Bede.
Niet om rijkdom, roem of eere
klim mijn beê tot U omhoog!
Vader, wat ik ooit begeere,
niets zij schooner in mijn oog
dan de schat bij U daarboven,
dien geen mot of roest verteert,
dien geen dieven kunnen rooven,
die van dag tot dag vermeert.
Om geen zorgenlooze dagen
wil ik bidden; zendt Uw Raad
mij een kruis, Gij leert het dragen,
helpt het dragen metterdaad.
Ja, ik weet, Gij móet kastijden,
schoon 't u niet van harte gaat,
want, helaas, het best met lijden
is ons harde hart gebaat.
Weelde, ik wil vaarwel u zeggen.
Waar mijn Heiland zelfs niet had
om het hoofd op neer te leggen,
zou ik hunkren naar een schat?
Neen, zoo God mij dit wil geven,
't is genoeg — hoe 't mij ook ga —
daaglijksch brood voor 't tijdlijk leven
en voor 't eeuwge Zijn gena.
Vader, wierd mijn zielebede,
U gevallig, dan verhoord !
Alles werkt Uw kindren mede
tot hun welzijn, zegt Uw Woord.
Laat me in kinderlijk vertrouwen
wachtend op Uw gunstbetoon,
stil-geloovig daarop bouwen:
hier een kruis en daar een kroon!
1912.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's