Ned. Herv. Jongelingsbond.
2e Bondsdag
van den Bond van Nederlandsch Hervormde Jongelingsvereenigingen op Gereformeerden grondslag,
D.V. Maandag 27 Mei (2e Pinksterdag) a-s., te VEENENDAAL.
In de agenda, die onlangs in het nummer van 26 April stond aangegeven, is deze wijziging gekomen dat de" godsdienstoefening die om half elf in de Ned. Herv. Kerk zal gehouden worden, niet door Ds. Remme, maar door Ds. Jongebreur zal worden geleid; terwijl in de openbare vergadering die des namiddags ten 4 ure ook in het Kerkgebouw der Ned. Herv. Gemeente zal gehouden worden na Ds. van Grieken niet door Ds. Jongebreur, maar door Ds. Remme een woord zal worden gesproken.
HET BESTUUR.
Volgens belofte deelt het Bestuur van de Chr.Jongelingsvereeniging te Veenendaal nog het volgende mede.
Aan de treinen der beide stations zullen Jongelingen aanwezig zijn tot geleide der bezoekers van den Bondsdag. Deze geleiders zullen kenbaar zijn aan een witten strik op de borst. Ook zullen voor degenen, die per fiets naar Veenendaal komen, geleiders staan aan den ingang van het dorp, ook kenbaar aan een witten strik. Tevens zal er gelegenheid zijn tot opberging der fietsen in 't lokaal der Chr. Jong. Vereeniging tegen betaling van 5 cents. De fietsen kunnen tot half elf opgeborgen worden en vanaf half zes terugontvangen worden.
Daar nog niet alle aangesloten vereenigingen bericht zonden, hoeveel leden den aanstaanden bondsdag bezoeken zullen en wij vertrouwen, dat alle aangesloten vereenigingen zich zullen vertegenwoordigen, verzoeken wij ten spoedigste nog tijding te zenden aan onzen Secretaris, wiens naam en adres hier onder vermeld staat. Tevens brengen wij de vereenigingen, die reeds tijding zonden, dank voor hare mededeelingen.
Namens het Bestuur voornoemd
P. Bos, Secretaris, Benedeneind A 2.
Veenendaal, 13 Mei 1912.
Aankomst treinen:
Station Holl. Spoor (8 minuten van 't dorp) Van de richting Utrecht—Amersfoort 8, 54, 10, 32. Van de richting Kesteren 8, 53, 11, 14.
Station de Klomp (een half uur van 't dorp.) Van de richting Utrecht 10, 01. Van de richting Arnhem 9, 06, 11, 14.
Vertrek treinen!
Station Hollandsche Spoor In de richting Amersfoort—Utrecht 7, 05. In de richting Kesteren 6, 38.
Station de Klomp.
In de richting Utrecht 8, 01. In de richting Arnhem 7,07.
Rooster van Werkzaamheden.
A. Bijbelbespreking
Gen. 4:9—einde.
Gen. 4:9. a. De Heere zeide tot Kaïn — zié daarvoor Ps. 9 : 13.
b. «Waar is .... uw broeder.» Naar omgebrachte schapen of dood vee vraagt God niet, maar naar doode menschen.
Zoo volgt dan dat de mensch eene opstanding te hopen heeft en zulk eenen God bezit, die uit een lichamelijken dood in een eeuwig leven voert en naar hun bloed, als naar een kostelijk ding vraagt, gelijk ook Ps. 116:15 zegt (Luther),
c. Ik weet.... hoeder: Ontzaglijke verwoesting der zonde! Ongeloof, leugen, onbeschaamdheid, ja wat niet al ligt in 't antwoord, aan den alwetenden Koning gegeven, (v. Lingen).
d. Zie voor hoeden ook Hozea 12 : 13 v.v.
Vers 10. a. zie. kantteelcening Statenbijbel.
b. Vergelijk voor stemme des bloeds Hebt. 12; 24, 1 Petr. 1:2.
c. Onderdrukking en stilzwijgen verhinderen God niet om zaken te richten, die de wereld begraven waant. d. Volgens een Latijnsch vers wordt van vier zonden gezegd dat zij roepen tot God, zegt van Lingen en wel van doodslag, van Sodom (hooidst. 18:20) die der onderdrukten (Exod. 3:7) en het verkorte loon des arbeiders (Jak. 5 : 4).
Vers II. a. Zie kantteekening Statenbijbel.
b. Vervloekt zijt gij d. i. gij zijt het niet van wien het gezegend zaad te wachten is. Met dit woord wordt Kaïn uitgebannen, uitgeworpen en als een tak van den boom afgesneden.
Aan Adam wilde God nog genade bewijzen, voor Kaïn niet meer (Jud.:11).
c. van in van den aardbodem kan beteekenen boven ten aafischouwe van en uitgeworpen van Volgens 't laatste vatten Calvijn, van Lingen en meer anderen op. Het als uitgeworpen van den aardbodem is dan niet alleen de verklaring van dat vervloekt zijt gij maar daarin bestaat het wezen der vloek over Kaïn uitgesproken.
d. Gods wrake tegen Kaïn. Hij vindt evenmin als Ezau een plaatse des berouws. Hebr. 12:17. Zie kantteekening Statenbijbel.
Vers 12. a. Het woord door zwerven vertaald, geeft het inwendig vreezen te kennen, het tweede dolen, het uitwendig gejaagd zijn. De misdadiger vindt nergens rust.
Vers 13. a. Lees hierbij Ex. 34:7, Num. 5 : 31. b. Kaïn erkent wel de zonde maar met het oog op de straf.
Vers 14. a. Lees Spr. 28: 1. Zoo ook Kaïn. Hij klaagt niet over ziel of eeuwigheid, alleen daarover dat alles — zelfs 't ritselen van een blad, het suizen van den wind hem zal voortjagen,
b. Beangst voor den dood en er waren zoo weinig menschen. Zijn klacht en bede om verlichting van straf.
Vers 15. a. Lankmoedigheid jegens den diep ongelukkige.
b. Rabijnen en andere uitleggers hebben gemeend, dat er hier een uitwendig teeken aan het lichaam bedoeld is. Ridderius zegt: men kan het niet weten, alleen ziet men dit, dat het iets geweest is, dat ieder kon kennen en waardoor ieder werd afgeschrikt hem te dooden.
Vers 16. a. In plaats voor dit bewijs van lankmoedigheid bewogen te worden tot bede om genade, gaat hij van Gods aangezicht weg naar Nod (verbanning).
b. Zondaar draagt verbanning in 't hart.
c. De zon, het licht der natuur, gaat van het oosten naar 't westen. Het rijk des Heeren neemt in 't algemeen denzelfden loop. Kaïn omgekeerd. Niet voor — maar achterwaarts.
d. Vergelijk bij Kaïns daad Spr. 26:25.
Vers 17. a. Huwelijken van broeders en zusters waren in den beginne onvermijdelijk. Ook later vinden we dat Abraham met een half-zuster gehuwd was. b. 't Is niet te zeggen, dat Kaïn voor den moord geen kinderen had. 't Bouwen van de stad doet vermoeden dat 't huisgezin uitbreidde.
c. Een goed geweten heet met recht een koperen muur en zoo zullen geen honderd muren de goddeloozen van hun onrecht bevrijden.
Vers 18, 19, 20, 21 en 22. a. Lamech niet te verwarren met Noachs vader, (hoofdst. 5 : 25—29).
b. Hier de oorsprong der veelwijverij. Tegen de orde door God gesteld (Gen. 2:24). Haar oorsprong bij het geslacht der zonde. Maakt den man tot despoot, de vrouw tot slavin.
c. Jabal (zwerver) begon het zwervend, het Nomadenleven, zooals later het leven der aartsvaders was.
d. Merk op dat God aan het gevloekte geslacht toch enkele uitnemende gaven gaf (vers 20).
e. Dezelfde gaven kunnen ter eere van God en tot verderf van menschen dienen. De harp past in Davids hand en het orgel in den tempel des Heeren (vers 21).
ƒ, Handwerken, kunsten en uitvindingen gaven des Heiligen Geestes en komen van God. Wel hem die ze ter eere Gods gebruikt!
g. Bij de kinderen der wereld de kunsten der wereld.
Vers 23. a. Lees hierbij Matth. 18:24.
b. De eerste dichter een verjongd grijsaard, een held in woorden, een lofredenaar van zich zelven, een zanger van daden die hij niet verrichtte.
c. Met een moord begon, met een moordlied eindigt de geschiedenis der Kaïnieten. In het zevende lid is alles vergeten. Door muziek, overdaad, pracht en weelde zijn de gedachten verstrooid. De vloek der eenzaamheid is in het stadsleven, de vloek der onbestendigheid in lust tot zwerven, het booze gewetenï in heldenmoed veranderd, die van den vloek des voorvaders met godslasterlijke zelfverheffing gewaagt. (Drechsler). :
d. Dit lied het lied van het zwaard genoemd. Vers 25. a. Uit dit «wederom* mag niet afgeleid worden, dat Adam door dood van Abel en vlucht van Kain van kinderen beroofd was.
b. De Heere geeft en ontneemt maar geeft ook weder. Abel gedood, Kain gevlucht, nu geeft God vergoeding. Daarom Seth (in de plaats getredene). Met Abels dood scheen belofte van het vrouwenzaad vernietigd. Zoo scheen ook de belofte ijdel bij Sarahs onvruchtbaarheid en bij 't bevel om Izaak te offeren. De Heere beproefde Adam en Abraham en bleef de Waarachtige en Getrouwe, (van Lingen).
c. Met Seth een nieuw geslacht en een nieuw tijdvak. Een tijdvak waarin weer sprake is van terugkeer tot den Heere.
Vers 26. a. Zij verbonden zich tot gemeenschap, doch het worden geen steden van zingenot en weelde, het worden plaatsen van heilige overpeinzing en gebed (de Lange.)
b. Godsvrucht de sterkste muur. De Kaïnieten zijn ten ondergegaan met hunne steden, zoo niet voor dan met den zondvloed; het geslacht van Seth leeft voort in eeuwigheid. De winst (Kaïn) is verloren en de zwakke (Seth) is sterk geworden door zijnen God, (van Lingen).
c. De namen van Kaïns geslacht houden grootspraak in. Seth noemt zijn zoon Enos dat is zwakke mensch, sterveling.
d. Eerste openbare godsdienstoefening. Het voor de eerste maal samenkomen der kerke onder het O. Verbond, hier meegedeeld.
B. te H.
Financiën.
Behalve van de afdeelingen, die ik een postkwitantie zond, ontving ik van onderstaande afd. de contributie voor 1912. Men gelieve dit tevens als kwitantie te beschouwen.
Rijssen f3.30; Leerbroek f 5.55; Montfoort f 1.95; Muiden f225; Veenendaal f5.10; Sprang f2.55; Leerdam f4.65 ; Linschoten f 1.50; Benschop f 1.50; Wilnis f 2 10; Zeist f405; Bergambacht f 2.35; Bergschenhoek f4.35; Delft f3 75; Vinkeveen f4.50; Waddingsveen f3.75.
Van Oud-Beierland wacht ik altijd nog bericht en met Dordt hoop ik ook in het reine te komen.
Muiden, 14 Mei '12.
DE BONDSPENNINGMEESTER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's