Staat en Maatschappij.
Aan wien de schuld?
Dat het met het geestelijk leven bij onze marine treurig gesteld staat, is eene zaak van algemeere bekendheid. Het Socialisme vindt op de vloot grooten aanhang. De schepeling ziet in zijn meerdere zijn natuurlijken vijand. Toch wisten wij niet, dat de vijandschap tegen den godsdienst bij den schepeling zoo algemeen is. Dit kwam onlangs uit, toen door het Hoofdbestuur van den Bond van Minder Marinepersoneel een onderzoek werd ingesteld naar de meening der schepelingen over de wijze waarop het Marinebestuur het geestelijk leven van het personeel wil verbeteren.
Naar het orgaan van den Bond mededeelt, werd den schepelingen een aantal vragen gesteld.
De eerste vraag luidde: Acht gij in het algemeen het kerkhouden aan boord nuttig of noodzakelijk?
Hierop antwoordden er 1927 neen, 2 twijfelachtig, 2 niet en 3 ja.
De tweede vraag of er volgens de schepelingen behoefte aan kerkgaan bij het volk bestond, werd als volgt beantwoord:1656 neen, 2 twijfelachtig, 275 bleven het antwoord schuldig, 1 antwoordde met ja.
De derde vraag, die gesteld werd, was: Hebt gij voor u zelf ooit behoefte gevoeld aan een specialen vlootpredikant of het gemis ervan vroeger bemerkt in uw diensttijd ?
5. antwoorden kwamen in met ja, 1013 met neen, 14 antwoordden niet en 2 waren twijfelachtig.
Een onderzoek naar de kerkgenootschappen waartoe de schepelingen behoorden, gaf als resultaat: Nederl. Hervormd 963, Roomsch-Katholiek 413, Protestant 335, Luthersch 157, anderen 55, geen 11.
Op de vraag of men zich principieel nog tot die richting 'rekent, antwoordden 263 ja en 1680 neen, 91 waren er blanco.
De laatste vraag die gesteld werd, luidde: waarom men zich niet meer tot die richting rekende. Van de ingekomen antwoorden verklaarden er zich 1571 onverschillig voor hun geloof te zijn, 66 hadden er beslist afstand van gedaan, terwijl er 97 op de vraag geen antwoord inzonden.
Tot zoover de enquête. Het zijn ontzettende cijfers, die hier ter kennisse van het Christelijk publiek in ons vaderland worden gebracht; cijfers die bij ons de vraag doen rijzen, waar moet het met onze Marine heen?
De feiten, die hier aan den dag kwamen, zijn eene aanklacht tegen het belijdend deel van het volk in Nederland.
En niet het minst gaat de aanklacht tegen de Ned. Herv. Kerk, die zich van de geestelijke belangen van den schepeling niets aantrekt.
Toen destijds de regeering aan de N. H. K. vroeg om in de zaak der geestelijke verzorging te voorzien, kreeg zij een weigerend antwoord. De Kerk had met de Marine geen bemoeienis. De belangen van het scheepsvolk lieten haar koud.
Wel is er bij de Synode belangstelling voor de Nederlanders in Duitschland, België enz., maar het geestelijk leven van hen die tot haar kerk behooren en op de vloot dienen, trekt ze zich niet aan.
Zoo wordt het vlootpersoneel meer en meer een prooi voor de beginselen van het ongeloof en van de revolutie.
Wanneer zal de Kerk ontwaken en zich ook hier van hare roeping bewust worden ?
Een ontzettende ramp.
Een ontzettende ramp heeft de vorige week op de Atlantische Oceaan plaatsgehad.
De „Titanic", het grootste schip ter wereld, metende 46000 ton, zonk in een korte spanne tijds in de peillooze diepte weg. Niet minder dan een kleine 2000 kwam daarbij om het leven.
Het was de eerste reis, die het zeekasteel aflegde. Allerlei menschen van aanzien en positie maakten de reis van Engeland naar Amerika mede.
Thans zou er een schip in de vaart komen, dat menschelijkerwijs gesproken, volmaakt was. Wat werd er al niet over die „Titanic" gesproken. Maakte men van deze boot gebruik om zijn reis naar de nieuwe wereld te ondernemen, dan, zoo heette het, kon men ervan verzekerd zijn, dat men door geen ongeval zou getroffen worden. Immers het schip was zóo geconstrueerd, dat wat er ook gebeuren mocht, een veilige reis van het eene werelddeel naar het andere verzekerd was.
Het menschelijk vernuft had wonderen verricht.
Zijn de berichten juist dan moet op den Zondagavond voorafgaande aan den nacht, waarin het schip verging, een groote maaltijd hebben plaatsgehad en moet die dag met een bal zijn besloten. Daarna kwam de botsing met den ijsberg, die de ramp en daarmede den ondergang van het schip veroorzaakte. Vreeselijk moet het moment geweest zijn, toen het in de golven op een strijd ging tusschen leven en dood en ten slotte de zee haar prooi verzwolg.
Wij zullen van al de dingen, die de dagbladen ons bericht hebben niets zeggen. Alleen zij er hier de aandacht op gevestigd, dat wat de mensch verricht, ook al is dit nog zoo kunstig, zijn werk toch gebrekkig blijft.
De Heere heeft ons op al onzen weg te bewaren. Ook op de breede wateren van den Oceaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's