Ned. Herv. Jongelingsbond.
Rooster van Werkzaamheden.
A. B ij belbespreking Gen. 4 : 1—8.
Vers 1. a. Kain beteekent kracht, winst of bezitting; zie Joh. 16 : 21.
b. Er zijn er die »Ik heb eenen man van den Heere verkregen» opvatten als: Ik heb gebaard, terwijl de Heere God mij bijstond.
Anderen: Ik heb, een man, den Heere, ontvangen; meenende, dat deze reeds het vrouwenzaad was, dat den slang den kop vermorzelen zou.
c. De luchtkasteelen van den mensch. Eva's groote verwachtingen, evenals iedere moeder.
d. Merk op dat de zegen: weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, door God niet is ingetrokken.
e. Calvijn denkt dat Kain en Abel tweelingbroeders zijn geweest, omdat hunne geboorten gelijk vermeld worden.
ƒ. Zie voor de wonderbare vorming van den mensch Ps. 139:13 V. v. Job 10:10 v. V.
g. Aangaande de vorming van de zielen in den mensch zegt Brakel: de Schrift zegt duidelijk, dat de zielen telkens door God in de vrucht worden geschapen, zie hierover Ps. 121:7, Jes. 63 : 16, 1 Petr, 4:19, Zach. 12 : 1. De ziel bestaat na den dood des menschen op zichzelve, dus is ze ook in het begin onafhankelijk van het lichaam. Zij is onsterfelijk en kan niet gedood worden Matth. 10 : 28. Indien hare oorsprong uit den mensch was, kon dit wel.
Vers 2. a. De beste omschrijving van den naam Abel vinden wij in Pred. 1:2.
b. Zijn naam vergankelijkheid, wijl nietigheid en ellende van het menschelijk leven gevoeld werd.
Misschien ook om de zwakte van dit kind tegenover Kain.
c. Alle verwachtingen niet profetiën. Het kind waar het meest van verwacht wordt, wordt soms tot schande, en dat onzer bezorgdheid onze vreugde.
d. Behalve deze twee broeders hebben Adam en Eva nog andere kinderen ontvangen. Tenminste dochters. Van deze nam Kain eene vrouw. (Hoofdst. 4:17). Alleen Seth nog genoemd (hoofdst. 5 13).
c. Merk op Abel vóór Kain genoemd. Vergelijk eens Rom. 9:12, 13 en Maleachi 1:2 en 3.
f. Hun bedrijf, zie volgend vers. Vers 3. a. De woorden van eenige anders gedrukt.
Overal waar dit plaats heeft, wordt er door te kennen gegeven, dat die woorden in het oorspronkelijke niet staan, maar ter verduidelijking zijn ingevoegd door de Statenvertalers.
b. Beteekenis: a verloop van korteren of langeren tijd. (Hoofdst. 40:4.)
c. 't Scheen dat Kain de leefwijze van het Paradijs ook daarbuiten wilde voortzetten. Bleek dit uit zijn beroepskeuze, nog meer uit zijn offerande. Dat was een soort goedaardige dwaling, maar ook een ondoordacht doen. Alsof er geen zonde tusschen beide gekomen ware, wilde hij eenvoudig weg het verkeer met God voortzetten. Daarvoor moest de offergave het bewijs zijn. Een handvol korenaren, een boomvrucht op het groene blad kon volstaan. Hij dacht wellicht, dat het herstel der afgebroken gemeenschap met God eene zoo lichte zaak was en van den mensch zelve kon uitgaan, (van Ronkel).
Vers 4. a. Lees kantteekening Statenbijbel. b. Hebr. 11:4 wil niet zeggen, dat het-daarom meerder was, omdat hij het in geloof bracht, maar, daar hij geloofde, bracht hij een meerder offer.
c. Veronderstellen we dat beiden het beste nemen, merk dan op dat als twee hetzelfde doen, uitkomst en doen in werkelijkheid niet hetzelfde is. Zie Luk. 18:10, v.v. waar beiden bidden.
d. Kaïns offer onbloedig. Geeft alleen een eerbewijs aan God. Abel gevoelt dat er zonder bloedstorting voor hem geen vergeving is.
e. Onbloedige offers zijn geen middelen ter verzoening noch treden in de plaats der schuldigen,
ƒ, De aanneming van het offer. Misschien als Lev. 9:24, 1 Kon. 18:38 of opstijgende rook.
Vers 5. a. Zie kantteekening Statenbijbel. b. Merk op de eenige weg van redding, die dien weg versmaadt vindt geen genade en de gebeden der goddeloozen zijn Hem een gruwel (Ps. 66:18, Spr. 15:8, 9, 26; 28:9. Godsdienst, welke niet op Christus offer alleen steunt zie hier voor zich de profetie.
c. Waar een boos hart is, daar is ook een boos oog en waar deze beiden zijn daar komt ook een booze hand (Cramer).
d. Verwerping van Kaïns offer reeds in vorig vers. e. Gevolg daarvan boosheid in plaats van ootmoedige vernedering. Zie verder hiervoor Jer. 3 : 12, Job 1:5, 29:24 en ook Spr. 14 : 20.
f. In Kaïn zien we het beeld van een goddelooze, die echter voor rechtvaardig wil gehouden worden, ja zich de eerste plaats onder de heiligen aanmatigt. Zie nog eens hierbij den Farizeeër Luk. 18 ; 10 v.v.
Vers 6. a. De komst des Heeren mogelijk door zichtbare verschijning of langs den weg van het beschuldigend geweten.
b. De Heere openbaart zich hier weder in Zijne opzoekende liefde. Hij wist Kaïns einde, toch spreekt Hij hem aan op zoo belangstellenden toon. Hierdoor toonde de Heere, dat niet in Hem, maar in Kaïn zelven de oorzaak der verwijdering lag.
Vers 7. a. Zie kantteekening Statenbijbel, b. 't Woord van Jakobus 1:15 hier bevestiging.
Merk tevens op, dat de Heere hem éen middel geeft tot bestrijding — weldoen d.i. te maken, dat iets goed wordt. Dat éene middel is voorts 't aannemen van Christus.
c. Zonde is straf voor de zonde. d. Zijne begeerte... tot heerschen d.i. Hare begeerte is tot u en gij zult over haar heerschen of de vorst der duisternis begeert u (zie Luk. 22:31) maar gij moet hem overwinnen door wel te doen, door als uw broeder geloovig het oog te vestigen op het offer des Lams.
Vers 8. a. Zie Matth. 23:35, Luk. 11:51, i Joh. 3:12, Jud. II.
b. Die, naar de hoop der moeder, slangendooder zijn zoude, wordt moordenaar van zijn broeder!
c. Kaïns moord is de wording van het martelaarschap. Van dezen eersten onschuldig vermoorden, die zegeviert, terwijl hij valt en leeft, terwijl hij sterft; en gestorven zijnde nog spreekt (Hebr. 11:4) gaat tot op Zacharia Jojada's zoon, een breede bloedstroom door de geschiedenis des Ouden Testaments (Matth. 23 : 35). Bij den aanvang der Nieuw-Testamentische geschiedenis wordt de doodslag, door Kaïn aan zijn broeder Abel gepleegd, bij tegenbeeld herhaald in den doodslag, door het Joodsche volk aan hunnen broeder in het vleesch, Jezus den heiligen en geliefden Zoon Gods, volvoerd. Dezelfde vloek der omzwerving wordt over hen uitgesproken, en weder stroomt een vloed van martelaarsbloed door de kerkgeschiedenis. Moord en doodslag hebben door den menschenmoorder van den beginne (Joh. 8:44) in de geschiedenis der menschheid een wereldburgerrecht verkregen enheerschen in duizende gedaanten (v. Lingen).
d. Bij de openbaarwording der zonde in Adams eersten zoon kunnen wij ook spreken over de erfzonde, de zonde, door welke alle menschen, natuurlijk uit Adam gesproten, om de toerekening van zijne overtreding, van hunne geboorte af, ontbloot zijn van de oorspronkelijke rechtheid en tot alle kwaad geneigd en aan den goddelijken vloek onderworpen en daarvan niet te redden dan door Christus' bloed en Geest, hetwelk in den dood zelven eerst volkomen geschieden zal. Lees achtereenvolgens eens hierbij na Rom. 5 : 12, 16, Joh. 3 : 3, Efeze 2 : 1, 3, Rom. 3 : 19, Jak. 1 : 13 v.v. Rom. 7:13 v.v, Matth. 15 : 18 v.v. Gen. 8 : 21.
B. Kerkgeschiedenis.
AUGUSTINUS.
Lees voor dit onderwerp les 7 uit ons handboekje.
B, te H.
Verslagen.
FEIJENOORD. Woensdag 24 April had de aangekondigde vergadering plaats, waar de WelEd. heer C. W. Berghout van Delfshaven spreken zou over ' het belang van het Chr. Onderwijs en de roeping in deze voor de Gereformeerden in de Herv. Kerk,
De heer N, C. van Noorloos opende het samenzijn en wekte op .om te komen tot een Chr. Schoolver-• eeniging op Geref. grondslag, waarbij allen die inde Herv. Kerk leven en de Geref. belijdenis liefhebben zich behooren aan te sluiten.
Vervolgens sprak de heer Berghout ongeveer alsvolgt: De ouders zijn — getuige de doopbelofte — verplicht zélf hun kinderen op te voeden in de voorzeide leer.
Met verschillende uitspraken van de H, Schrift werd zulks gestaafd, o.a. wat Mozes gebiedt in Deut. en wat geschreven staat in Ps. 78. Daarna werd gehandeld over het doen en helpen, onderwijzen in de »voorzeide« leer. Dit komt in het geheel niet tot zijn recht op de z.g. neutrale School, zooals die zich heeft ontwikkeld in den loop van de 19e eeuw. Daarom kwam de Bijzondere Chr. School op, geboren uit het geloovig initiatief der Christenouders. Veel strijds is er gesteden en veel gebeds gebeden. Maar in het geloof werd begonnen en God van den hemel heeft het doen gelukken, zoodat het aantal Chr. Scholen gedurig wies. Ook kwam er verlichting van druk. Eerst onder, het 1e Chr. Ministerie-Mackay, toen onder Kuyper, verder door de Wet-Rink en ten laatste onder het huidige 3e Chr. Kabinet.
Vervolgens wees Spr. op de ingezonken toestand van de Herv. Kerk. Wie meent, alles gezegd te hebben, wanneer hij als de oorzaak van de kerkelijke ellende noemt de Synodale organisatie van 18I6, die heeft het mis. Ons kerkelijk leven is ook bedorven door verkeerde Scholen. Dit heeft de Geref. Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Ned. Herv. (Geref.) Kerk goed ingezien. Wel strijdt die tegen genoemde organisatie, maar voor goed, voor Geref. Hooger Onderwijs. Dit is het, waarvoor deze Bond landelijk ijvert.
Half werk zouden de mannen van den Bond echter verrichten, zoo ze meenden, dat ze zich met het Lager Onderwijs niet hadden in te laten. De Gereformeerden in de Herv. Kerk hebben in te zien, dat ze tegenover het gedoopte kind een dure roeping hebben.
Spr. zegt dat hij op het terrein van de Lagere School is voor saamwerking. Maar dan moet met onze groep worden gerekend. Het moet niet zoo gaan, dat over ons, bij ons, zonder ons wordt gehandeld. We moeten het niet toelaten, dat we op het schoolgebied platgedrongen worden tusschen de ethischen in eigen Kerk en de gescheiden broeders uit de Geref, Kerk. Wordt met onze groep niet gerekend, dan is een »eigen school«, vooral waar het gebied ruim is, op haar plaats. Maar ruimte voor saamwerking kan altijd nog gelaten worden. De Chr. Nationale schoolgedachte moet ook de onze zijn. Zuiver kerkelijke scholen begeeren we niet; wèl scholen met een beslist beginsel.
17 van de toehoorders traden als lid toe.
De contributie werd bepaald op minstens f 1 per jaar. Die zich als lid wil aansluiten geve zijn naam en adres op aan de Commissie: N. C. van Noorloos, Hillestraat 7 b J. van Wijngaarden, Westvarkenoordscheweg 50; A. L. Hoek, 1ste Stampioendwarsstr. 10; A. M. Baars, Oranjeboomstr. 145; D. Luiten, Rosespoorstr. ; J. Hofman, Oranjeboomstr. 501; H. J. van Kleef, Oeverstr. 15; J. de Ruiter, Hilledijk 209; L. Hoogerwaard, Persoonshaven 103.
Correspondentie.
Aan de aangesloten vereenigingen wordt bericht dat de Chr. Jongelingsvereeniging »Eben-Haëzer« te Utrecht als lid tot onzen Bond wenscht toe te treden. (Zie art. 8 van het Statuut.)
DE BONDSSECRETARIS.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 mei 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's