Ingezonden.
Geachte Redactie.
Spectator vraagt nog even het woord over den heer Ds. Slotemaker de Bruine. Allereerst om mee te deelen, dat hij »De Voorzorg» niet las, noch besprak, maar antwoord gaf op Uwe vraag.
Uit Uw artikel bleek, dat de opleving van het gereformeerd beginsel door den heer Slotemaker de Bruine nu juist niet met vreugde werd begroet Maar Spectator kon moeielijk veronderstellen dat de heer Slotemaker de Bruine van zijn ethisch beginsel ook al geen heil verwacht!
Wat nu de drie formeele punten aangaat, doet het Spectator leed, dat hij met Ds. Slotemaker de Bruine niet kan instemmen, omdat deze ze blijkbaar wat al te lichtvaardig beoordeelt.
Een gereformeerd mensch kan geen ongereformeerde gezangen zingen, maar, zoo meent Ds. Slotemaker de Bruine, er zijn vele gereformeerde gezangen en die kan hij wel zingen. Doch dit is een schijnargument. De zaak staat zóó: de gezangbundel klopt op de belijdenis, komt met haar overeen als geheel de inhoud er van conform de belijdenis is. Dan is de bundel gereformeerd. Maar als de inhoud er van strijdt met de belijdenis, dan is de bundel natuurlijk ongereformeerd. De enkele gezangen, die er door kunnen, dekken toch den bundel niet. Het is er mede als met b.v. een moderne dominé. Die kan in zijn preek nog wel dingen zeggen, die waar zijn; maar daarom zal toch geen orthodox mensch zeggen : laat mij nu geregeld een moderne preek volgen en het goede er uit. aannemen. Zoo ook met den gezangbundel. De goeden dekken de kwaden niet.
Het verblijdt mij te vernemen, dat Ds. Slotemaker de Bruine ook zonder gezangen met stichting kerken kan. Maar Spectator' heeft goede gronden om er sterk aan te twijfelen, of alle ethischen hem dat zullen nazeggen.
Maar bovendien, wat bewijst dit nu eigenlijk? Als een ethische zonder gezangen gesticht kan worden, volgt daaruit, dat een gereformeerde met gezangen ook kan gesticht worden? Volstrekt niet, want dit juist vindt een gereformeerd mensch onaangenaam, dat hij niet alle liederen van harte kan meezingen, die de gemeente op de lippen worden gelegd.
En wat het lezen der Wet betreft. Spectator wilde geen liturgische kwesties oplossen. Hij wees op de Wet als tuchtmeester tot Christus, want hij weet, dat sommige ethischen de Wet daarom niet laten lezen, wijl wij immers onder hej Evangelie leven! En wie dan beluistert, hoe dat Evangelie verstaan wordt, die begrijpt, dat het nalaten van de Wetslezing niet buiten het ethisch beginsel staat. Een gereformeerd mensch kan echter juist op grond van zijn beginselen met deze veronachtzaming der Wet geen vrede hebben.
En eindelijk, het nieuwe ceremonieel. Ds. Slotemaker de Bruine acht dat Spectator er niet ernstig genoeg over spreekt. En daarom Spectator zal geen antwoord daarop ontvangen. Er waren echter nog meer dingen door Spectator opgemerkt, waarop Ds. Slotemaker de Bruine ook geen antwoord gaf. Wat moet Spectator nu op zulk een nietszeggende reprimande antwoorden? Dit éene slechts: Ds. Slotemaker de Bruine weet nu zoo ongeveer, hoe een gereformeerd mensch zich tegenover dergelijke vormelijke dingen gevoelt en wat hij onder die bedrijven opmerkt. Blijkbaar is het gereformeerde deel niet érg gesteld op massabewegingen in de kerk.
Van ouds is de gereformeerde eeredienst eenvoudig geweest in ons land. Men was tevreden met de levende verkondiging des Woords, maar wenschte blijkbaar geene verkondiging met veel leven.
Zeker, Spectator weet ook wel, dat op zichzelf beschouwd, deze dingen bijzaken zijn. Gezangen of psalmen, de Wet lezen of niet, zitten of veel opstaan, zij maken samen den mensch niet zalig. Het zijn bijzaken. Goed zoo. Maar, eilieve, waarom laat men dan deze bijzaken niet ter zijde, om te zoeken wat allen sticht of tenminste stichten kan. En waarom worden de Gereformeerden juist omdat zij zich aan vormen, die slechts bijzaken zijn, niet wenschen te onderwerpen, zoo gehoond en gesmaad?
Het antwoord op deze vraag ligt voor de hand omdat achter al die bijzaken, die den menschen willekeurig worden opgedrongen, een beginsel wegschuilt, dat zich niet laat verzoenen met het levensbeginsel der Gereformeerden. Daèrom alleen. Vandaar de smaad der drijvers op dit gebied van bijzaken over de Gereformeerden en vandaar ook het hardnekkig verzet van het Gereformeerde volk, dat deze dingen dikwijls dieper gevoelen dan juist zeggen en verdedigen kan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 maart 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 maart 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's