Voor Jong en Oud.
Vruehten der „hoogere eritiek."
De oude diaken Jones was er van jongsaf in groot gebracht, den Bijbel als het ontwijfelbare Woord van God aan te nemen. Hij koesterde evenmin eenigen twijfel aan het Goddelijk gezag der Heilige Schrift, als aan zijn eigen bestaan. Hij was derhalve grootelijks verbaasd, op den tweeden Zondag na de intrede van den nieuwen predikant deze te hooren verklaren, dat de allereerste hoofdstukken van den Bijbel een legende zijn, en dat de auteur niet bedoeld had een letterlijk verhaal van de Schepping te geven, maar dit phantastisch Oostersch verhaal alleen geschreven had ter bestrijding van de in zijne dagen heerschende neigingen tot het vèel-godendom en om de menschen te bewegen de leer van éen God aan te nemen.
Zoodra de diaken thuïs kwam, sprak hij tot zijn vrouw: »Marie, geef mij de schaar eens!"„ Wat moet je met de schaar doen, beste man? " „Wel, onze nieuwe dominê zegt, dat deze eerste hoofdstukken van Genesis een legende zijn. Nu, ik moet niets niemendal van legenden in mijn Bijbel hebben en daarom zal ik ze er uitknippen." „Ja, maar ik zou voor alles ter wereld niet willen, dat je iets ging bederven aan onzen ouden Bijbel, waarin wij samen zoo dikwijls gelezen hebben en dien wij zoo liefhebben. „O, ik zal hem niet bederven. Wij moeten de waarheid hebben. En de nieuwe dominé weet dat beter dan wij, want hij is een geleerde."
En zoo werden de eerste hoofdstukken van Genesis uit den Bijbel geknipt.
Maar het duurde niet lang, of de diaken vroeg alweer om de schaar. Dezen keer moesten alle vijf de boeken van Mozes opgeruimd worden.
Toen zijn vrouw daartegen opkwam, zeide hij: „ Hoor eens, de dominé zegt, dat de beste wetenschap verklaard heeft, dat Mozes deze boeken niet heeft geschreven, maar dat het stukken en brokken van geschriften zijn, bijeenverzameld uit onderscheidene bronnen: sommigen er van zijn ontleend aan de Assyriërs of de Egyptenaren, en enkele der daarin voorkomende mededeelingen toonen duidelijk aan, dat zij eeuwen na den dood van Mozes geschreven zijn."
En zoo werden de vijf boeken van Mozes uit de Bijbel geknipt.
Maar het duurde niet lang, of de diaken vroeg alwéér om de schaar. Ditmaal werd de laatste helft van het boek Jesaja verwijderd, omdat de dominé gezegd had, dat „hoewel hij nu juist niet wilde beweren, dat hij onvoorwaardelijk geloofde, dat dit boek niet geschreven was door Jesaja, den zoon van Amos, — de hoogere eritiek der geleerden toch verklaard had, dat de een of andere onbekende schrijver, of een onbekende Jesaja, er de laatste vijfentwintig of dertig hoofdstukken aan had toegevoegd."
Daarop volgden nog een paar Zondagen en nu hoorde onze goede diaken tot zijne verbazing, dat er onder de geleerden ernstige twijfelingen waren gerezen aangaande het boek van Johannes, dat kostelijke Evangelie, zoo vol lessen en vermaningen van den gezegenden Meester en waaruit hij reeds zooveel troost en leering had genoten in tijden van beproeving !
Daarna werden de boeken van Ruth en van Esther eh de Prediker en het Hooglied van Salomo er uit geknipt. De geschiedenis van Jona werd in zulk een vreemd en bespottelijk daglicht gesteld, dat de diaken min of meer door den geest van zijn dominé gedreven werd, want hij zette er tamelijk hardhandig de schaar in.
Bijna eiken Zondag werd er door den predikant een toespeling gemaakt omtrent de een of andere vervalsching en de diaken wilde „volstrekt geen vervalschingen in zijn Bijbel hebben, "
Zij werden er alle uitgeknipt, juist zooals de geleerde dominé het gezegd had.
En zoo bleef het voortgaan tot het einde van het tweede jaar.
Op zekeren dag sprak de diaken: „Kom, Marie, laten wij onzen dominé eens gaan bezoeken. Wij hebben hem in lang niet gezien."
„En moet je daarvoor je Bijbel meenemen? "
„Ja zeker, want ik wilde hem eens laten zien, hoe de „hoogere critiek" of „de beste wetenschap" den Bijbel „verbeterd" heeft."
Zij kwamen binnen en gingen zitten; en de predikant bemerkte al dadelijk het zonderlinge boek in de handen van den diaken.
„Wat hebt gij daar, waarde heer Jones? " „Mijn Bijbel, dominé!"
„Maar dal is een zeer vreemdsoortige Bijbel ! Wat heb je daarmee uitgevoerd? "
„Wel dominè, dat zal ik u nu eens zeggen!
Eiken keer als gij twijfel opperdet omtrent een gedeelte der Heilige Schrift, of als gij zeidet dat er een vervalsching in was, heb ik er dat uitgeknipt* Al de boeken van twijfelachtig gehalte zijn er nu uit. De geschiedenissen, ontleend aan de heidensche volken en de legenden en alles waarvan gij beweerdet dat het twijfelachtig was, heb ik er overeenkomstig uwe aanwijzingen uit verwijderd. Maar gelukkig, waarde dominé, de band van het goede oude Boek is toch nog overgebleven.
Al het overige is wel bijna weg, dank zij „de hoogere critiek" en „de beste wetenschap" ; evenwel had ik behoefte, om u eens hartelijk te komen bedanken, dat u ons den band van onzen Bijbel tenminste nog hebt laten behouden!"
(Uit „De Spiegel". Naar het Engelsch).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 april 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 april 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's