De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

4 minuten leestijd

Christelijke arbeiders-organisaties.

Engeland, en ten deele ook Duitschland, twee landen die voor een groot deel in de kolenbehoefte van het wereldverkeer voorzien, hebben een crisis doorgemaakt, zoo ontzachelijk en voor de toekomst van zoo groote beteekenis, dat onwillekeurig de vraag oprijst, hoe de welgeordende maatschappij het groote gevaar kan ontkomen, dat haar in de werkstaking bij het kolenbedrijf als een Damocles zwaard boven het hoofd hangt.

In Engeland staakte éen millioen mijnwerkers vrijwillig, terwijl als gevolg van dit staken een even groot aantal arbeiders in andere vakken tot werkeloosheid gedwongen werd. En al was in Duitschland de werkstaking in het kolenbedrijf niet zoo algemeen, toch gistte het ook daar onder het mijnvolk.

Van welke beteekenis nu de stilstand van de productie van steenkolen in onzen tijd is, waar het geheele leven der volkeren zoo nauw bij het steeds voortwerken der machine betrokken is, behoeft haast niet nader betoogd te worden. Wanneer men slechts even nadenkt, dan ziet men de schrikkelijke gevolgen voor oogen, die door het ontstaan van kolennood wordt teweeggebracht. Het ontbreken van steenkool brengt toch met zich de vernietiging van Staat en Maatschappij.

Geen steenkolen meer, beteekent gebrek aan voedsel, gebrek aan drinkwater, gebrek aan alles wat voor het levensonderhoud der volkeren noodig is. De Overheid kan door het stilstaan der vervoermiddelen de orde niet meer handhaven. Zij kan de rust en de veiligheid van haar volk niet meer verzekeren.

Staat het werk in de mijnen stil, dan kunnen de zaken nog wel een tijd gaande gehouden worden, maar ten slotte staat de revolutie voor de deur.

Dat het voor het oogenblik nog niet zoo ver gekomen is, danken wij aan de omstandigheid, dat de mijnarbeiders slechts nationaal en nog niet internationaal zijn georganiseerd. Ditmaal bleef de werkstaking tot binnen de grenzen der Rijken beperkt. Onderling overleg had te voren niet plaats gehad. Ware echter de leiding van internationale comités uitgegaan, reeds op dit oogenblik zouden de gevolgen ontzettend zijn geweest.

En is nu eigenlijk een loop van zaken gelijk in de laatste weken viel op te merken wel zoo erg bevreemdend ? Zou het een wonder zijn wanneer het geroep krachtiger werd gehoord van: „laat ons de banden verscheuren en'de touwen van ons werpen? "

Waar toch valt het leven naar God en Zijn Woord op te merken! Men heeft maar in zijn eigen omgeving rond te zien en het blijkt reeds spoedig, hoe ver het volk van 's Heeren Wet en Getuigenis is afgeweken,

En in veel sterkere mate dan hier te lande valt het feit overal elders te constateeren, dat de vijandschap tegen den levenden God toeneemt.

Het tegenstaan van den Heere God ~ en de Fransche revolutie van 1789 heeft dit duidelijk aangetoond —leidt tot vernietiging van het gezag.

„Geen God, geen meester" was de leuze die op het eind der achttiende eeuw werd aangeheven en met het krachtig aanzwellen van dit geroep werd tegelijkertijd de revolutie ingeluid.

En zoo pakken ook weer in onze dagen de donkere wolken boven ons hoofd te zamen.

Alleen terugkeer tot Gods Woord zal het duister wegvagen en het licht weer doen doorbreken.

Een eendrachtig optreden van allen man, die naar het woord wil leven, kan onder Gods zegen nog een sterken dam vormen tegen het wassend ongeloof.

Kenmerkend was in dit verband het verschil in den strijd die in Engeland en in Duitschland bij de werkstaking werd doorgemaakt.

Konden de leiders in eerstgenoemd Rijk het bedrijf in de mijnen tot volkomen stilstand brengen, in Duitschland hebben de besturen der vakvereenigingen daartoe geen kans gezien. Er was bij de mijnwerkers in dat land geen eenstemmigheid. Een deel der arbeiders wilde niet staken. Het waren de christelijke werklieden, - die zich tegen de werkstaking verzetten.

Gelijk als in 1903 hier te lande de kracht der revolutie-gezinde arbeiders gebroken werd door het optreden van de christelijke werklieden, zoo ging het ook in Duitschland bij de strike van enkele weken geleden.

Men wilde geen gemeene zaak maken met de revolutionairen.

In die christelijke organisaties der arbeiders nu ligt de kracht tot breking van het verzet.

Helaas, dat in Engeland van zulke christelijke arbeiders-organisatie nog geen sprake is. In Brittannië wordt daarvan niets gezien.

Moge het ook daar maar intijds begrepen worden, dat er onder de arbeiders scheiding moet komen tusschen rechts en links, en dat alleen in een eendrachtig optreden der mannen van christelijke levensbeschouwing een vaste grondslag gelegd wordt voor de ontwikkeling van het staatkundig en maatschappelijk leven der volkeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 april 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 april 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's