Staat en Maatschappij.
Een belangrijk rapport.
Door het Dagelijksch Bestuur der gemeente Rotterdam is bij den Raad een belangrijk rapport ingediend met betrekking tot het onderwerp: „Optochten en spelen op Zondag."
Reeds sinds jaren is het in de tweede koopstad des lands de gewoonte, dat voor den aanvang der godsdienstoefeningen nu en dan een muziekkorps langs de straten gaat, terwijl nagenoeg lederen Zondag op gemeenteterrein het voetbalspel wordt uitgeoefend.
Zoolang de Raad in meerderheid de vrijzinnige en sociaal-democratische beginselen was toegedaan en dus ook het college van B. en W. in haar geheel Links was, gaven de protesten, die tegen deze Zondagsontheiliging van de zijde der Christelijke Raadsleden vernomen werden, niets.
Doch nauw was in 1911 de meerderheid in den Raad verplaatst, en dientengevolge ook eene wijziging gekomen in de saamstelling van het Dagelijksch Bestuur, of er gingen opnieuw stemmen op, om met die ergerlijke toestanden op Zondag te breken.
De Kerkeraad der Nederduitsch Hervormde Gem. te Charlois nam het initiatief en richtte zich te dier zake met een adres tot den Raad, welk adres, door meerdere, verzoekschriften gesteund, een opzettelijk onderzoek van het college van B. en W. uitmaakt.
Het resultaat van dat onderzoek vindt in het hierboven reeds genoemde rapport eene plaats.
Zooals te verwachten was, leidde de bespreking tot een principieel verschil van gevoelen tusschen de meerderheid en minderheid in het college. De minderheid van twee leden (het vrijzinnig deel) acht zich verplicht vast te houden aan de tot dusverre gegolden hebbende overwegingen. De meerderheid van vier leden (het Rechtsche deel) staat daartegenover in de overtiiiging, dat de Overheid niet lijdelijk mag blijven en dat in het belang eener rustige viering van den Zondag en der vrije ontwikkeling van het godsdienstig leven van ons volk niet onveranderd op den tot dusver gevolgden weg mag worden voortgegaan.
Het spijt ons, dat wij uithoofde van gebrek aan plaatsruimte in ons blad niet in extenso de argumenten, die door meerderheid en minderheid tot staving van haar gevoelen zijn te berde gebracht, kunnen opnemen. Uit die overwegingen zou toch blijken op welke kloeke wijze de mannen, die in het college van B. en W. zitting hebben en die de Christelijke levensopvatting zijn toegedaan, hunne beginselen gesteld hebben tegenover die, welke de vrijzinnige leden van het Dagelijksch Bestuur zijn toegedaan.
Wellicht komen wij op die overwegingen een volgenden keer terug, of wel te zijner tijd, wanneer het rapport in openbare behandeling in den Raad aan de orde komt. Voorshands bepalen wij ons tot de vermelding van de conclusie waartoe de beschouwingen hebben geleid.
Kon het voorstel om de terreinen van de gemeente op den Zondag niet vóór 1 uur des namiddags open te stellen bij B, en \V. geen meerderheid vinden (waarschijnlijk heeft op dit punt de R.-K, Wethouder zich gevoegd aan de zijde van zijn liberalen collega en aan die van den Burgemeester), voor wat betreft het houden van optochten op den dag des Heeren is de meerderheid van B. en W, eenstemmig van oordeel, dat met muziek of zang rondgaande, of het karakter van betoogingen dragende optochten op den Zondag niet behooren te worden toegelaten.
Met het stellen van het laatste gedeelte der conclusie heeft de meerderheid van het Dagelijksch Bestuur een voortreffelijk werk verricht, waarvoor zij voorzeker van een ieder, die prijs stelt op de heiliging van den dag des Heeren, een woord van dank verdient, en zulks niet alleen om hetgeen de conclusie zelve inhoudt, als ook wel daarom, dat hier door het Dagelijksch Bestuur der gemeente Rotterdam een voorbeeld aan andere gemeenten gegeven wordt ter navolging waardig.
Het blijkt ook weer uit het optreden van onze mannen in het college van B. en W. van hoe groot belang het is, dat de leiding der zaken in handen is van hen, die ook voor het publieke leven rekening willen houden met de' ordinantiën Gods, die in Zijn Woord zijn neergelegd.
Nog eens, het krachtig optreden der Rechtsche Wethouders in de Rottestad heeft ons, ook al werd niet alles bereikt, wat wij begeerden, van harte verblijd.
Hopen wij dat de Raad zich met het gevoelen der meerderheid van het college vereenigt!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 maart 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 maart 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's