Ned. Herv. Jongelingsbond.
Rooster van Werkzaamheden.
A. Bijbelbespreking
Hand. 2 : 1—12.
Vers 1. a. Zie. kantteekening Statenbijbel;
b. Zie Lev. 23:15.
c. Merk op hoe de joodsche feesten gediend hebben om de klok te luiden voor de Evangeliediensten.
d. 't Pinksterfeest viel op den eersten dag der week.
e. Waar zij bijeen waren is niet met zekerheid te zeggen. Sommigen denken als volgens Luk. 24:53 in den tempel, anderen eigen opperzaal — en weer anderen aan dezelfde zaal die gebruikt werd voor den paaschmaaltijd. Dit is zeker, 't was te Jeruzalem. Zie verder Jes. 2 : 3.
f. Vroeger twisting wie de meeste was, nu eendrachtelijk. Voornamelijk wel wegens het samen bidden. Hand. 1:14.
Vers 2. a. Zie kantteekening Statenbijbel.
b. 't Nederdalen van den geest in Oude Testament, als bij bezitneming van tabernakel en tempel geschiedde in eene wolk, geeft 't duistere van die bedeeling te kennen. De wegneming van de wolk bij hemelvaart van Christus wijst ook hoe wij omtrent bovenwereld in 't duister gelaten worden. Maar H. Geest is niet in een wolk neergedaald, omdat Hij bestemd was, de wolken te verdrijven, die den geest der menschen verduisteren en om licht in de wereld te brengen. (Henry).
c. Haastelijk of plotseling.
d. Geluid uit den hemel, zie Openb. 6: , Ps. 137:7, , Spr. 30:4.
e. Als van een geweldigen, gedrevenen wind. Zie hierbij Joh. 3:8, Ezech. 37:9, 1 Kon. 19:12, Job 38:1. Geweldig — gedreven ziet op kracht en voortgang.
/. Vervulde het geheele huis waar zij zaten. Waarchijnlijk in heele stad gehoord, maar om het bovenatuurlijke bepaalde het zich weldra tot dat huis. Sommigen denken bij Jona 1 : 4 hetzelfde.
g. De ster wees den wijzen de plaats. Hier wordt den saamgekomenen de plaats er door aangewezen waar de H. G. uitgestort was.
Vers 3. a. Zie kantt. Statenb.
b. Tong beeld der taal en spraak. Vuur van reiniging maar ook vernietiging.
c. Zie ook eens Luk. 5:16, Ezech. 1:13, Jes. 6:7, , Luk. 12:49, denk daarbij aan de wetgeving op Sinaï, hoe die in vuur gegeven werd. Gen. 19:18 enz.
d. Verdeelde tongen als van vuur. Denk ook eens 'hierbij aan den brandenden braambosch.
e. Het zat op een iegelijk van hen, om aan te toonen dat de H. G. voortdurend in hen zou wonen.
f. Sterke vuurvlammen wijl zij zoo op den dag zichtbaar waren.
Vers 4. a. Zie kantt. Statenb.
b. Werden allen vervuld met den H. G. De H. G. werd overvloedig hen gegeven. Vergelijk eens 1 Sam. 10 : 9, 10. Saul kreeg een koninklijk hart, het hart van een veldheer en rijksbestuurder maar geen godvreezend hart. De oude bedeeling had veelal bloote ambtsgaven, de nieuwe bedeeling paart veelal ambtsgaven aan genadegaven.
c. Zie ook Efeze 4:8, 11.
d. Allen slaat op allen die bijeen waren. Hoofdst. 1:14, 15.
e. 't Spreken met andere talen. Lees hierbij Gen. 11:7. Tegenover het wonder der spraakverwarring staat het wonder van het Pinksterfeest. De hoogmoed der menschen heeft de spraak verward, de ootmoed van Christus heeft haar weer vereenigd. Uit éene taal ontstonden vele; verwonder u daarover niet, hoovaardij bewerkte het. Uit vele talen werd weder éene; verwonder u daarover niet, liefde bewerkte dit. (Augustinus)
f. Zie verder Jes. 34:4, ook Jes. 14:12.
Vers 5. a. Zie kantt. Statenb.
b. Zie verder Deut. 16:16. Wijl vele Joden in andere landen gebleven waren na overbrenging der 10 stammen naar Assyrië en later na de 70 jarige ballingschap, kwamen godvruchtige Joden op de bepaalde tijden te Jeruzalem wonen.
Er wordt ook beweerd dat godvruchtige Joden te Jeruzalem hunne woningen hadden opgeslagen wegens komst van den Messias wijl Daniëls weken juist voorbij waren, en de schepter van Juda geweken was. Zie verder Luk. 19:11.
Vers 6. a. Zie kantt. Statenb.
b. Lukas zegt stemme. Onder de werkingen Gods zijn er véle zaken voor ons niet onder woorden te brengen. Het was het geluid van den storm en toch een stemgeluid evenals men van het onweer kan zeggen: het geluid er van is als een stemme Gods. Hier was het eene roepstem van boven tot de inwoners van Jeruzalem: »Komt en hoort!« en ziet, zij kwamen en hoorden.
c. Merk op, dat juist, omdat de vreemdelingen in hunne landstalen de Apostelen hoorden spreken, dit zulk een geweldigen indruk op hen maakte.
Vers 7 en 8. a. Zie kantt. Statenb.
b. Zij verwonderden zich alleen. Na de beroering kwam de verwondering vanwege het vreemde der zaak. Waren de Apostelen Galileërs (gelijk ze waren) zoo was dit voor hunne hoorders het beste bewijs, dat hier een wonder moest geschied zijn, want hoe ter wereld was het mogelijk dat visscherlieden de voornaamste talen der wereld spraken. Dat deze vreemdelingen nog maar enkel ontroerd en verwonderd waren, was echter slechts een voorloopige zaak. De bedoeling des H. G. ging hooger en dieper en was ernstiger: de zaak moest dieper in het hart dringen. Het was nu nog maar inleiding en voorbereiding tot de eigenlijke zaak. Immers de Apostelen spraken nog slechts de groote werken in God verheerlijkende psalmen en lofzangen. Dit was feitelijk de poëzie der zaak, maar straks zou het ernstige proza volgen: Bekeert u en wordt behouden van dit verkeerd geslacht. Opdat het alzoo verder zou gaan, zooals het meestal met de werking des H. G. gaat, totdat de zondaar onder.den machtigen indruk gekomen, na intusschen veel tegengeworsteld 'te hebben, zich overgeeft en zegt: »Hier ben ik, Heere! Ik geef mij aan u over voor eeuwig en altoos.* (Da Costa).
Vers 9-10-11. a. Zie kantt. Statenbijbel.
b. De Parthers, Meders en Elamieten (Persianen) worden het eerst genoemd omdat de 10 stammen derwaarts door Assyrië zijn gevoerd (2 Kon. 17:6). Voorts worden hier de voornaamste landen of plaatsen opgenoemd van Syrië (Mesopotamië, Azië (Cappadocië), Klein Azië (Pontus), Afrika (Egypte) en Europa (Rome). Reeds toen waren de Joden verspreid onder alle toen bekende groote volken. Het was als hadden deze verstrooiden een voorgevoel, dat geheel hun volk hen eenmaal volgen zou, hetgeen dan ook door hun ongeloof, na de verwoesting van Jeruzalem door Titus, plaats had. (Da Costa).
B. Vaderl. Geschiedenis.
Het graafschap Holland in de 11e eeuw.
Zie hiervoor bladz. 54 tot 61 van ons handboek.
C. Zendingsonderwerp. Onderwerp: De Zending.
Onderwerp: De Zending.
B. te H.
Correspondentie.
Het verslag van den 2en Bondsdag Maandag l.l. te Veenendaal gehouden wordt in het volgend nummer geplaatst.
Aangezien geene bezwaren zijn ingekomen wordt de Chr. Jongelingsvereeniging «Onderzoekt de Schriften" te IJselmuiden vanaf 31 Mei als lid van den Bond erkend.
Het adres van den Secretaris is C. van Asselt te Grafhorst.
DE BONDSSECRETARIS.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 mei 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's