Voor Jong en Oud.
Een heerlijk Verbond.
door P. BROUWER.
8) (Auteursrecht voorbehouden).
Van hém wachtten de „arme schapen" nog redding hij sleepte zijn lichaam voort, tot hij niet meer kón... in eigen persoon had hij nog het doorsteken der dijken geleid en toen legde God hem werkeloos en machteloos neer!
Tot het laatste toe was hij blijven hopen op zijn God. Dat Leiden vallen zou, was mogelijk; 't leek zelfs waarschijnlijk — maar ook dan was 't oog niet verloren; reeds had hij zijn voornemen te kennen gegeven, om zich op de eilanden terug te trekken en er elke zandplaat, elke kreek den vijand te betwisten.
Nu werd hij juist neergeveld.... toen hij 't meest onmisbaar scheen
Deze „kinderen Israels" zouden op wonderlijke wijze, door den machtigen arm des Ailerhoogsten worden verlost en ze zouden 't zien, dat ook hun „Mozes" slechts een instrument was, dat de Heere gebruiken en — terzijde leggen kon!
Augustus ging langzaam voorbij; September scheen eindeloos in zijn schoonen nazomer; Leiden kwam in 't uiterst toen, in 't begin van October, liet de Heere God den stormwind los, die de wateren diep landwaarts instuwde, dat de Geuzenvloot varen kon en de laatste vijand werd weggespoeld van de stad!
Oranje, pas hersteld, haastte zich naar de bevrijde veste en toen „Vader Willem" temidden zijner uitgeteerde kinderen stond, gedacht hij aan het verbond en wees hij hen naar Boven: Het heil is des Heeren! Of, zooals onze christen-dichter Bilderdijk zong:
Wij hoorden 't, Heer, van onze Vaderen Wier bloed ons zuiver stroomt door de aderen, I Wat wondren Uw Almachte hand! Gewrocht heeft in ons Vaderland. Hoe Gij de ontzachbre legers velde, En de overmacht in banden knelde; Hoe zee en storm in 't prangendst leed Zich te onzer hulp verheffen deedt, Hoe Gij der vaad'ren hart bezielde. De trotsche ontwerpen steeds vernielde, En 't weerloos zwakke staande hieldt, Waar 't met vertrouwen was bezield!
't Is de 10e Juli van het jaar 1584.
Prins Willem van Oranje staat op van den maaltijd. Hij had zich verblijd met verheuging des harten, in den kring der zijnen: Louise de Cologny, zijn zusters en zijn dochters uit vorige huwelijken.
In opgewekt gesprek met Ulenburgh, den burgemeester van Leeuwarden, dien hij aan zijn disch had genood, verlaat hij de eetzaal en gaat de trap op, die naar zijn werkkamer leidt.
Plotseling treedt hem iemand in den weg.
't Is Balthasar Gerards, die jaren lang op dit oogenblik heeft geloerd. De onverlaat doet een greep onder zijn mantel, schijnbaar om een verzoekschrift of iets dergelijks voor den dag te halen, maar in werkelijkheid haalt hij een zijner beide pistolen te voorschijn, het zwaarst geladene, waar drie kogels op zitten.
Onmiddellijk daarop klinkt een schot....
De groote kampvechter voor de religie en de vrijheid, stort doodelijk getroffen neer! Nog enkele oogenblikken en het is gedaan ...
En nog in deze laatste stonde gedenkt de stervende vorst aan dat verbond met den Potentaat der potentaten! Midden in 't zwaarst van zijn werk wordt hij weggenomen. In 't bangst van den strijd. In 't hevigst van de worsteling. De „arme schapen" .... aan wien zal hij ze overlaten? Maar aan wien anders dan aan den grooten Opperherder der kudde, bij wien veel verlossing is? En vóór nog de schaduwen des doods zijn oog verduisteren, legt hij dat arme volk neer aan Gods Vaderhart en smeekt:
„Mon Dieu, mon Dieu, ayez pitié de moi et de ton pauvre peuple."
Of, zooals Maurits later de woorden in de landstaal overbracht: Mijn Godt! ontfermt u mijner ziele; mijn Godt ontfermt Uwer gemeente!"
De God, die Willem van Oranje bekwaamde tot zijn taak, is nóg dezelfde: Hij is nóg machtig ons te bewaren bij ons nationaal bestaan; te redden uit de hand des vijands; te verhoogen boven vele volkeren.
Evenwel — wie Hém versmaden, zullen licht geacht worden! Kent Nederland, kent Oranje nóg het verbond met den Potentaat der potentaten? Dan, maar dan alleen staan we sterk ook in de worsteling onzer dagen!
Met al hun schoone woorden. Met al hun stout geschreeuw, — Zij zullen ons niet hebben, de goden dezer Eeuw! Tenzij het woord des Zwijgers moedwillig werd verzaakt: 'k Heb met den Heer der heeren Een vast verbond gemaakt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 maart 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 maart 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's