Ned. Herv. Jongelingsbond
Rooster van Werkzaamheden
Rooster van Werkzaamheden.
A. Bijbelbespreking over Gen. 3 : 9-17.
Vers 9. a. Vers 9—13 zouden we het verhoor, vers 14—19 de rechterlijke uitspraak kunnen noemen.'
b. De Heere komt het eerst. Moet voortaan altijd de eerste zijn.
c. God riep Adam. Mogelijk' met luide stemme als' Exod:3:4. Deut. 4:12.
d. Wien riep Hij ? Adam d.i. den Adam 'of den mensch, dus man en vrouw. Dus niet de afgev. Engelen. Zie Hebr. 2:16.
e. Waar zijt gij ? Merk op dat Adam zonder naam voor God staat. De Heere had hem dien naam gegeven en nu erkent de Heere hem niet meer voor mensch, dien Hij gemaakt heeft, 't Is een ander wezen geworden.
ƒ. Wist de Heere Adams schuilplaats niet? Zie hiervoor Jer. 23 : 24, Ps. 139 : 7—12.
Vers 10. a. Lees Joh. 3 : 20 tot einde.
b. ' Gevoel van zonde is nog geen waar berouw. Adam verbergt de zonde achter hare gevolgen, de ongehoorzaamheid achter schaamtegevoel. Zie Job 31 :33.
De mensch een verlorene, maar toch ook blijft Hand. 17:28 van kracht. Waarom?
d. Welk verschil hier of een hoofdstuk, vroeger toen Adams grootheid — hier de onttroonde koning, een misdadiger in doodsangst en mei een leugen op de lippen.
Vers II. a. Dewijl niet de naaktheid, maar de schandelijke overtreding waarmede hij zich bezoedeld had, de oorzaak was der vrees, was het gewis een onverdragelijke smaad. God aangedaan, dat hij (Adam) de oorsprong van het leed in de natuur zocht. (Calvijn).
b. Merk op dat God niet loslaat. Hij houdt aan tot de volle belijdenis is geschied.
c. 't Ontwijken van den mensch.
d God blijft vragen niet omdat de oorzaak onbekendis aan Hem, maar om schuldgevoel en belijden te wekken. Gen. 4:19.
Vers 12. a. Zoo verwoest de zonde. Adam klaagt aan, die hem het liefste was op aarde. Noemt haar niet meer vleesch van zijn vleesch enz. maar doet of gelijk 1 Sam. 17:23 hem de vrouw was gegeven.
b. Zie Richt, 9:54. Adam vindt door haar voor zich en zijn geslacht den drievoudigen dood.
c. Ik heb gegeten : Och ware dit het eerste en eenige woord geweest! maar ware schuldbelijdenis kon er niet zijn vóór God genade had gegeven.
Vers 13, a. Eva volgt haar man. Ze werpt de schuld op een ander. Zie 2 Cor. 11:3, Joh. 8:441 Openb. 12 : 13.
b. Uit den grondtekst blijkt duidelijk, dat deze vraag op den toon der diepste verwondering wordt gedaan. Ongetwijfeld ook om daardoor de vrouw èa te brengen tot belijdenis van schuld èn haar er bij te bepalen, dat hare zonde een geheel vrijwillige zonde was. Waarom ?
c. Het «ik heb gegeten» wettigt het vonnis, welke verontschuldiging de mensch ook aanvoert.
d. Vergelijk heel beknopt het eerste en het laatste gericht (de Rechter, de schuldige, het verhoor en de belijdenis).
Vers 14. a. Gods goedertierenheid: Verwachtte de mensch het eerst den vloek, in 't vonnis van de slang verneemt hij een evangelie (vers f5).
b. Tot de slang direct het vonnis.
c. Vloek over de geheele dierenwereld, Rom. 8:19 enz., in 't bijzonder over haar zelf, zie Lev. 11:42, Micha '/:16 enz., Jes. 49:23.
d. In dezen zin wil de uitspraak zeggen, dat de reeds uit het koor der engelen gestorte Satan nu onder alle schepselen werd vernederd en aan den diepsten smaad en de grootste verachting prijsgegeven werd, ! totdat hij ten laatste in den vurigen poel zou gestooten worden. Zie verder Matth. 25:41, Openb. 20:10.
Van Ronkel zegt: Geheel de schepping lijdt omen met den mensch en gaat aldus gebogen onder den vloek Gods. Maar aboven alles vervloekt» is de slang. Niet maar zij alleen draagt het teeken en het onzalig gevolg van Gods rechtvaardigen afschuw, maar zij ook, zij allereerst, zij het meest van alle schepselen. Daarom is zij vervloekt boven al het vee.
Delitzsch zegt: Inderdaad is tegenwoordig onder alle dieren, die een beenderen rif hebben, de slang het eenige, dat op den buik gaat, terwijl de hagedissoorten en andere amphibiën pooten hebben.
Met het gladde slijmspeeksel, waarmede zij haar prooi overtrekt, vermengt zich gemakkelijk aarde, en deze onreinheid moet zij steeds mede eten.
Waarom zoude vroeger de natuur en de voedingwijze der slang niet anders hebben kunnen geweest zijn ? Haar tegenwoordige toestand is het gevolg van een goddelijke omkeering. Even als haar spreken het eerste wonder is van den duivel zoo is deze omkeering het eerste wonder in het geschapene van God.
Vers 15. a. Het woord in den grondtekst geeft meer te kennen dan een natuurlijke vijandschap. Het heeft een zedelijke beteekenis. Bewijs te meer, dat deze woorden niet alleen tot de slang, maar in de slang tot Satan gesproken zijn.
b. Luther zegt hierover: Dit is het eerste Evangelie en de eerste belofte van Christus, op aarde geschied, dat Hij zonde, dood en hel overwinnen en van de slangenmacht ons zaligen zoude; daaraan gelooft Adam met zijne nakomelingen; (Koofst. 5, 6, 10 v. v.) daardoor wordt Hij na zijnen val tot een Christen en zalig.
c. Dit woord, de Moederbelofte genoemd, dewijl uit haar die breede stroom van profetieën zich ontwikkeld heeft, welke op den Christus zagen.
d. Ook het »Paradijs-Evangelie, « omdat hierin niet alleen de kern verscholen lag, van het heerlijke, rijke Evangelie, dat Christus Jezus in de wereld zou komen en is gekomen] om de werken des duivels te verbreken, maar ook omdat daardoor de oneindige rijkdom van de genade Gods schittert, Die aleer Hij de straf aankondigt, komt met een blijde boodschap des heils.
e. Lees eens na hierbij: ebr. 2:14 tot einde. Gal. 4:4 tot einde, Openb. 5 : 6 tot einde. Joh. 12:31, I Joh. 3 : 8.
f. Lees vervolgens ook eens : Zach. 6 : 13, Job. 33 : 24, Openb. 17:8, 21 : 27.
g. Lees de vijf artikelen tegen de Remonstranten en daarvan leerr. 1—7. Deze verkiezing is een onveranderlijk voornemen Gods... enz. enz.
Vers 16. a. Lees 1 Cor. 14:34, 1 Tim. 2:11, 12, Tit. 2 : 5, 1 Petr. 3 : 6.
b. 1 Tim. 2 : 14 enz. Jes. 13 : 8, 21 : 3, Joh. 16 : 21. c. De smart van 't baren een beeld van die der wedergeboorte. Paulus zeide dat hij arbeidde te baren (Gal. 4:9). De geboorte van een geestelijk kind is dan ook alle andere vreugde ver te boven gaande,
d. Hoogmoed deed haar vallen, onderwerping is haar straf.
e. Da Costa teekent bij dit vers aan: Veel heeft de vrouw moeten lijden van de overheersching van den man. Van den vader gekocht, werd zij als slavin beschouwd en behandeld. Nog is haar lot onder onbeschaafde volken te beklagen, en menige vrouw in onze maatschappij lijdt onder de ruwheid van den man. Christus, die een vloek voor ons is geworden, heeft ook hierin verlossing aangebracht, »want waar God gevreesd wordt, daar is juist de liefde en het huiselijk genoegen het gevolg daarvan, dat de vrouw zich door den man laat leiden. En is dat ook niet het beeld van de betrekking der gemeente tot Christus ? Christus is de man; de gemeente de vrouw, die Hem moet gehoorzamen, niet uit vrees, maar uit eerbied «
B. Kerkgeschiedenis.
Les 4 uit het handboekje, Heldinnen des geloofs.
a. Blandina, de slavin.
b. Vivia Perpetua van Carthago.
C. Zendingsonderwerp.
De stokbewaarder te Filippi (Hand. 16 : 24—34).
Lees Handelingen 16: 1—34 goed na.
Beschrijf daarna beknopt het prediken vah Paulus en Silas te Filippi. Begin van evangelieprediking in Europa. Aanvankelijke zegen op hun werk. Als gewoonlijk zocht de duivel 't goede te verstoren, 't Ontmoeten van eene vrouw met waarzeggenden geest oppervlakkig te betieuren, maar door God juist zoo bedoeld, opdat zij kennis zouden maken met den stokbewaarder.
Werk vervolgens de volgende punten uit: a. Wie de stokbewaarder was vóór zijne bekeering. b. De aanleiding tot zijne bekeering. c. Hoe hij zich als bekeerde gedroeg, nadat Gods genade hem er toe gebracht had zich.aan de voeten van den Heere Jezus te werpen.
d. 't Roepen en vragen der heidenen ook nu nog.
B. te H.
Financiën.
Slechts een klein getal afdeelingen van onzen Bond heeft aan zijn verplichtingen voldaan, om voor 15 Febr. zijn contributie te voldoen (zie art. 12 van ons Statuut). Zeer zal men mij verplichten, door alsnog ten spoedigste postwissel te zenden. Heb ik over 14 dagen de gelden niet ontvangen, dan zal ik maar denken, dat het getal leden der afdeelingen die nog niet betaalden overeenkomt met de opgave voorkomend in No. 7 van »de Waarheidsvriend (12 Jan. I912)en zoo vrij zijn, om per postkwitantie over de contributionte beschikken.
G. BLANKEN AZN.,
Muiden, 5 Maart '12. Bondspenningm.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 maart 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 maart 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's