De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

5 minuten leestijd

Een nieuwe organisatie.

Maandag werd te Rotterdam de grondslag gelegd van eene Christelijke Landbouw-organisatie. In dit feit verheugen wij. ons van harte. Zoo langzamerhand kwam het Christelijk deel van onzen boerenstand, dat tot nog toe de meerderheid der plattelandsche bevolking uitmaakt, onder leiding der liberale voormannen op landbouwgebied. Weliswaar dienen de landbouwmaatschappijen en landbouwvereenigingen, welke een Protestantsch karakter dragen, zich als neutrale organisaties aan, maar in den eigenlijken zin is de toon, die in deze lichamen heerscht, overwegend vrijzinnig Het gevaar was uit dien hoofde dan ook niet denkbeeldig, dat men, en wel in het bijzonder het jongere geslacht, zich in eene richting ging bewegen, die aan het Christelijk beginsel vijandig is.

Reeds wezen wij er bij meer dan ééne gelegenheid op, hoe het haast gewoonte gaat worden, dat de landbouwtentoonstellingen, die voor den vooruitgang van den landbouw van zulke groote beteekenis zijn, des Zondags open zijn. Voegen wij daarbij, dat die tentoonstellingen vaak meer op kermissen gaan gelijken, dan dat zij hun eigenlijk karakter hoog houden, dan is het haast niet rneer mogelijk, dat onze Christelijke landbouwers aan het welslagen van zulke tentoonstellingen medewerken.

Maar er is nog meer, waarom wij met groote instemming van de oprichting van een Christelijken landbouwersbond melding maken.

Het is toch van groote beteekenis, dat er b.v. om maar van ééne zaak te spreken, eene krachtige actie.in den lande uitga tegen de wijze, waarop van regeeringswege wordt ingegrepen bij de bestrijding van de ziekte van het mond-en klauwzeer onder het vee. Wat wij daarvan in het afgeloopen jaar zagen, wettigt reeds alleen het bestaan van eene landbouwersorganisatie op Christelijken grondslag. Het afmaking-systeem op een schaal als dit onlangs plaats had met een optreden van de rijksveeartsen, wat in vele gevallen zeer onoordeelkundig was, moet een ieder weldenkend mensch tegen de borst stuiten en zal zeker onze landbouwers tot aansluiting bij de nieuwe organisatie prikkelen.

Mogen we nu nog een derde punt noemen, dat een sturen in Christelijke richting op landbouwgebied noodzakelijk maakt, dan zouden wij de aandacht willen vestigen op het landbouwonderwijs. Het landbouwonderwijs is voor onze landbouwers haast onontbeerlijk. Dat onderwijs moet den jongen man al die bekwaamheden schenken, welke hij later noodig heeft om met kennis van zaken het bedrijf te kunnen uitoefenen.

Helaas is de landbouwschool op dit oogenblik nog steeds voor het overgroote deel in handen van de openbare onderwijzers. Nu is het op dit terrein niet onverschillig bij wie de leiding van het onderwijs berust en in welken geest het onderricht wordt gegeven, b.v. waar het geldt de ontwikkelingstheorie, de besmettingsleer enz. En al moge het nu waar zijn, dat meerdere onderwijzers op den landbouwcursus geen aanstoot aan andersdenkenden geven, het is toch voor den aanstaanden landbouwer van zoo'n groote beteekenis, dat hij bij het landbouwonderwijs de waarheid van het Schriftwoord leere verstaan: „Ken den Heere in al uwe wegen." Die wegen worden den jongeling niet geleerd in de richting van het openbaar onderwijs, maar wel in die van het Christelijk onderwijs.

Voorloopig laten wij het bij deze beschouwingen. Onze bedoeling was het, om met een enkel woord op het groote belang te wijzen, dat voor onze Christelijke landbouwers in de loetreding tot de nieuwe organisatie gelegen is.

Een gewichtig amendement.

Eerder dan het te verwachten was, is het „Bouwwetje" in de Tweede Kamer in openbare behandeling gekomen. En. gaat de loop van zaken, zooals men die denkt, dan zal het wetsontwerp, wanneer „De Waarheidsvriend" in handen van onze lezers komt, de voorzittershamer reeds zijn gepasseerd, ten minste in eerste lezing zijn afgedaan.

Wij zouden niet speciaal op dit punt de aandacht onzer lezers gevestigd hebben, ware 't niet dat het wetsvoorstel op belangrijke wijze staat gewijzigd te worden. Door drie leden der rechterzijde, van elke fractie één lid, is een gewichtig amendement ingediend geworden, dat de voorgestelde hoogere subsidie voor den schoolbouw nog met ongeveer drie ton wil verhoogen.

Van dit amendement zeggen de voorstellers in hunne toelichting, dat een uitvoerig onderzoek in verschillende deelen des lands heeft aangetoond, dat de maatstaf voor de berekening der kosten per leerling in de laatste twee groepen van gemeenten, welke in de hoogere categoriën der personeele belasting vallen, door de regeexing aangenomen, te laag is. De voorstellers willen daarom de subsidiebijdragen meer in overstemming brengen met de werkelijke kosten.

Voor de laagste categorie behouden zij de gemiddelde bouwsom per leerling, zooals het regeeringsvoorstel dit wil, op f80 per leerling, voor de 2e categorie stellen zij die, in stede van op f.90, op f 120 per leerling, terwijl voor de eerste categorie gerekend wordt op f160 per leerling.

Het percent in het ontwerp-Heemskerk op 2 bepaald, wil men voorts — gelijk wij de vorige week aangaven — op 21/2 gebracht zien.

Op dien basis zal nu uitgekeerd worden aan de scholen ia gemeenten behoorende tot de 6de, 7de, 8ste en 9de klasse van de wet op de personeele belasting:

1 40 en minder 41—90 91—144 145—199 200-254 255 309 310 364 365—419 420—474 475—529 530 en meer leerlingen f 80, — 131, — 235, - 344, — 454, — 564, - 674, — 784, — 894, — 1004, — 1114, — Aan de scholen in de gemeenten behoorende tot de 3de, 4de en 5de klasse van de wet op de personeele belasting: van 40 en minder leerlingen f 120, — 41—90 91—144 145-199 200-254, 255—309 310-364 365—419 420—474 475-529 530 en meer  196, 50 352, 25 516, — 681, - 846, — 1011, — 1176, — 1341, — 1506, — 1671, — En aan de scholen in de gemeenten behoorende tot de 1ste en 2de klasse van de wet op de personeele belasting: 40 en minder 41-90 91-144 145-199 200—254 255 309 310—364 365—419 420—474 475 529 530 en meer eerlingen f 160, — 262, — . 470, — 688, — 908, — 1128, — 1348, — 1568, — 1788, — 2008, — 2228, —

Vergelijkt men nu deze tabellen met die van het wetsontwerp, dan zullen de voorstanders van het Christelijk onderwijs met ingenomenheid moeten constateeren, dat het wetsontwerp, na de bovenstaande wijziging te hebben ondergaan, op een belangrijk punt in hunnen geest veranderd is geworden.

Dat ook wij ons met het amendement ten volle vereenigen, zal niet nader gezegd behoeven te worden.

Vergissen wij ons niet, dan zal de aanneming van het amendement bij de regeering niet op overwegende bezwaren afstuiten.

Stelt de regeering op dit laatste niet teleur, dan zal ons dit tot groote blijdschap stemmen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 maart 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 maart 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's