Ned. Herv. Jongelingsbond.
Ons Insigne.
Van onderscheidene Vereenigingen kregen we bericht aangaande het ontwerp van ons Bonds-insigne, Meestal zéér instemmend met de symbolische voorstelling.
Maar waarom zendt nu niet iedere Vereeniging even een brief of briefkaart?
Veenendaal vestigt de aandacht op déze kwestie: wat is de voorzijde en hoe moet het insigne gedragen worden? — Voorgesteld wordt dan door Veenendaal: ons insigne worde twee knoopen naast elkaar op een speld bevestigd, dan worden beide figuren gezien en er komt tevens een duidelijk onderscheid tusschen óns insigne en de insignes van andere bonden.
Wat denkt men hiervan? Eén Vereeniging keurt het af, - een bijbeltekst op de jas te dragen Dat deden de Farizeën ook, zegt men. Een andere Vereeniging wil de Davidsfiguur niet toepassen op onzen Bond. Dat is te hoog gemikt, zegt men. Wij voelen deze bezwaren niet. ~ Intusschen verwachten we van alle Vereenigingen eenig bericht.
« Onze Progaganda .
Hoe staat het met het bezoeken of aanschrijven van - die Vereenigingen, die in onze naaste omgeving gevonden worden en bij geen Bond nog zijn aangesloten ? Zijn er al enkelen van bezocht? En voor onzen Bond gewonnen? We hoorden er nog niets van.
Over de Bibliotheek.
Van de Afdeeling Zuid-Holland van den Nederlandschen Bond van Jongel. Vereenigingen op Gereformeerden grondslag ontvingen we den 6den Zendbrief, die handelt over «de Bibliotheek. Wij zijn voor deze attentie zéér gevoelig en houden ons aanbevolen voor dergelijke «Zendbrieven.» Staan onze Bonden naast elkaar en geenszins tegenover elkaar, ons kleine Bondje wil gaarne profiteeren van de levenswijsheid van den grooten Bond, die zich zoo krachtig in ons Vaderland ontwikkeld heeft. Over den inhoud van den Zendbrief D.V. de volgende week.
DE BONDSVOORZITTER.
Rooster van Werkzaamheden.
A. Neder 1. Geloofsbelijdenis.
ART. 2.
De inhoud van ons Art. is.... Zie ons handboek bladz. 148. Naar aanleiding hiervan verdeelen we ons art. in 4 deelen. a. Wij kennen Hem door twee middelen. Ten eerste door de schepping, onderhouding en regeering der geheele wereld.
b. Overmits dezelve voor onze oogen is als een schoon boek, in hetwelk alle schepselen, groote en kleine, gelijk als letteren zijn, die ons de onzienlijke dingen Gods geven te aanschouwen, n.l. Zijne eeuwige Kracht en Goddelijkheid, als de apostel Paulus zegt, Rom. 1:20
c. Welke dingen alle genoegzaam zijn om de menschen të overtuigen en alle onschuld hun te benemen.
d. Ten tweede geeft Hij Zichzelven ons nog klaarder en volkomener te kennen door Zijn heilig en Goddelijk Woord, te weten, zooveel als ons van noode is in dit leven tot Zijne eere en de zaligheid der Zijnen.
Uitwerking dier deelen. a. Dat er een God is weten we, door middel van de natuur, uit de ingeschapen kennis, waaronder we verstaan Zulk een aangeboren overtuiging van een Godheid wordt er in alle menschen gevonden, want ... (nu 't bewijs zie bladz. 149 onderaan en verder 1-2-3-4.)
b. Ook weten we dat er een God is, door middel van de natuur uit de verkregen kennis, waaronder we verstaan... zie bladz. 151 onderaan.
De Schrift leert ons de schepping, onderhouding en regeering der geheele wereld een schoon boek te zijn, om er Gods eeuwige kracht en Goddelijkheid uit te ontdekken en wel vooral in Ps. 19: 2—7. Ps. 104, Ps. 8.
Lees bladz. 152—153—154—155—156. Uit 't vorige valt veel. te leeren ... . zie bladz. 156 onderaan 1—2—3.
c. We merkten, dat er is eene Openbaring Gods in de natuur. Die natuur zagen we als een boek, waarin de schepselen de letteren zijn, die ons spreken van de onzienlijke dingen Gods.
Nu moeten wij echter wat die natuurlijke Godskennis betreft, waken tegen twee uitersten.
Wij kunnen haar onderschatten. Dat blijkt daaruit dat er vele menschen zijn die de natuurlijke Godskennis van nul en geener waarde achten te zijn. Soms wordt beweerd, dat een kind van God zich daar niet mee mag bemoeien. Of zoo hij het doet, niet recht staat voor God. Denk nu eens aan 't verbond dat God met Noach oprichtte. Zie ook eens Hand 14, en denk voorts aan de vele vruchten die die algemeene goedertierenheid Gods afwerpt.
Ten tweede mag men haar niet overschatten. Dat geschiedt soms door hen die meer of min op rationalistische wijze meenen, dat zij met het natuurlicht der rede, den Heere, uit de Openbaring die Hij van Zichzelf in de natuur gegeven heeft, genoegzaam kunnen leven. Volgens dezulken is het licht der bijzondere Godsopenbaring dus overbodig. Wij moeten ook daartegen waarschuwen. Heidenen, met zeer groote gaven, nooit tot het licht gekomen.
d. Voorts blijkt uit 't voorgaande, dat al wisten wij niet anders van God dan wat de natuur ons van Hem leert, dan zouden we niet te verontschuldigen zijn.
Bijzonder heeft de Heere in het rijk der natuur van zichzelven geopenbaard wat Paulus in Rom. 1 : 20 zegt: Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid. Dus maar enkele deugden Gods.
Vandaar dat we er niet genoeg aan hebben, en dat we om zooveel van God te kennen, als voor ons gevallen zondaren noodzakelijk is, nog een ander boek behoeven, een tweede middel, waardoor de Heere Zichzelf heeft geopenbaard. Niet slechts een natuurlijke, maar ook een bovennatuurlijke Godsopenbaring.
Letten we hierbij op : a. Die bijzondere Godsopenbaring is, noodzakelijk geworden door de zonde, waarom.?
b. Vruchten dragen, die Gode tot eer en ons zelven tot zaligheid zijn kan de natuurlijke Godskennis niet, wanneer had zij dit wel gekund ?
c. Kennis van een Verlosser van zonden, van een Zaligmaker van zondaren biedt de natuur ons niet.
d. Om den eenigen Naam, die onder den hemel tot zaligheid gegeven is, te leeren kennen moest de Heere Zich nader bekend maken.
Ja klaarder en volkomener. Waarom ? Waarom niet op. zijn klaarst en volkomenst? Lees hierover blz. 158 tot einde.
Eindig met het antwoord van blz. 148 op de vraag ïHoe behoort gij de waarheid in dit Artikel vervat, te bezichtigen?
Gebruik uw handboek "Sions roem en sterkte" zoo U in 't bezit er van zijt No. 13, 15, 17 en 19 van »De Waarheidsvriend* tweede jaargang.
B. V r ij o n d e r w e r p.
Behandel een van de volgende onderwerpen: . Aard en doel van Paulus' roeping, naar aanleiding van Efeze 3 : 1—13. Werk de volgende punten uit:1. Aanleiding van Paulus' ambt 1, 2. 2. De aard van de genade hem gegeven 3—5. 3. De bijzondere inhoud daarvan namelijk de opname der heidenen in de Kerk 6, 7. 4. Het doel van Paulus'verkondiging: en rijkdom van Christus bekend te maken 8. 5. Aan alle schepselen Gods plan mede te deelen 9—12. 6. De beteekenis van Paulus' lijden 13. b. Het recht gebruik van Aardsche Goederen. Zie hiervoor Luk. 16:9 en Matth. 19:23—24. c. De Christen tegenover de Wereld. Zie hiervoor 1 Petr. 2:12. d. Genade en Vrijmacht of. Gods handelwijze in de mededeeling Zijns heils. Werk daarover uit Rom. 9:15—18. e. De zonde tegen den Heiligen Geest. Zie hiervoor Matth. 12:31, 32 en 1 Joh. 5:16—18. Lees ook eens na: s. 130:4. Jes. 1 : 18, I Tim. 1: 13, 1 Joh, 1 : 7, Micha 7 : 18—19, Luk. 6 : 37, Ps. 32 : 1, Matth. 12 : 24, Mark. 3 : 30. Ook Joh. 7 : 32 e. v. 8 : 48, 10:20—31, Hand. 4:13—17 e. V. 33:40, 7:51 e. V. Ook Gen. 6:3, Hebr. 3:7—11, Hand. 5 : 1—13, Hebr. 6 : 4, 6, Ook Efeze 4:30, 1 Thess. 5 : 19, Rom. 8:9 en 14.
C. Voordracht.
Schaf eens aan » Van hart tot hart," een bundel gedichten, uitmuntende voordrachten voor de Chr. Jongel. Vereen. Uitgave H. C. A. Campagne en Zoon, Amsterdam. Prijs 50 cent.
Héél mooi zijn o.a. Waarheen ." De schat in den balk. Er is een God. Eerlijk duurt het langst. Een traan. De flesch. De stroopers.
Mooi zijn: In de gevangenis. Vader ging heen. Een trouw dienaar. De dorre bladeren vallen. Vergiffenis. Kreupele Dorus. Een brave zoon.
Ziedaar vrienden, bijna den geheelen inhoud. B. te H.
Den vrienden te Wilnis hartelijk dank voor hun waardeerend schrijven. Het deed me bepaald goed dit te vernemen. Gods besten zegen ook op uw werk toewenschende. B.te H.
Verslagen.
LiNSCHOTEN, 16 Febr. '12. Op uitnoodiging van het Bestuur der Chr. Jongel. Ver. »Obadja« trad Ds. M. Jongebreur van Veenendaal hier op met het onderwerp "Onze Banier*. Aan de hand van Jeremia 50 ; 2 «verkondigt onder de heidenen en laat hooren en werpt een Banier op, laat hooren en verbergt het niet...« sprak Z.Eerw. over deze 3 punten: door wien de Banier moet worden opgeworpen, waarom de Banier moet worden opgeworpen en waar de Banier moet worden opgeworpen.
De niet groote schare volgde deze aangename en zeer boeiende rede met de grootste belangstelling. Moge de Heere het gesprokene kronen met Zijn onmisbaren zegen.
Aan het eind der vergadering werd een collecte gehouden voor bestrijding van de onkosten en voor het Leerstoelfonds. J. BROUWER TZN., Corr.
Correspondentie.
Aan de aangesloten vereenigingen wordt bericht dat zich bij onzen Bond wenscht aan te sluiten de Chr. Ned. Herv. Jongelingsvereeniging onder de zinspreuk: «Zoekt eerst het Koninkrijk Gods"( te Bergambacht.
(Zie art. 8 van het Statuut van den Bond.)
DE BONDSSECREÏARIS.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's