De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

10 minuten leestijd

Op ter Bondsvergadering!

Gelijk ieder nu weet staat onze Bondsvergadering D.V. a.s. Donderdag 11 April, gehouden te worden in een der zalen van het gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, staande aan de Mariaplaats te Utrecht.

Deze vergadering is, althans des morgens, voor ieder lid van de Herv. Kerk toegankelijk ; terwijl des middags een samenkomst van Bondsleden is.

Wij hopen dat zéér velen, die tot de Herv. Kerk behooren en voorstanders van de Geref. Waarheid zijn, zich opgewekt gevoelen mogen om naar Utrecht op te trekken. Dat hebben we zoo noodig, dat we weer eens bij elkaar komen. Dat we elkanders aangezicht weer eens zien. Dat de belangen van de Kerk, waartoe we behooren, weer eens door ons worden besproken. Dat onze beginselen weer eens worden ontvouwd. Dat de nood gevoeld, de breuke gepeild, de zonde beleden wordt. Dat gebeden wordt en geroepen tot Hem, die zegt: waar twee of drie in Mijnen Naam vergaderen, daar ben Ik in het midden.

Er is gezegd, dat de Gereformeerden in de Herv. Kerk aan elkaar verbonden zijn als de droge korrels zand aan den oever der zee. Dat ze niet anders kunnen en willen dan elkaar vereten en verbijten. Dat er daarom ook niet de minste kracht van hen uitgaat.

Broeders en zusters, is dat waar? Is dat ook onder óns waar?

Wij weten, dat duizenden oogen deze woorden op dezen dag lezen.

De Heere geve, dat duizenden harten den ernst van deze beschuldiging voelen mogen en duizende monden mogen zeggen: 't is een leugen!

Dan gaan er verscheidene honderden a.s. Donderdag naar Utrecht, om daar saam te bidden voor den vrede van Jeruzalem !

Laat onze jaarlijksche Bondsdag meer en meer een dag worden, waar alle Gereformeerden in de Herv. Kerk elkander ontmoeten. Waar men naar verlangt. Een dag, dien men niet missen kan en niet missen wil.

't Is de .eenige dag in een heel jaar, dat de Kerk des Heeren in dezen lande, de Kerk onzer Vaderen, de Gereformeerde Kerk van Nederland, de Kerk die zoo groote schuld bij God heeft, de Kerk die in zoo grooten nood verkeert — ons saam roept, om harer te gedenken in onze gebeden en in onze besprekingen.,

Laat het niet te veel voor ons zijn om in grooten getale naar Utrecht te gaan.

En Iaat er dan iets naklinken uit de volkszang van Oud-Israel:

Hoe vroolijk gaan de stammen op Naar Sions godgewijden top. Met Isrels achtbre vadren! De vorsten van elk huisgezin, Zij trekken aan: hier Benjamin, Schoon klein, hij mocht regeeren; Daar Juda's stam, die glorie won; Ginds Naftali en Zebulon, Om God, hunn' Koning t' eeren.

O! er is oorzaak voor om saam op te trekken en een lied aan te heffen.

Wat is het een voorrecht, dat we mogen samenkomen in een groote vergadering.

Dat het getal vermeerdert, 't welk gaat belangstellen in de verbreiding en de verdediging der Waarheid in onze Herv. Kerk.

Dat meer en meer jong ên oud gaat gevoelen, wat de Heere ook in deze zaak van ons eischt.

Neen, geen geest van moedeloosheid mag ons beheerschen.

Geen geest van vijandschap mag ons verteeren.

Een blijmoedige geest vervulle ons en drage ons naar Utrecht, om daar elkander de hand te drukken en daar saam te zingen :

Hoe groot, hoe vreeslijk zijt G'alom, Uit Uw verheven heiligdom, Aanbidlijk Opperwezen! 't Is Israels God die krachten geeft. Van Wien het volk zijn sterkte heeft. Looft Godl elk moet Hem vreezen!

Dordreeht.

Zooals wij de vorige week meldden, benoemde het Classicaal Bestuur van Dordrecht der Ned. Herv. Kerk, dat in zijn vergadering van Woensdag 20 Maart de tegen de bevestiging van de heeren A. Vleesenbeek en E. Bachman als ouderling en H P. Kramer Bzn. als diaken der Ned. Herv. Gem. te Dordrecht ingebrachte bezwaren onderzocht, eene commissie uit zijn midden, teneinde genoemde heeren nader te hooren.

Deze' commissie bestond uit de heeren Ds. A. H. de Klerck te Ridderkerk, Ds. H. Feijkes te Dordrecht en Ds. J. Booij te Puttershoek.

Donderdagmorgen 28 Maart hield deze commissie zitting in de consistoriekamer der Augustijnenkerk te Dordrecht. Te 10 uur werd de heer Bachman gehoord, te 11.15 uur de heer Vleesenbeek en "ten slotte de heer Kramer. Hoofdzakelijk in verband met het formulier ter bevestiging van ouderlingen en diakenen, op welks vragen , genoemde heeren op 7 Januari antwoordden met „ja, volgens mijne opvatting" werden een aantal vragen gesteld. Van de antwoorden werden processen-verbaal opgemaakt, welke zullen worden overgelegd aan het Classicaal Bestuur, dat in zijne eerstvolgende vergadering eene beslissing zal nemen. Deze zal vermoedelijk gehouden wórden op Woensdag 29 Mei a.s.

„De zilveren koorde." XII.

„Kerk" beteekent: het huis of gezin des Heeren d. i. van den Heere Jezus Christus,

't Is dus de' gemeenschap der geloovigen als één vergadering gedacht (art. 27 Ned. Gel.bel.) waarvan Jezus is de Eigenaar, het Hoofd, de Verzorger, de Leidsman, de Wetgever, de Behouder, omdat Hij hen kocht met Zijn bloed, hen verkregen hebbend van den Vader.

Nu zouden wij gaarne in ons Vaderland zien een Gereformeerde, belijdende Kerk, die als taak haar van Godswege wist opgedragen: het zout der aarde te moeten zijn, een getrouwe getuige Christi — om als het zuurdeeg het leven van gansch de natie te doortrekken en heel het volk haar zegenenden invloed te doen ervaren.

Tot dien grootschen arbeid heeft de groote God Zijn Kerke toch geroepen in ons Vaderland en de verheerlijkte Christus herinnert er haar dagelijks aan.

In de prediking heeft de Kerk des Heeren de goddelijke ordinantiën voor te stellen, opdat ze zullen bekend worden op elk terrein des levens. Op wat daar gist in den boezem van het volk moet door de Kerk een antwoord gegeven worden, wanneer zij het Woord bedient. Als een vum toren moet zij het goddelijk licht doen uitstralen over de breede én dikwijls zoo onstuimige levenszee.

't Woord Gods is zoo rijk, dat het een antwoord geeft op alles.

't Woord Gods is gegeven om het licht te laten schijnen naar alle zijden.

En de eere van den grooten God is er mee gemoeid, dat het Woord ook zóo bediend wordt in het midden van Zijn Kerk, dat het klank geeft voor het volksleven en leiding geeft over alle terrein.

Niet om alles te ver kerkelijkcen. Neen, dat niet!

Maar om héél het leven onder de beademing des Woords te krijgen. Om alles buiten de Kerk op z'n natuurlijke plaats te laten staan, maar het te doortrekken met den geest, die uit God is en - vertolkt wordt in Gods Woord.

Zij is van God geroepen om de weg van waarachtigen zegen aan te wijzen. Zij is geroepen het priesterlijk werk der barmhartigheid, der armenverzorging op zich te nemen. Zij is.geroepen naar verlorenen, gevallenen, ongelukkigen om te zien. Zij heeft tot taak in Nederland en de Koloniën Bijbels, tractaten, enz. te verspreiden, het Woord te verkondigen, te roepen tot het Koninkrijk van Jezus Cnristus.

En de geloovigen hebben daarin hun goddelijke roeping te kennen, ieder persoonlijk en als gemeente te saam.

Maar daar mag de Overheid dan niet tusschen komen om, wat God aan die Kerke kwam geven tot onderhoud van den eeredienst, tot verzorging van de armen enz. van die Kerk weg te nemen en het in de Rijksschatkist te werpen.

Kerkelijk goed in de schatkist van de Overheid is niet betamelijk.

't  Is van de Overheid onbehoorlijk indringen in het huis des Heeren om daar de vaten te rooven.

En ja, dan doet de Overheid wel uitbetalingen aan enkele Kerkgenootschappen, terwijl andere gezindten eenvoudig worden veronachtzaamd.

Maar uitbetalingen op dien grond zijn niet rechtvaardig.

Heel artikel 171 van de grondwet, in den. tegenwoordigen zin genomen, achten we dan ook verkeerd.

En de Overheid èn de Kerk laat daar de uitbetalingen veel te veel steunen op het eenmaal aan de Kerk ontnomen geld en goed.

Men spreekt altijd van „rechten" en „rechthebbenden", daarmee bewijzende dat de spil van art. 171 draait om de goederen die eertijds kerkelijk waren, maar nu in de schatkist zitten.

En daarom willen wij het nog eens uitspreken: deze zaak moet geheel anders geregeld worden.

De Overheid moet zich allereerst verplicht weten het onrecht, de Kerk aangedaan, goed te maken.

En als het onrecht hersteld is geworden moet de Overheid uitspreken wat zij, vrij en frank tegenover de Kerk staande, ten opzichte van de Kerk zich verplicht weet, als zijnde hare goddelijke roeping.

Die uitdrukking in art. 171: „blijven aan dezelve gezindheden verzekerd" moet opge­ruimd worden door het gepleegde onrecht te vereffenen.

En dan moet in art. 171 komen waartoe de Overheid zich verplicht weet en wat dan, krachtens de roeping van de Overheid, voor de Kerk komt vast te staan.

Geen vastigheid krachtens gepleegd onrecht. Dat is geen vastigheid waar de Kerk genoegen mee nemen mag en waarbij ook de Chr. Regeering van ons Nederlandsche volk niet mag blijven staan.

Gode komt toe wat Godes is.

En dan moet de keizer weten wat des keizers roeping is.

Hier moet iets in orde gemaakt worden.

De Kerk moet weer in het bezit komen van hetgeen der Kerke is.

En dan moet de Overheid verklaren wat zij, na de verklaringen van art. 168 en 169, in art. 171 wil zetten.

Alle Kerkgenootschappen in het Rijk hebben recht op gelijke bescherming en kunnen gelijke aanspraken doen gelden, zegt de Overheid in-art. 168 en 169.

En dan. zegt ze nu in art. 171: ik heb met enkele Kerkgenootschappen een regeling, die we maar zullen houden zooals ze is, en de andere Kerkgenootschappen moeten maar toezien.

Doch dat gaat niet. Dat voelt ieder.

Als alle Kerkgenootschappen aanspraken mogen doen gelden — dan allereerst: doe mij recht! geef mij terug wat het mijne is.

En dan verder: help ons, waar wij een zoo groot werk hebben te verrichten, voor heel het volk van 't hoogste belang, waarbij eigen financieele krachten, hoewel we doen wat we kunnen, niet toereikend zijn.

„Zichzelf onderhouden" ga steeds voorop.

Maar bij het werk, dat de Kerk — verdeeld als zij is en verdeeld als zij blijven zal tot aan de eindcrisis in de geestelijke worsteling — bij het werk, dat de Kerk, als draagster van de publieke religie, in de bediening des Woords, bij de opleiding van predikanten, bij de verzorging der armen, bij het werk der in-en uitwendige zending, te verrichten heeft in Nederland en in de Koloniën heeft de Overheid ten zeerste belang en heeft zij hare belangstelling te toonen. .

Neen — de Overheid heeft zelf niet het werk der Kerk te doen. Dat kan en mag zij niet. Dat werk heeft de Heere aan Zijn Kerke opgedragen.

Maar nu heeft de Overheid er belang bij, dat die Kerk — in haar openbaringsvormen, waaronder zij zich in het midden des lands, binnen behoorlijke grenzen, openbaart — haar taak kan vervullen. Ja, hoe beter de Kerk haar arbeid kan verrichten, hoe beter dat voor het volksleven in Nederland en de Koloniën is.

Daarom heeft de Overheid niet tot taak het werk van de Kerk over te nemen.

Ook niet om een krachtelooze eu lustelooze Kerk het werk drie kwart uit de handen te nemen of door Staatsgeld haar op de been te houden.

Neen -  de Overheid heeft de Kerk, die zich publiek openbaart als Kerk en recht van bestaan heeft in het midden van een Christelijke natie, te laten voor wat zij  haar niets in den weg leggend, haar niets ontnemend, haar beschermend in haar rechten en haar helpend om haar grootsche taak te kunnen vervullen naar behooren.

De Kerk moet zich vrij kunnen ontplooien op haar breed terrein, van God haar aangewezen.

Waarbij de Overheid zal toezien, dat zij de orde niet verstoort, haar wettelijke grenzen niet te buiten gaat en dus niet komt op terrein, voor haar verboden.

En vervolgens zal de Overheid dan naar billijken maatstaf die Kerk moeten helpen en steunen, gelijk het een Christelijke Overheid in een Christelijk land betaamt.

(Slot volgt.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 april 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 april 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's