De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

4 minuten leestijd

Holland is in last, althans indien men de ethischen gelooven wilde. Immers, iemand, gereformeerd van belijdenis en behoorende tot de gereformeerde gescheiden Kerken, is tot hoogleeraar te Utrecht benoemd.

Dat wijlen professor Tiele modern was en bovendien tot de Remonstrantsche Kerk behoorde, heeft de ethische heeren nimmer gedeerd; dat de theologische faculteit in Amsterdam uit mannen bestaat van allerlei kerkgenootschappen, niemand klaagde er over, toen er nog hoogleeraren vanwege de Hervormde Kerk door de stad Amsterdam betaald werden. Maar nu het een Gereformeerde is, loopt heel de ethische coterie te hoop.

Waarschijnlijk levert deze benoeming een zeer gewenschte afleiding. Want het is bekend, dat de ethische partij aan de tering lijdt. Zij mag momenteel nog een zeer groot aantal predikanten tellen, onder het volk slinkt haar invloed met den dag. Wat haar doodt, dat is haar gebrek aan frissche geestkracht, haar steeds verder voortschrijdende negatie op het gebied der Schriflkritiek, haar langzaam maar zeker verglijden op een weg, die voert tot het prijsgeven van het Evangelie der Schriften. Zij is geen eenheid, heeft geen vast beginsel, aan allen die zich ethisch noemen gemeen. Zij spreekt niet meer tot het gemoed der schare, die instinctief de tweeslachtige halfheid voelt.

Bovendien de etische partij versplintert, omdat er ook daar zijn, die met de halfheid geen vrede kunnen hebben. Zoo toog Ds. Hulsman tot de modernen en verwekte daarmede een oorverdoovend rumoer onder de eenden in de ethische bijt. Het was een gesnavel en gekakel om doof van te worden. En ziet, deze hoogleeraarsbenoeming bereidt aan dezen rumor een zeer gewenschte afleiding.

Wat onder dit alles bijzonder in het oog valt, is zeker wel, dat de partij, die steeds op den preekstoel den mond vol heeft van de liefde, die men den naaste schuldig is, die gewoonlijk gaarne poseert als de christelijkste bij uitnemendheid, als het iemand van gereformeerde belijdenis geldt, plots heel die liefde vergeet en in de bitterste vijandschap uitbarst.

Neem de Beukelaar van Mr. v. Laar, als het een gereformeerde geldt, is hij blijkbaar de kluts kwijt. Hij weet, als men hem gelooven wilde, de geheimste roerselen, de verborgenste motieven, beschikt over een phantasie, die slechts haar weergade vindt in die van zijn geestverwant Dr. Bronsveld, die in zijn laatste Kroniek de Bakkerswet als aangenomen verkondigde.

Maar uit alles vlamt u tegen de bitterste haat tegen menschen, die weigeren zich te vergenoegen met de ethische vaagheid, die onder allen tegenstand, gedurende tientallen van jaren ondervonden, ondanks allen druk op hen gelegd, ondanks het feit, dat zij slechts weinig geschoolde en wetenschappelijke mannen hadden, toch onuitroeibaar blijken en steeds aan invloed winnen. Het is de zichtbare verkwijning der ethische richting, haar verloop en haar verval, daartegenover de opbloei van het Gereformeerd beginsel, dat deze ethische menschen ergert en verbittert op een wijze, die een buitenstaander doet vragen of het ethisch bewustzijn soms ook 1 Cor. 13 uit den bijbel heeft geschrapt. Zij nemen den schijn aan van uit pure christelijkheid zeer rechtvaardig te zijn, als zij week aan week onder applaus van al wat links is, den geesel leggen op de ruggen der gereformeerden en worden blijkbaar bewogen door een toomelooze bitterheid, die met 1 Cor. 13 zeer slecht te rijmen valt. Zij nemen den schijn aan van voor de Hervormde Kerk te pleiten en pleiten slechts voor zich zelven, .

Nimmer gunden zij een zetel aan een man van gereformeerden huize. De modernen werden geduld, maar eigenlijk moesten alle professoren ethisch zijn, eerst dan was de toestand goed. En nu aan deze onrechtmatige bedeeling langzaam maar zeker een eind schijnt te komen, omdat ook in onze kerk het Gereformeerd element, dat men na 1886 dood waande, weer opleeft, nu grijpen zij de Kerk aan als het bezwaar om Dr. Noordtzij te weren. En toch, die Kerk is slechts een schijnbezwaar, het is niet de Kerk, maar de vijandschap tegen het Gereformeerd beginsel, de vrees, dat ook door deze benoeming weer dat beginsel zal worden gesterkt. Het is de stuiptrekking van een partij, die in ontbinding verkeert, die terrein verliest onder het volk, omdat zij niet kan geven die vastheid, die in onze dagen bovenal behoefte is en die voor de rechtbank der wetenschap om hare halfslachtigheid geen genade meer vinden kan.

Hoe luider de ethischen roepen en tieren, des te zekerder kunnen de gereformeerden in onze Kerk zijn, dat hunne zaak niet hopeloos is. De gereformeerden in de Herv. Kerk hebben de toekomst Voor hen geldt: als God het werkt, wie zal het keeren ? Hij zal ons ook mannen van wetenschap kunnen geven, zoodat niet meer geleend behoeft bij de gescheidenen. Steunt daarom met kracht het Leerstoelfonds van onzen Bond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's