De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Allerlei.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Allerlei.

9 minuten leestijd

De Scheepsramp.

Heel de wereld, Azië zoo goed als Amerika en Europa, is diep ontroerd door de scheepsramp met de Titanic.

Als een echte Titan, reusachtig groot, reusachtig sterk, reusachtig vlug, reusachtig royaal, voer het de haven uit. Pas gebouwd voor bijna 20 millioen gulden. Met een 50 millioen schatten en koopwaren aan boord. Een paar duizend passagiers en manschappen, waaronder vele Amerikaansche millionairs en Europeesche groot-handelaars. Nooit was nog zooiets gezien. En op alle gebeurlijkheid was gerekend. Schipbreuk was eenvoudig onmogelijk. Men dorst de macht der elementen en der goden trotseeren. De reis was enkel spel. Die meeging dacht slechts aan genot. Niet éen aan een onheil.

Geheel van staal was het schip. Over vérschietende telegraphie beschikte men. Reddingsbooten in overvloed. De knapste varensgezellen aan boord.

En toen komt er dicht bij Amerika een ijsveld uit de Noordpoolzee aandrijven, 70 mijlen lang, 35 breed, duizend meter diep. Men werd gewaarschuwd.

Geen nood! De vaart werd niet ingetemd. Men wilde record slaan.

Geen gevaar!

En met reuzen vaart stoot het zeekasteel, van 40, 000 ton inhoud, op den drijvenden gletscher en wordt in een oogenblik vaneen gescheurd.

Daar waggelt het gevaarte.

De reizigers loopen heen en weer. Het bootsvolk is hier en daar. De muziek speelt, opdat men voorbereid zal worden zich over te geven aan den dood.

Binnen weinige uren is het zeepaleis weggezonken, - 3200 meter diep in den oceaan. 1600 menschen zijn verdronken. Een 700 zijn nog gered, dank zij de draadlooze telegraphie.

Vreeselijker scheepsramp kent de historie nog niet.

En dat alles nu juist, nu onze techniek zoo hoog staat, nu onze moderne eeuw zoo trotsch het hoofd omhoog heft, wanend de kracht der elementen en de sterkte der goden te boven te zijn.

En laat men nu zulk een schip nóg sterker maken, en laat men het aantal reddingsbooten nóg uitbreiden, en laat men nóg meer schatten en weelde bij elkaar brengen, laat men nóg bruter zeggen dat het grootste gevaar tot spel is geworden — dan lacht Hij die op den troon zit met alle menschelijke sterkte en wijsheid, en de oceaan verheft zich op Zijn bevel en brengt alle titanentrots een knak toe, - die doet ontstellen, weenen, beven.

Die nog leere bidden tot Hem, die heerschappij voert op het land en op de wateren.

Geloof alleenlijk.

Wees stille, mijn harte, Hoezeer ook de smarte Van 't lijden u wondt. God kent al uw strijden, De zwaarte van 't lijden. Maar houdt toch voor eeuwig met u Zijn verbond.

Al gloort er geen sterre, Eén houdt toch van verre Op u steeds het oog. Hij proeft al uw tranen. Den weg zal Hij banen. Geloof slechts! — richt hoopvol het hoofd naar omhoog.

Al ligt ge te smachten Naar hulp, blijf maar wachten, God kent Zijnen tijd. Hij zal niet beschamen; De „Ja" en de „Amen" Houdt woord, als 't geloof Hem lankmoedig verbeidt.

Dan ruilt Hij uw lijden Voor zalig verblijden, En toont u.Zijn macht, Hij is en blijft „Hoorder", Maar ook de „Verhoorder" Van 't vurig gebed waar ge redding op wacht.

E. in „Onze Vaan" 27 Jan, '12.

Van binnen zit de kwaal.

Er is een spreekwoord „de gelegenheid maakt den dief." Dit is niet juist. De gelegenheid maakt den dief niet, maar maakt hem openbaar.

Uit het huwelijksleven.

In ons gezinsleven kan alles goed en behoorlijk zijn, man en vrouw kunnen elkander liefhebben, de kinderen kunnen worden opgevoed in de vreeze des Heeren, de huiselijke godsdienstoefening kan op tijd plaats hebben, de dag worden begonnen met gebed en geëindigd met gemeenschappelijke dankzegging, den Bijbel gelezen worden, het gezin gezamenlijk ter kerk gaan, de Zondag worden geheiligd, alle leden van het gezin kunnen geloovige menschen zijn, en toch kan er wat ontbreken, zoodat ze onderling geestelijk van elkaar verwijderd leven.

Die verwijdering kan er zijn tusschen ouders en kinderen, maar ze kan er zelfs ook zijn tusschen man en vrouw.

Dat dit mogelijk is, komt dikwijls hier vandaan, dat de man en de vrouw in hun huwelijk vergeten hun liefde te kweeken en te koesteren en te doen opbloeien tot schooner en rijker ontplooiing.

Dikwijls komt men eerst laat — soms te laat tot de ontdekking hiervan.

De man vult zijn leven wel. Hij heeft zijn zaken. De maatschappij, zijn werkkring neemt hem in beslag. Er zijn zooveel belangen, die zijn aandacht vragen en waaraan hij zich geven kan.

En de vrouw zoekt het en vindt het vaak in haar gezin. En ze is een goede zorg voor haar man. 't Is alles netjes in huis, 't eten is op tijd klaar en er worden geen schulden gemaakt.

Maar in haar hart is een onvoldaanheid, omdat de geestelijke eenheid niet wordt gevoeld.

Zoo kan bij menschen, die heel goed met elkaar omgaan, de volkomen eenheid ontbreken.

Niet dat ze het vaak oneens zijn, of dat ze in oneenigheid leven. Geen sprake van.

Maar ze leven in den sleur.

Ze bidden wel voor elkaar, maar ze bidden niet met elkander; ze leven wel met elkander, maar ze leven niet voor elkander.

De man tracht niet in te leven in het leven zijner vrouw, en houdt de vrouw ook maar liever buiten zijn leven; en de vrouw doet net zoo met haar man. 't Blijft Rijn-en Moezelwater en 't stroomt, schoon in éen bedding, naast elkander voort zonder zich te vermengen.

Als het in uw gezin zoo is, lezer of lezeres, dan is dat een aanklacht tegen u! Dan is het met uw gezinsleven niet gesteld, zooals God dat wil.

Gods gebod voor het gezinsleven is: „die twee zullen tot éen zijn."

En als het bij u niet alzoo is, dan kwijnt uw huwelijksleven.

Maar wanneer gij Gods gebod verstaan moogt en in de vreeze des Heeren wandelen, dan bloeit uw gezinsleven en bloesemt rijk, om uw hart en uw huis te vervullen met vroolijkheid. (Naar „Hollandia".)

Een gepast huwelijksgeschenk.

Een aanzienlijk heer vierde bruiloft. Te midden van de voorname feestgenooten, die kostbare en prachtige geschenken brachten zag men ook den eenvoudigen, maar verstandigen Christelijken dorpsschout. Hij bracht een klein doosje en zeide: „Mijn grootvader heeft in vroeger tijd bij de Hollanders gediend, en mij dit aandenken achtergelaten. Dat geef ik u, hooggeachte heer, op uwen eeredag; gebruik het vele jaren in gezondheid, en de barmhartige God moge u Zijne wijsheid leeren!"

In het doosje bevond zich een zilveren munt, die de Hollanders indertijd hadden laten slaan, om den vrede met de Engelschen te handhaven. Op de eene zijde was een juk ossen afgebeeld, met het omschrift: „Juncti valemus", d. w. z. „met elkander zijn wij sterk"; op de andere zijde een paar steenen potten, die op zee ronddreven: daarop stond : „Collidentes pangimur" d.w.z. „tegen elkander gaan wij aan scherven"! De graaf liet dit aan zijne jeugdige vrouw zien, en zeide: „Zie eens aan, wij hebben dezen dag menig zinrijk eereblijk ontvangen, doch die eenvoudige man heeft ons waarlijk niet het slechtste gegeven!"

Uit Indië — naar Indië.

Een heidensche vrouw in Indië werd moeder van tweelingen, een welgeschapen jongen en een blind meisje. Een zendeling bezocht de vrouw, die zich zeer ongelukkig gevoelde, daar zij geloofde, dat de godheid toornig op haar was, omdat hij haar niet twee knapen had geschonken, maar dit blinde meisje.

Eenigen tijd later, toen de zendeling zijn bezoek herhaalde, bemerkte hij, dat alleen het meisje in de wieg lag. Op zijn vraag: „waar is uw jongetje? " gaf de moeder ten antwoord: „dat heb ik in de Ganges geworpen om de godheid te verzoenen".

Ontroerd hoort de Evangeliebode dit aan, en toen hij doorging met vragen, waarom zij dan toch wel den gezonden knaap en niet het blinde meisje had opgeofferd, antwoordde zij: als ik mijn god niet het beste had gegeven, zou zijn toorn nog grooter zijn". En toen trok zij zich de haren uit, sloeg zich op de borst en begon te kermen en te huilen: „mijn lieve, lieve jongen!"

Hoe diep ellendig zijn de heidenen.

Wat 'dringt de zaak toch om hun het Evangelie bekend te maken.

En wat beschamend is hun godsdienst voor ónze godsdienstige practijkenl

Zij geven het liefst wat zij hebben, zelfs hun kinderen, tot een offer aan hun goden.

Ons moest dan tenminste goud en zilver en koper als niets zijn om het te geven in den dienst des Heeren en ons gebed moest geduriglijk opgaan, dat de Heidenen mochten komen tot de kennisse van den zaligen dienst des levenden Gods, die is naar Zijn Woord.

En ach, wat is er een traagheid en gierigheid.

Wat is er een gedachteloosheid en veronachtzamen van het gebod des Konings: „gaat heen en predikt het evangelie allen creaturen, "

Door een vlieg.

Spurgeon verhaalt, dat een spotter eens ter kerk kwam, om naar het orgelspel te hooren. Hij was evenwel vast besloten, niet naar de predikatie te luisteren en had zich daartoe in een hoek neergezet, met de vingere in de ooren.

Hij had echter niet gedacht aan de vliegen en werd gedwongen, de hand op te heffen, om een bijzonder lastige vlieg weg te slaan. Dit ging natuurlijk niet zonder éen zijner ooren onbewaakt te laten. En juist op datzelfde oogenblik werd hij in de ziel gegrepen door het tekst woord: „Die ooren heeft om te hooren, die hoore!"

De Overheid.

„Zoo wie de Overheid wil afschaffen en maken, dat elk zijn eigen meester zij, die die doet tegen de liefde, want daar volgt terstond verwarring en verwoesting aller dingen, "

CALVIJN Rom. 13 : 8.

De waarde der goede werken.

Dat de werken der godzaligen goed geacht worden, dat is geenszins uit hunne volmaaktheid, maar omdat de onvolmaaktheid en het feil niet toegerekend wordt: daarom ofschoon zij honderdmaal méér deden, zoo zouden zij nog niet doen boven wat zij schuldig waren".

CALVIJN 1 Cor. 9 : 18.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 mei 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Allerlei.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 mei 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's