De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ned. Herv. Jongelingsbond.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ned. Herv. Jongelingsbond.

11 minuten leestijd

Rooster van Werkzaamheden.

A. Bij belbespreking over Gen. 3: 1—9.

Vers I. a. Onder de hemelgeesten waren er (Jud. 6), die hun beginsel niet bewaarden, maar hunne eigene woonstede hadden verlaten. Zij zochten ook den mensch mede te slepen in hun val. Lees over hun opperhoofd Openb. 12:9, 20:2, Matth. 12:24, 2 Kon. I: , Joh. 8:44, 2 Cor. 3 en 4.

b . 't Spreken van de slang. Denk er aan dat de mensch op dat oogenblik «de vrees of bangheid « nog niet bezat.

c. In de plantenwereld het voorwerp der verzoeking — uit de dierenwereld verheft zich het werktuig der verzoeking; daarom de vloek over beide. Rom. 8:20.

d. 't Aanspreken der vrouw. Waarom Adam niet ? Zie I Petr. 3 : 7. Eva 't verbod van Adam gehoord.

e. »Is het ook dat God ? " Satan verzwijgt den naam «Heere «. Satan konde God niet als Verbondsgod erkennen en niet als den Getrouwe, daar hij aanstonds God tot leugenaar maken wil. Zie ook Ex. 6 : I—2.

f. Merk de list des Satans op. 't Vragen onder den schijn van belangstelling,

g. 't Wekken van twijfel. Zie verder Jac. 1:6. Vers 2 en 3.

a. Reeds komt een begin der zonde in het hart der vrouw door 't geven van antwoord. Zij toch had kunnen bemerken, dat de spreker niet van den Heere was uitgezonden. De slang wist 't gebod haar niet recht te zeggen.

b. 't Gevolg van 't luisteren. Durft zelf ook den naam van Heere niet te gebruiken. Tevens 't gebod verzwaren. Voorts andere woorden er aan toevoegen, enz.

Vers 4. Lees 2 Cor. 11:3, Joh. 8 : 44. In de eerste plaats moet bij Eva het geloof in den God der Waarheid worden weggenomen.

Maakt daarom 't woord Gods tot een leugen. Nog altijd begint de Booze ongeloof aan Gods getuigenis te werken, en, is eenmaal de twijfel in 't harte gezaaid, dan is de bres geschoten, waardoor hij zijn legio van helpers zenden kan.

Vers 5. ö. De mensch tegen de souvereiniteit Gods op te zetten, die als voor hem zelven bereikbaar voor te stellen, is het doel des Satans, èn omdat hij God haat, èn omdat hij deel-en kampgenooten in zijn bangen en hopeloozen strijd tegen God zoekt. (Ronkel).

b. 't Aan God gelijk zijn. De oorzaak van Satans uitstooting, en toch hetzelfde aanbrengen bij den mensch. Waarom ?

Een halve waarheid en tevens de grootste leugen. c. De Schrift (1 Joh. 2:16) noemt 3 hoofdzonden. 1. De begeerlijkheid des vleesches. 2. De begeerlijkheid der oogen 3. De grootschheid des levens.

In elk van deze drie wordt Eva beproefd: evenzoo de Heere Jezus in de woestijn. Tegenover haar val — Zijne overwinning!

d. Hoogmoed de aanvang der zonde. Zie Jer. 43 : 2, Ps. 19:14.

e. Da Costa teekent bij dit vers aan: De duivel begint met de vraag naar eene waarheid, en voegt er dan een leugen bij; want de duivel wil de waarheid wel, als zij maar dienstbaar is aan de leugen. De waarheid is voor zijne leugen, wat de locomotief is voor de wagon : het middel om ze op de plaats te brengen, waar hij ze hebben wil. Enkel dwaling is ongeloofbaar. De halve waarheid, die in enkel dwaling ligt, maakt haar geloofbaar en aannemelijk voor die niet beter weet. Intusschen kenmerkt de volstrekte ontkenning van het woord Gods: »ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven, " den tegenstander Gods, den Satan volkomen. Doch wordt niet heden nog door zijne dienaren met dezelfde onbeschaamdheid herhaald: »dat heeft God niet gezegd en hebt gij niet te gelooven «. De Schriftverwerping is nóg dé dood voor de ziel. Vers 6. De val. a. Schijnbaar klein vergrijp maar ontzettend groot {a. God tot leugenaar — b. de kiem van alle zonden).

b. De vrouw verleidster — gegeven tot hulpe en leidde hem den dood in. Zie verder Richt. 15:15.

c. Zie voortgang der zonde. Wandelen — staan — zitten zegt Ps. 1. Denk aan Davids echtbreuk en moord. Zie voorts Jak. 1 : 14 v.v.

d. Zou Adam gegeten hebben en haar niets gevraagd of gezegd? Zie 1 Tim. 2:11 v.v. Rom, 5:12, 14 en 15.

e. Mozes geeft hier 't antwoord op de vraag, die zoo vele wijsgeeren heeft bezig gehouden: Vanwaar de zonde ? Verloren door 't eten van verboden spijs, terug ontvangen door ... Zie Joh. 6:51.

Vers 7. a. Calvijn teekent bij dit vers aan; Nog zijn zij niet geroepen voor de vierschaar Gods; niemand is er nog die hen benauwt. Het gevoel van verlegenheid, hetwelk hun eigener beweging overvalt, is dit niet een zeker bewijs voor hunne schuld?

b. Slang had opening der oogen, kennis van goed en kwaad beloofd. Het eerste bemerkten zij hunne naaktheid. Zij schamen zich voor zich zelf. Zie hoofdst. 2 : 25. Toen schaamden zij zich niet. 't Was dan ook niet gemis aan dekking maar het gemis van God, Het ontwaakt geweten pijnigt, en de mensch zoekt een oorzaak buiten zijn eigen kwaad,

c. De Heere een verbond opgericht met Adam ; zie hierover Hozea 6 : 6 en 7. 't Werkverbond. Men denke echter bij 't woord verbond aan niets anders dan aan eene goddelijke beschikking, waarbij voorwaarde en belofte van God uitgaan.

d. Is de schending van het verbond door Adam ook naar Gods eeuwig besluit. Denk aan Herodes — Pilatus Hand. 2:23, 4:26 v.v.

e. Vijgebladeren beeld geworden van alle verontschuldigingen en bedekselen.

Vers 8. a. Had de mensch God verlaten — God kan den mensch niet loslaten; de mensch ontrouw aan den eisch des Heeren — de Heere getrouw aan Zijn Verbond.

b. Zij hoorden niet een sprake, maar stem, dat is de klank, het geluid. Zie 2 Sam. 5:24, 1 Kon. 14 15.

c. Hoe kwam de Heere tot Adam ? Zie 1 Kon. 19:11 v.v.

d. Van Lingen teekent bij dit vers aan: Vele zijn de straffen der zonde. Er zijn kwade gevolgen onmiddellijk aan haar verbonden, als: het gevoel van onvoldaanheid ; de vrees vs. 7 ; het sidderen voor God VS. 8, en bij dit alles is nog de uitspraak van den Rechter te vreezen. Dat is dan de wrange vrucht der zonde, dat zij den mensch, voor den God, die de liefde is, doet sidderen! Is het nog heden niet bij de goddeloozen een zich verbergen voor God, als zij alle gedachten aan Hem verdrijven?

B. Vaderlandsche Geschiedenis.

Onderwerp: Een Christenheid. Lees hiervoor aandachtig eenige keeren les 4 uit ons handboek (Vaderl. geschiedenis van de Liefde — Swijnenburg) en maak onder het lezen uw punten. Daarna uitwerken zonder boek.

C. Vraagbespreking. B. te H.

Lezing.

MONTFOORT. Woensdag j.l. had de Chr. Jongelingsvereeniging «Dient den Heere« alhier het voorrecht in een openbare vergadering voor zich te zien optreden den WelEerw. Heer Ds. M. van Grieken van Delft. In de Ned. Herv. Kerk, die door H H. Kerkvoogden daartoe bereidwillig was afgestaan, luisterde een belangstellende schare naar de rede van den spreker, die tot grondslag zijner verhandeling koos Openbaring 18: en 2 en Openbaring 21 : 2 en 3. In deze Schriftwoorden was een machtige tegenstelling : Het Babylon, door menschenhanden gebouwd, dat zich tegen den hemel verheft en Het Jeruzalem, de stad Gods, waarin plaats is voor al het volk des Heeren.

Onder inwerking van Satan was Keizer Domitianus er toe gebracht den Apostel des Heeren, Johannes, naar het rotseiland Patmos te verbannen. Zoo meende hij 's Heeren dienstknecht het spreken te beletten, maar midden door het woelen en drijven van Satan heen wordt nochtans Gods Raad volvoerd: want God openbaart Zijn eenzamen dienstknecht wat met Zijn Kerk geschieden zou, dat Babel zou vallen en Jeruzalem in 't eind heerlijk triomfeeren.

Uitvoerig toonde spreker aan, hoe al-wat mensch was van den beginne af aan aan dat Babel, 't gewrocht van menschelijke kracht en hoogmoed, gebouwd heeft.

De Kaïngroep in een Londensch Museum stelt dat aanschouwelijk voor. Kaïn zelf, door wroeging verteerd, is een gebroken man, die het hoofd moedeloos óp de borst laat zinken. Maar zijn kinderen zullen het leven ingaan, de stof beheerschen en in oorlogsmoed, arbeid en kunst zich het ware leven en de echte levensvreugd verwerven. Zoo aten en dronken zij — tot de zondvloed kwam en hen allen wegnam.

Een later geslacht maakte het niet beter. Het volk van Nimrod, den geweldigen jager, bouwde een stad en een toren, welks opperste moest reiken tot den hemel. En al verwarde God hun sprake, Babel bleef. In later tijd scheen het zelfs over Jeruzalem voor goed te triomfeeren. Zat niet het volk Gods klagend neder aan Babylons wijd uitgebreide stroomen, onbekwaam een der liederen Sions aan te heffen in een vreemd land? Klonk niet van de tinne van Nebukadnezar's paleis dat hemeltergende woord: is dat niet het groote Babel, dat ik gebouwd héb ter 'eere mijner macht ? ( En toch, de ondergang van Jeruzalem was slechts schijnbaar, een tijdelijke nederlaag, profetie van heerlijke overwinning. Want eenmaal zal het nieuwe Jeruzalem, de heilige stad, nederdalen van God uit den hemel.

Nochtans is deze victorie eerst bewaard voor 't einde van den strijd. '— Nu, in dezen tijd, duurt nog altijd de worsteling. De mensch — alleen of in vereeniging met anderen — bouwt aan zijn Babel en God van den hemel verstoort maar steeds den bouw roepende het wederhoorig geslacht tot boete en bekeering. Hij laat 's menschen werk telkens zien als Babel d.i. verwarring, teleurstelling, mislukking.

Wat is het prediken van den klassestrijd anders dan de droom van duizenden misleide arbeiders, die meenen daardoor het goede der aarde te zullen beerven om ten slotte niets anders te vinden dan teleurstelling en verwarring ? Ja elk mensch in èlken stand bouwt aan zijn eigen toren, die ten slotte als een kaartenhuis instorten moet. Alleen wanneer de ontfermende God den mensch op zijn plaats brengt dan leert hij vluchten naar de vrijstad Christus, dan ziet hij voor goed af van den bouw aan 't Babel der wereld, om eenmaal plaats te vinden in hèt Jeruzalem dat Boven is, welks Kunstenaar en Bouwmeester God is. En vooral jonge menschen wil de Heere in deze zoo ernstig waarschuwen en zoo vriendelijk lokken o.a. ook op de Jongelingsvereenigiging.

De collecte, die gehouden werd, was deels voor het Leerstoelfonds, deels voor de Jongelingsvereeniging te dezer plaatse; die voor het Leerstoelfonds bracht op f 41, 5:1/3 en die voor de Jongel.vereen. f 9.75.

Moge het ernstige en bezielende woord van den geachten spreker tot rijken zegen gedijen voor jongen en ouden saam.

Na deze openbare vergadering was er nog een besloten vergadering met de jongelingen en afgevaardigden, in welke vergadering Ds. van Grieken, onze Eere-Voorz. Ds. Boonstra, de Kerkeraad en de Kerkvoogden mede tegenwoordig waren. Opstel en gedichten werden tot afwisseling voorgedragen. *

DE CORRESPONDENT.

Verslagen.

ZEIST. Dinsdag 20 en Woensdag 21 Febr. mocht de Chr. Jongel. vereeniging «De Heere is mijn Banier« door Gods goedheid haar 48sten verjaardag feestelijk gedenken.

Dinsdagavond sprak Ds. J. de Bruin van Veenendaal de feestrede uit en wel over het onderwerp »Het kruis «, daarbij sprekende i. over het» kruis en den Christus, 2. het kruis en de wereld, en 3 het kruisen den Christen. «

In Ezechiël 9, zoo zegt spr , ziet de profeet een man met een schrijvers inktkoker, die een teeken maakt op de hoofden der lieden, die zuchten om de gruwelen der stad. Dit teeken was een-kruis en wordt beschouwd als een heenwijzing naar Christus' kruis evenals het bloed aan de deurposten in Egypte. Het kruis was voor Christus een folter en schandpaal.

Komende aan het 2e punt, zegt spr. dat het kruis der wereld een ergernis en der wetenschap een dwaasheid is. En toch heeft de wereld geen rust. De smart is niet weg te cijferen en te verklaren. De man der wetenschap weet geen oplossing te geven bij het probleem der smart, dat zonder Golgotha, ook nimmer op te lossen zal zijn.

Bij het 3e punt wijst spreker er op, hoe het kruis ons geen afgodische vereering leert,  maar diepe verootmoediging, dat Christus door onze schuld alzoo moest lijden. Zij het kruis ons ten teeken op onzen geheelen levensweg en onze roem en sterkte alleen in het schandhout van Golgotha.

Met zeer groote belangstelling had de verg. deze rede aangehoord en de voorz. bedankte den spreker hartelijk voor zijn schoone lezing, die zoo veel goeds bevatte.

Woensdagavond werd door leden en genoodigden het eigenlijke Jaarfeest gevierd. De opstellen, zooals: de val; het ideaal der J. V.; Elia, de Profeet Israels; het jaar 1813; het leven en sterven van vader Smijtegeldt e. a. getuigden van den werklust der leden, terwijl ernstige en luimige voordrachten, muziek en zang de stemming niet weinig verhoogden, waarbij dienende Martha's een en ander, ronddeelden wat zich goed liet smaken.

Het was ons een waar genoegen, onder een 7-tal afgevaardigden ook een 2-tal Bondsbroeders op te merken, n.l. Veenendaal en Vinkeveen (Huizen had ons per brief hare gelukwenschen gezonden).

Het verslag van den Secretaris getuigde van goeden vooruitgang. Het ledental (27) is nog niet zoo hoog geweest als op 't oogenblik. Met dank aan den Heere mogen wij dan ook op het afgeloopen jaar terug zien.

JOH. TEELA, Correspondent.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ned. Herv. Jongelingsbond.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's