De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

4 minuten leestijd

De benoeming van prof. Dr. A. Noordtzij.

„De Wekker" orgaan der Christelijke Gereformeerde Kerk schrijft:

»Als opvolger van Prof. Valeton. in leven hoogleeraar in de theologie aan de Utrechtsche Universiteit is benoemd Dr. A. Noordtzij, lector aan de Theologische School en leeraar aan het Gereformeerd gymnasium te Kampen. Dr. Noordtzij is de zoon van Prof. M. Noordtzij, de kleinzoon van Prof. H. de Cock en dus de achterkleinzoon van Ds. Hendrik de Cock, de eerste Afgescheiden predikant, die in 1834 door de vijanden der waarheid gedwongen werd zich af te scheiden van de Hervormde Kerk.

Wie had dat in de dagen der Afscheiding kunnen denken. Gevangenisstraf en boete, hoon en smaad, inkwartiering en vervolging, dit alles heeft Ds. de Cock geleden om des geloofs wil en veracht en verguisd door het liberalisme werd hij en zijne volgelingen beschouwd als eene secte van duisterlingen en dompers.

Wat moet het wel zijn voor dat liberalisme, nu den achterkleinzoon den katheder te zien innemen aan éen van Nederlands Universiteiten en wel een leerstoel in de theologie, voorheen bezet door een man van de etische richting. In dat feit mogen ook wij Christelijk Gereformeerden ons verblijden, al behoort Dr. Noordtzij ook tot de Geret. Kerken, * daar de benoeming kan beschouwd worden als een eeresaluut aan de Afscheiding.

Onze Koningin, die de voordracht van den Minister van Binnenlandsche zaken goedkeurde heeft zich dus niet laten afschrikken door het geroep der liberale pers, die een man van andere richting voor dezen leerstoel begeerd had."

In „de Nieuwe Courant" van Zaterdag 1 Juni '12 (Nummer 50, ochtendblad) vinden we een Ingezonden Stuk van een liberaal, die de benoeming van Prof. Noordtzij prijst als een verstandige keuze en een edele daad.

Er staat o.a.:

»Ik vraag mij af of het niet een eisch van liberaal-denken is om deze benoeming veeleer toe te juichen, dan wel af te keuren.

In de eerste plaats de persoon van den nieuwen hoogleeraar. Men zal waarlijk niet kunnen beweren, dat Z.H.G. voor zijn nieuwe functie niet berekend zal zijn!

. En verder:

De oppositie gaat tegen het feit-, dat de benoemde hoogleeraar gereformeerd is en dus ook blijkens zijn geschriften op het traditioneele standpunt staat en mitsdien een verklaard tegenstander is van bijbelkritiek, zeker in de beteekenis, die de Leidsche school daaraan hecht.

M. a. w. de oorzaak der oppositie ligt in illiberalisme of... onverdraagzaamheid!

Men is immers nog niet wijzer geworden! De pyramiden zijn geopend, de Assyrische paleizen zijn ontsloten, Hammurabis Wetboek is bekend geworden, Delitzsch' Babel und Bibelvortrage" zijn in de gansche beschaafde wereld gelezen — en al wil ik gaarne toegeven, dat door dit alles de bijbelcritiek haar recht van bestaan blijft houden, men moet toch erkennen, dat wat een Wellhausen en in navolging van hem Kuenen in zijn standaardwerk »Het historisch-critisch onderzoek, » en zooveel anderen als apocryphe sprookjes hadden voorgesteld, als historisch vaststaande is-bewezen. Uitgemaakt is derhalve, dat voor een conservatief standpunt, ook zonder starre orthodoxie, nog voldoende redenen bestaan en toch wil men van een leeraar, die op dit standpunt staat, niets weten.

Is dat liberaal — of veeleer het omgekeerde? Waar er duizenden in den lande zijn, die in eerlijke overtuiging aan den bijbel een goddelijk karakter toekennen, waarom mag dan ook niet ter wille van die duizenden een hoogleeraar worden aangesteld, die onderrichten zal op de wijze als hun dierbaar is? Is dat soms de opvatting van onze hooggeroemde vrijheid van onderwijs ?

Waarom dus verklaarde ik in het begin, dat een waar liberaal de benoeming veeleer moet toejuichen dan afkeuren? Omdat een liberaal man zich verheugen moet, indien hij ziet, dat in zijn land een ieder in de gelegenheid wordt gesteld om onderricht te ontvangen op de wijze, zooals hij ovoreenkomstig zijn godsdienstige overtuiging noodig acht.

Maar ook verder dient m.i. iedereen, die iets voor het Hebreeuwsch voelt, blijde te zijn, dat men in den benoemden hoogleeraar een man vindt, die reeds op betrekkelijk jeugdigen leeftijd het door zijn werken tot een respectabele hoogte heeft gebracht en derhalve voor de toekomst nog zeer veel van zich in het belang der wetenschap verwachten laat".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juni 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juni 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's