De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

6 minuten leestijd

Zou het waar zijn?

In „De Voorzorg", orgaan van den Chr. Nationalen Werkmansbond, schrijft Dr. Slotemaker de Bruïne, dat er van de opleving van het Gereformeerd beginsel voor onze Kerk en ons volk weinig heil te verwachten is.

Hij doet het dan ongeveer op déze wijze: Er is in verband met , de opleving van het Gereformeerd beginsel" van een dogmatische kwestie te spreken en van een vormnkwestie.

Wat de dogmatische kwestie aangaat: het Gereformeerd beginsel zal geen eenheid brengen maar verdeeldheid, geen kracht maar ondergang. Want de Gereformeerden bestrijden elkaar minstens even fel als ethischen en gereformeerden of als modernen en orthodoxen. De voorstanders van een'voorwerpelijke en van een onderwerpelijke prediking vormen twee groepen, twee groepen van kerkgangers zelfs. Die uitgaan van het Verbond en die uitgaan van de Verkiezing staan mijlen van elkaar. Met vereende krachten vervangt men een ethisch predikant door een confessioneel, om daarna onderling te twisten en bij de volgende vacature de plaats voor een gereformeerde te veroveren. Confessioneelen werken in ethische gemeenten en worden straks voor dit gebrek aan broedertrouw en breed inzicht gestraft met een Evangelisatie van gereformeerde zijde. En indien eenmaal de gereformeerden van den „Bond" de leiding in handen hebben, zoekt een deel der gemeente stichting bij de oud-gereformeörden. Elke opvolgende groep stempelt de vorige als ontrouw of half en wordt straks door de volgende zelf als ontrouw of half gestempeld.

Zoo mogelijk nog droeviger is het, als het gereformeerde door velen bloot in de vormen wordt gezocht. Want een groot deel van onze kerkgangers heeft geen hoofd, geen hart of geen tijd om de verschillen in de leer te verstaan en te onderscheiden en uit te pluizen. En dan oordeelt men eenvoudig maar naar enkele vormen en gebruiken. Dan vraagt men: laat de domine een gezang zingen of niet; gebruikt hij alleen de oude gezangen of ook den vervolgbundel; laat hij de menschen opstaan in de Kerk of niet; laat hij de "wet lezen, zegt hij Heere of Heer — bij welke dingen vele voorgangers de menschen sterken in hun. dwaas oordeelen.

Zoo staat het nu met „de opleving van bet Gereformeerd beginsel", zegt Dr. Slotemaker de Bruine. En daar zal voor onze Kerk en ons volk geen heil uit voortkomen.

Dat kan meenen, wie nooit anders doet dan in een klein kringetje met geestverwanten praten en een paar stichtelijke bladen lezen. Maar wie het opleven van het modernisme ziet; wie opmerkt de voortgaande ongeloofspropaganda; wie acht geeft op den groei van het socialisme; wie naspeurt de ontwaking van een valsch religieus leven in véle kringen, waarbij men niet rekent met de openbaring Gods in Zijn Woord ons gegeven — wie dus zijn tijd wat kent en onder ons volk verkeert, die huivert van zulk een oppervlakkig oordeelen en zulk een onverantwoordelijk gedoe.

De wereld staat in brand en wij hebben tijd om elkander in de haren te vliegen om niets.

De vijandschap tegen Christus trekt samen en wij hebben tijd om ons, om allerlei beuzelingen, in groepjes te verdeelen en elkander te verteren door ouderlingen strijd.

O! indien wij iets zagen van de groote taak, die er ligt, wij zouden tegenover dit kleine gedoe Nehemia's woord tot Saneballat en Gesem gesproken, gaan stellen en zeggen: ik doe een groot werk, zoodat ik niet kan afkomen tot u." Neh. 3:6.

Maar wij doen geen „groot" werk. Wij hebben er zelfs geen oog voor. Daarom hebben we zooveel tijd voor klein gedoe. En zoo zal — als we ons niet bekeeren — onze tijd ons ontglippen.

De groote meerderheid van ons volk is ook wee van het onderling twisten der belijders. Ziedaar een reden van den groei der sociaal-democratie.

Zóo ongeveer spreekt en schrijft Dr. Slotemaker de Bruine.

En ja — helaas! we moeten hem in veel, héel veel gelijk geven. 't Is waar. 't Is helaas! maar al te waar wat hij zegt.

Mochten we de hand maar in eigen boezem leeren steken om de melaatschheid op te merken. Dan is er nog een God die melaatschen reinigen kan en wil.

De twee stokken van Zacharia 11 moeten weer terug komen.

Evenwel — al zouden we Dr. Slotemaker de Bruine in alles gelijk geven, dan verklaren we tevens, dat hij in alles toch ongelijk heeft.

Want toch zal het Gereformeerd beginsel — wat hij niet wil aanvaarden als grondslag en regel voor Kerkherstel en redding van ons volksleven — toch zal dat beginsel voor Kerk en. maatschappij, voor huisgezin en school, voor werkplaats en fabriek het eenige en het ware beginsel zijn, dat heil en zegen kan brengen.

En daarom hebben we behoefte aan gereformeerde professoren, gereformeerde predikanten, gereformeerde onderwijzers enz. enz., wat voor de wetenschap, voor de prediking, voor het onderwijs, voor het sociale en maatschappelijke leven tot een onberekenbaren zegen zijn zal.

Gereformeerd is immers Gods Woord te hebben tot regel voor leer en leven en op élk terrein bekend te maken Gods inzettingen, overal opkomende voor de eere Zijns Naams.

Dat is de weg, waarvan de Heere zegt: „wandel in denzelve en Ik zal u zegenen en u tot een zegen stellen."

Terwijl andere wegen nooit waarachtig heil zullen brengen.

Nooit en nergens. En daarom ja, dat er zooveel droeve verschijnselen zijn bij de opleving van het gereformeerd beginsel in onze Herv. Kerk, dat smart óns diep. Daarbij zullen we in de schuld moeten. Wee die onheilig vuur op het altaar draagt, 't Is gruwelijke zonde voor God.

Maar intusschen zij ons gebed en onze arbeid voor het heerlijk ideaal: de opleving van het gereformeerd beginsel, dat heel ons kerkelijk leven, met al de vertakkingen, tot een zegen zal zijn, waarbij een zegen zal afvloeien op het volksleven.

Feyenoord.

Onze kranige Afdeeling te Feyenoord gaf een propagandablaadje uit, dat we met zeer veel genoegen gelezen hebben.

We hadden er gaarne reeds deze week een gedeelte van overgenomen, maar plaatsgebrek belet ons dat.

D.V. de volgende week.

De Heere sterke onze Afdeeling en onze Evangelisatie te Feyenoord en doe daar het Woord der waarheid en het werk naar Zijn Woord voor velen nog tot zegen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's