De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voor Jong en Oud.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Jong en Oud.

4 minuten leestijd

2) John Bunyan.

Eens aan den zeekant vertoevende was hij bijna in een inham verdronken.

Met vrienden in een boot op de rivier te Bedfort varende, viel hij uit het vaartuig en verloor, daar hij niet kon zwemmen, bijkans het leven.

Later gebeurde het eens, dat hij met een vriend een adder in het veld vond en in loszinnigheid zijn hand in haar bek stak om haar den vergiftigen angel uit te trekken — en God was zoo goed hem daarbij niet te doen omkomen.

„Maar" zoo zegt hij „ik was te zorgeloos en te onnadenkend van aard om er eenig nut uit te trekken!"

Uit zijn soldatentijd ongeveer 17 jaar oud zijnde meldt hij ons: „Toen ik soldaat was, werd ik met anderen aangewezen om zekere post te bezetten.

Toen ik echter op het punt stond om te vertrekken, verlangde een ander van mijne compagnie in mijne plaats te mogen gaan, wat ook geschiedde.

Ter plaatse zijner bestemming gekomen en daar als schildwacht op post staande, werd hij door een kogel in het hart getroffen en bleef op de plaats zelve dood."

Doch ook dit treffend oordeel Gods, dat hém voorbij ging, had niet de minste uitwerking op hem. Want uit den dienst teruggekeerd leefde hij niet minder bandeloos — en terwijl hij bijna geen verdienste had, bracht hij zijn tijd door bij spel en drank; terwijl hij 't zelf als een wonder beschouwt, dat hij met de gevangenis toen geen kennis gemaakt heeft.

Op 20 jarigen leeftijd trad Bunyan in het huwelijk, met een meisje even arm als hij zelf. Zijne vrienden zetten hem tot deze daad aan, oordeelende dat hij eenmaal gehuwd, zich van zelf aan eene meer regelmatige levenswijze zou gewennen. — Het meisje zijner keus was eene arme wees, maar die een zeer zorgvuldige en godvreezende opvoeding had gehad. Dat zij beiden arm waren blijkt wel hieruit, dat hun gansche huisraad slechts uit èen tafel en éen lepel voor hen beiden bestond.

Als een kostelijke bruidschat bracht zij echter twee boekjes mee, die haar vrome vader haar bij zijn sterven had nagelaten. Het eene droeg tot titel: „het pad des eenvoudigen naar den hemel" en het andere „de practijk der godzaligheid." Ze waren gering van waarde oogenschijnlijk, doch in kleine dingen liggen vaak groote verbor­gen, waarom de Schrift dan ook zegt: „veracht den dag der kleine dingen niet."

Bunyan liet zich door zijne vrouw overreden om deze boekjes te lezen, en al brachten ze hem niet tot overtuiging, hij schrijft later zelf: „ik vond er wel iets in dat mij smaakte en geheel zonder uitwerking bleef het niet."

Hij ging voortaan getrouw tweemaal per Zondag ter kerke, werd zéér godsdienstig, zong gaarne lied na lied, beminde de vooraanzitting in de gemeente en vereerde alles wat met de Kerk in verband stond met het diepst ontzag. „Ja" — zoo schrijft hij zelf — „wanneer ik maar een predikant zag, zou ik wel voor hem hebben willen knielen en kruipen."

Doch... van zijn zondig leven kon hij geen afstand doen, „daar hij" — zoo zegt hij zelf —' „daar hij bij een leven van uitwendige godsdienstigheid een harte in zich omdroeg, dat aan de zonde verslaafd was." — Ging hij dan ook al getrouw ter kerke des Zondags, des avonds was hij toch weer te vinden bij spel en drank.

Op zekeren Zondag was Bunyan met zijne vrouw ter kerke geweest en had hij eene preek over de Zondagsontheiliging aangehoord, 't Was hem daarbij geweest alsof de leeraar hem had aangesproken, en het had hem in de consciëntie gegrepen. Thuis gekomen schudde hij echter, als met geweld den ontvangen indruk van zich af en spoedde hij zich, na zijn middagmaal gebruikt te hebben, naar de gemeenteweide om naar ouder gewoonte deel te nemen aan de volksspelen.

Juist was hij op het punt een bal te raken, toen het hem was als vernam hij eene stem, die zeide: „wilt gij van uwe zonden afstand doen en plaats in den hemel ontvangen — of in uwe zonden blijven volharden en ter helle varen? "

Daardoor ontstelde hij vreeselijk, liet zijn speeltuig vallen en opwaarts ziende was het hem of hij den Rechter over levenden en dooden vóór zich zag om hem te straffen.

Dat deed hem zijn schuld gevoelen voor den Hoogen en Heiligen God — en in wanhoop wegzinkende riep hij met Kaïn, dat zijne zonden te groot waren dan dat ze vergeven konden worden.

Maar zich ook aanstonds weer herstellende sprak hij bij zich zelf: als ik dan verloren ga is het beter om ter oorzake van vele zonden verdoemd te worden dan om de wille van weinige — en zijn spel weer hervattend scheen hij alles weer vergeten.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 april 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Voor Jong en Oud.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 april 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's