De Heere is goed.
De Heer' is goed; Hem wil ik eeren,
waar alles jubelt: „God is goed!"
Hij deed mijn leed in vreugd verkeeren, de Heer',
die groote dingen doet.
Tot Hem, de Bron der zegeningen,
riep heel mijn hart in bangen nood,
toen angst en wanhoop mij omvingen
en niemands hand mij hulpe bood.
Redds sperde een wis verderf de kaken
en grijnsde een open hel mij aan, .
toen op Gods eisch de boeien braken,
waarmede ik smaadlijk was belaan.
Hij deed des afgronds kolk bedaren,
mij reddend door Zijn sterke macht
van 't ruw geweld der wilde baren
en 't aaklig donker van den nacht.
God is met mij; wat zou mij deren;
wat vrees ik nog van stof en asch,
sinds ik in de armen mijnes Heeren
een schuilplaats vond en veilig was?
U prijs ik. Rotssteen mijner sterkte,
mijn Schild, mijn Toevlucht, mijn Banier
Waar 't hart op Uw ontferming merkte,
hoe goed, hoe heerlijk is het hier
Al leidt me Uw hand langs donkre wegen,
al derf ik soms Uw aangezicht,
toch blijft Ge in allen nood mijn zegen,
in duisternis mijn eenigst Licht.
Ja, trouwe liefde, uw gulden banden,
zij trekken, mij tot God omhoog;
Hem wil ik hart en ziel verpanden.
Dien ik mijn Vader noemen moog'.
Zoo word ik vrij van schande en schade
waarmee de wereld mij vervaart;
beveel mijn ziel aan Gods genade
en streef al worstelend hemelwaart.
Zoo maakt mijn mond met lofgezangen
dien grooten Redder uit den nood,
Die aller hulde moet ontvangen, met al Zijn gunstgenooten groot.
1912.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's