De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ned. Herv. Jongelingsbond.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ned. Herv. Jongelingsbond.

5 minuten leestijd

Verslag van den 2den Bondsdag

op 27 Mei 1912 te Veenendaal.

Evenals het vorig jaar werd ook ditmaal op 2den Pinksterdag de Bondsdag van bovengenoemden Bond gehouden. Thans is, volgens besluit van den vorigen Bondsdag, Veenendaal de plaats van samenkomst. Bestond er aanvankelijk eenige vrees dat deze plaats in de Geldersche vallei voor de meeste aangesloten Vereenigingen wat te ongelegen zou blijken, die vrees werd voor een goed deel beschaamd. De meeste van onze Vereenigingen toch deden zich door twee of meer afgevaardigden vertegenwoordigen. Slechts één had bericht van verhindering wegens de verre reis ingezonden. Of enkele anderen om dezelfde oorzaak afwezig waren, weten we niet. Doch meer dan twee derden onzer Vereenigingen bleken in onderscheidene afgevaardigden aanwezig te zijn.

Tegen half elf waren in de Hervormde Kerk reeds velen saamvergaderd. Men zou immers beginnen met het bijwonen van' de vergadering der gemeente in het huis des gebeds. Daarmee was tevens tegemoet gekomen aan het bezwaar dat door sommigen wel eens tegen het houden van zulke Bondsvergaderingen op feestdagen geopperd wordt, dat zij nl. te kort doen aan den dienst des Woords. Ditmaal zou met een godsdienstoefening worden aangevangen. Deze godsdienstoefening werd door een der plaatselijke predikanten, Ds. Jongebreur, geleid. De predicatie, bij die gelegenheid uilgesproken, vindt voor een deel in dit nummer, voor een ander deel in het volgend nummer een plaats.

Toen om 12 uur deze dienst des Woords geëindigd was, spoedden de meeste jongelingen zich naar het lokaal dat het eigendom is van de Chr. Jongelingsvereeniging Pred. 12:1 te Veenendaal, 'staande aan de Kerkewijk, waar, dank zij de goede zorgen van het Bestuur van de plaatselijke jongelingsvereeniging, alles in gereedheid was gebracht om de van elders gekomenen van het noodige te voorzien. Aangezien het Veenendaal altoos nog aan een Geheelonthouders-Koffiehuis ontbreekt, en er dus buiten de hotels en cafe's geen gelegenheid tot consumptie en conversatie bestaat, komt aan de plaatselijke Jongelingsvereeniging een woord van dank toe voor de wijze waarop zij haar lokaal voor een en ander beschikbaar wilde stellen.

Waar het lokaal echter hierdoor voor vergaderen ongeschikt was, trok men tegen 1 uur naar het gebouw voor Christelijke belangen, staande aan het Verlaat, waar de huishoudelijke vergadering gehouden zou worden. Aangezien de Penningmeester begon met het uitreiken der insignes, was het echter ongeveer half 2 eer deze vergadering geopend kon worden. Dit geschiedde door den Voorzitter der plaatselijke Jongelingsvereeniging, Ds. de Bruin. Na het doen zingen van Ps. 119:9, ging Ds. de Bruin voor in gebed en las vervolgens Ezechiël 37:1 —14. Aan dit voorgelezen Schriftwoord ontleende hij zijn openingswoord. Hij wijst daarbij op de opleving, die er de laatste 20 jaar in de Hervormde Kerk in menig opzicht is waar te nemen en beschouwt het ontstaan van dezen Jongelingsbond als een der teekenen daarvan. Hij wijst er op hoe dit alleen mogelijk was door de werking van den Heiligen Geest, die in de doodsbeenderen moet blazen, opdat er leven zal zijn, en spreekt ten slotte den wensch uit, dat ook de verwachting van de jongelingen, die hier vergaderd zijn, van den Geest van den Pinksterdag wezen zal. Dan toch, als zij bezield zijn door den Heiligen Geest, dan zal het ideaal der jongelingen zijn het kruis van Christus, dan zullen zij dat kruis omhelzen als het kruis der verzoening, maar zij zullen het ook dragen als een smaad en een schande in het midden der wereld.

De Voorzitter, Ds. van Grieken, dankt Ds. de Bruin voor zijn openingswoord en neemt thans met een kort woord, waarin hij zich bij het gesprokene aansluit, de leiding der vergadering over.

Hij geeft thans eerst den Secretaris gelegenheid tot het voorlezen van de notulen der vorige vergadering en het uitbrengen van zijn jaarverslag.

De notulen worden ongewijzigd goedgekeurd. Uit het jaarverslag blijkt, dat thans 28 Vereenigingen bij den Bond zijn aangesloten en wel op de navolgende plaatsen: Ter-Aa, Wilnis, Montfoort, Sprang, Muiden, Zegveld, Zeist, Delft, Monster, Delfshaven, Vinkeveen, Ouderkerk a/d IJsel, Leerbroek, Dordrecht, Linschoten, Huizen, Veenendaal, Oud-Beierland, Ameide, Benschop, Waddingsveen, Leerdam, Rijssen, Bergschenhoek' Bergambacht, Gorinchem, Utrecht en IJselmuiden. Deze 28 Vereenigingen vertegenwoordigen een getal van bijna 500 jongelingen, wat volgens het verslag van den Secretaris, in aanmerking genomen de tegenwerking die men ons van verschillende zijden bereidde en de weinige behoefte aan, ja soms de groote weerzin tegen organisatie die vaak in onze kringen bestaat, niet onbelangrijk is.

Uit het verslag van den Penningmeester, dat hierna wordt uitgebracht, blijkt dat ook de financieele staat van onzen Bond, hoewel nog klein, niet onvoordeelig is te noemen.

Nadat de Voorzitter den Secretaris en den Penningmeester heeft dank gezegd voor de door hen uitgebrachte verslagen, benoemt hij een Commissie om de rekening van den heer Blanken na te zien, bestaande uit de jongelingen Davelaar van Veenendaal, Koolschijn van Delft en Kwant van Leerdam. Deze Commissie kwijt zich aanstonds van haar taak en brengt daarna verslag uit dat alles door haar in de beste orde bevonden is.

Intusschen heeft de Voorzitter de Bestuursverkiezing aan de orde gesteld, wegens het periodiek aftreden van de H.H. Ds. Boonstra en Bongers. Vooraf echter heeft hij mededeeling gedaan van een ingekomen schrijven van de Vereeniging te Bergschenhoek, dat zij wegens den verren afstand verhinderd is de vergadering bij te wonen, benevens van ingekomen berichten van de H.H. Ds. Remme, Bongers en Brouwer, die door ongesteldheid of door omstandigheden in hun familie ook verhinderd zijn de vergadering te bezoeken, terwijl Ds. Boonstra door ambtsbezigheden eveneens niet kan komen.

Tot stemming overgegaan blijken de h.h. Ds. Boonstra en Bongers resp. met 61 en 57 van de 61 uitgebrachte stemmen herkozen te zijn, terwijl 4 stemmen zijn uitgebracht op den heer Blok van Ameide. Aan de gekozenen zal van hun herbenoeming worden kennis gegeven.

(Slot volgt.)

Berieht.

Daar de heer Bongers te Huizen ongesteld is en hem door den dokter volstrekte rust is geboden, ontbreekt de Rooster van werkzaamheden voor onze Vereenigingen.

Wij hopen van harte, dat de Heere onzen vriend F. Bongers goed en genadig mag zijn en hem spoedig weer mag doen herstellen en hem weldra weer teruggeve aan zijn arbeid, die hem lief is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ned. Herv. Jongelingsbond.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's