens.
b. Zie Job 4:13. 't Nieuw maken van den Heere.
c. Maar daarbij de eenheid naast de grootste verscheidenheid. Adam degene, in wien het geheele menschdom bestaat, één Middelaar, de Verlosser zoowel van man als vrouw.
d. Zes voorbeelden uit de Schrift, dat op den slaap een wonder volgde: a. van Adam, b. 1 Kon. 19,
c, Jona 1, d. Matth. 8, e. Hand. 12, f. Hand. 20. Zie ook Ps. 127 : 2.
Vers 22. a. 'Bouwen'. opmerkelijk gekozen. Van dat Hebr. banah zijn de woorden ben bet. zoon en bath bet. dochter, af te leiden.
b. Zie Cor. 11: 8.
e. Adam niet naar eigen willekeur een vrouw, maar door God toegebracht.
Daaruit blijkt des te meer de heiligheid van den huwelijken staat, wijl God de auteur er van is. Veroordeeling Pausdom enz.
d. Let even op: de man het werk van den Schepper, de vrouw van de Voorzienigheid.
Vers 23. a. 5:1, 19:12, 13, i.Kron. 11:1. Zie Gen. 29 ; 14, Richt 9:2, 2 Sam.
b. Ook Mal. 2 : 14, Ephez. 5 : 30, 31.
c. Een innerlijke stem zegt het hem, zijn nachtgezicht en wondervolle ontroering is hem daardoor verklaard. God toen geopenbaard; deze is de begeerde mijner ziel, de bruid waarnaar mijn hart met onbestemd verlangen onbewust had uitgezien. Hij gevoelt zich met haar éen, door geestelijke gaven verwant. Niet gelijk hijzelf, zal zij onmiddellijk aan de aarde doen denken. Men zal haar Manninne heeten. Want van den man is deze genomen (van Ronkel).
d. Adams lofzang is vers 23.
Vers 24. a. Lees bij dit vers Matth. 19:5, v.v. Mark. 10:7, Ef. 5 : 22 tot 32, 1 Cor. 6:16.
b. De weduwe of weduwnaar, die waarlijk gehuwd was, kan eerst recht gevoelen, dat hetgeen verloren werd, een tweede ik was.
c. Hoeveel te meer moet Christus boven vader en moeder bemind worden door hen, die éen met Hern geworden zijn door het geloof.
d. Wat men ook bewere over afstamming, het niet uit éenen bloede voortkomen, wij blijven ons vasthouden aan Hand. 17:26, en wel uit eenen, van wien het »zéer goed« door God zelven kon worden getuigd.
Vers 25. a. Waarom konden Adam en Eva naakt zijn?
Waarom-wij kleeding? Zie Rom. 7 : 18. b. Naaktheid van Adam en Eva, der armoede (Jak. 2:15), Van Laodicea (Openb. 3:17), van den tollenaar (Matth. 5:3, Luc. 18:13), van Christus (2 Cor. 6:10, Fil. 2:7), der eeuwigheid (Openb. 17: 6).
c. Het kleed der onschuld het reinste, het schoonste, het dichtste.
Werk punt b en c beknopt uit.
d. Slot, De mensch is nu in zijn beroep; naast zich heeft hij een deelgenoot en om zich heen eene tot zijn dienst en tot zijne vreugde geschapen plantenen dierenwereld. Welk een liefelijk, van goddelijke zegeningen overvloeiend begin! Onder de paradijsboomen is er slechts éen, achter wiens schrikwekkende schoonheid de dood loert; deze éene is den mensch verboden, opdat hij aan de macht des doods niet onderworpen worde, maar in gehoorzaamheid overwinne. Het is nu mogelijk: 1e. dat de mensch in den goeden staat, waarin hij geschapen is, blijft, en dien door onderwerping van eigen wil aan den goddelijken bevestigt. Het is verder 2e mogelijk, dat deze ondergeschiktheid aan God hem ondragelijk wordt en hij uit eigen beweging zijn eigen ik, in opstand tegen het goddelijke doet gelden. Het is 3e mogelijk, dat hij, verleid door eene reeds aanwezige macht des boozen, den goddelijken' wil uit het oog , verliest, en, verlokt door de bekoorlijkheid van het. verbodene, tot ongehoorzaamheid vervalt. Deze laatste mogelijkheid zien wij in het volgende hoofdstuk tot werkelijkheid worden. (Derlitzsch).
B. Vraagbespreking.
C. Kerkgeschiedenis.
Les 3 uit het handboekje.
Bloedgetuigen:
a. Polycarpus, bisschop van Smyrna.
b. Ignatius, bisschop van Antiochië.
c. Justinus, de martelaar.
B. te H.
Ons Rooster.
Terwijl we den bewerker van het Rooster der werkzaamheden zéér dankbaar zijn voor de moeite aan dezen arbeid besteed en voor de liefde en ijver hierbij aan den dag gelegd, zijn we nieuwsgierig om te weten of dé verschillende vereenigingen van dit Rooster ook gebruik maken en wat hun oordeel over deze handleiding is. Het zou ons hartelijk verheugen wanneer men algemeen dankbaar dit Rooster van werkzaamheden volgde en gebruikte.
Mogen wij daarom vriendelijk vragen of alle vereenigingen eens een antwoord willen zenden op deze 4 vragen:
a. Gebruikt u het Rooster.'
b. Volgt u het zooals in »De Waarheidsvriend» telkens wordt aangegeven?
c. Zoo niet, waarom niet?
d. Zoo wel, vindt u er dan ook iets in, dat aar uw meening anders moet wezen of anders moest worden?
DE BONDSVOORZITTER.
Vergaderingen.
ZEIST. Op Dinsdag 20 Febr. a.s. hoopt D.V. Ds. de Bruin van Veenendaal voor de afd. »De Heere is mijn Banier« een feestrede te houden, bij gelegenheid van de herdenking van haar 48-jarig bestaan. Geve de Heere nog een verbeurden zegen. Woensdag 21 Febr. hoopt de afd. in jaarvergadering, (eenigszins feestelijk) saam te komen.
De aangesloten afd. gelieven dit tevens als een uitnoodiging tot bijwoning te beschouwen.
DE CORRESPONDENT.
MONTFOORT. Woensdag 21 Februari hoopt voor onze Jongel. Vereen, alhier op te treden de WelEerw. Heer Ds. IVI. van Grieken van Delft in de Herv. Kerk des avonds te 61/2 uur. Het onderwerp, door Z.Eerw, alsdan te behandelen, is nog niet bekend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's