De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voor Jong en Oud.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Jong en Oud.

4 minuten leestijd

Een heerlijk Verbond.

door P. BROUWER.

6) (Auteursrecht voorbehouden).

Hij zag daar, hoe de edelste mannen van dat land, een Goligny, een Mornay een de la Noue dicht leefden bij hun God en niet versaagden, vanwege hun onwankelbaar vertrouwen op Gods vaderlijke voorzienigheid. Hij zag daar een gansch leger, vóór den strijd op de knieën vallen, biddend om de zege. Hij ging met die mannen in den slag, terwijl de trompetten den krijgsmarsch bliezen: „ De Heer zal opstaan tot den strijd". Dat maakte op Willem van Oranje een machtigen indruk.

Toen volgden de twee jaren van gedwongen rust, van machteloos wachten op Gods tijd; twee jaren van inkeer tot zichzelf en voorbereiding voor de toekomst.

Die jaren, op den afgelegen Dillenburg, brachten .voor den Prins de groote beslissing.

Toen was het, daar was het, dat de Heilige Geest vooral werkte aan dit menschenhart, en als het nu eindelijk Gods tijd is en Oranje andermaal uit de afzondering op het groote wereldtooneel treedt, dan is hij een Ander mensch geworden: de staatkundige tegenstander van het Spaansche regeeringstelsel werd de groote geloofsheld bij de gratie Gods.

Hij had in de stille eenzaamheid het verbond gesloten met den Potentaat der potentaten!

„Wilhelmus van Nassauwe. . . ."

Zóo klinkt het over de wijde watervlakte vóór Bergen op Zoom. De ruwe, maar trouwe Zeeuwsche zeebonken, op hun smakken en hoogaarzen, wuiven met de muts en schreeuwen zich de keel heesch ... „Vader Willem"' is op de vloot gekomen!

Al was het de week vóór Kerstmis, koud en guur — de Prins had op geen bezwaren gelet; hij móést hier zijn, want de zware worsteling van twee nietige provinciën tegen de Spaansche wereldmacht is thans, in de laatste dagen van 1573, naar de Zeeuwsche stroomen verplaatst. Te water zal, naar 't schijnt, de beslissende slag vallen!

Alva ging heen — beladen met den vloek van Nederland.

Requesens had zijn plaats ingenomen en deze, de ziel van de Spaansche vloot, de man, die nog kort geleden den schitterenden zeestrijd bij Lepanto won, had dadelijk ingezien, hoe de kracht der Hollanders op het water lag en dat ze daar het gevoeligst konden getroffen worden. Te Antwerpen had hij een groote, sterke vloot uitgerust, waarmee hij zich gereedmaakte de Schelde af tezakken, ten einde de nestige schuiten der Zeeuwsche Geuzen in den grond te boren, Middelburg te ontzetten en geheel Zeeland aan den Koning te onderwerpen. Eenmaal meester van Zeeland zou 't hem weinig moeite kosten, de heerschappij te herwinnen ter zee en dan was 't met Holland gedaan!

Ook Prins Willem had het gevaar gezien.

Daarom is hij zelf naar Zeeland gekomen; heeft er de vloot bezocht, om den moed der schepelingen aan te vuren en met Boisot, den opperbevelhebber alle maatregelen' te bespreken. Als hij dat gedaan heeft, zeilt hij naar Vlissingen, om er verder de zaken te leiden, 't Grootste deel der vloot, onder Boisot legt zich in de Ooster-Schelde; slechts een klein smaldeel vergezelt den Prins naar Walcheren.

En dan, ineens! zet het gevaar op, als de springvloed, die komt uit de zee!

't Voornaamste deel der Spaansche vloot is niet de Ooster-Schelde afgevaren, maar kwam, tusschen Beveland en Vlaanderen door, recht op Vlissingen aan.

Reeds blinken in de verte de Spaansche zeilen. De kanonnen schitteren in de ondergaande winterzon.

Hoog, trotsch, komt daar des vijands scheepsmacht aangevaren! In allerijl zendt de Prins een snelzeiler naar Boisot, om hem te hulp te roepen, maar ach! vele uren moeten verloopen eer deze op het tooneel van den strijd aankomen kan! En in dien tusschentijd is immers 't pleit al beslist en 't „kleine hoopken", zooals de matrozen zelfs 's Prinsen scheepsmacht noemen, vernield!

Toch aarzelen, noch versagen de dappere Zeeuwen. Ze zullen met Gods hulp overwinnen, of.... hun doodsvaart zeilen over de wateren....

Ze winden het anker; de zeilen bollen; het schuim spat tegen den boeg... Willem van Oranje, oogt hen na. Ginds nadert de vijand, die immers dat „hoopken" verpletteren zal. En hij, Oranje, staat er machteloos bij .... Neen, tóch niet! Er is éen wapen, dat veel, dat alles vermag! 't Is het wapen van een geloof, dat bergen verzet: het wapen des gebeds.

„De Prins", — zegt de geschiedschrijver '— „ging naar zijn logies en zonderde zich in zijn bidvertrek af."

Van zijn omgang met den Potentaat der potentaten blijft onze pen af. Hij worstelde op - gebogen knieën. Hij hield zich vast, als ziende den Onzienlijke! Hier schitterde dat heerlijk verbond in al zijn luister! Hier overwon de bidder de Spaansche vloot

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 maart 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Voor Jong en Oud.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 maart 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's