De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

8 minuten leestijd

In de „Nederlandsche Kerkbode" van 22 Juni jl. lezen we:

De positie der Herv. Kerk.

De vraag, welke plaats de Hervormde Kerk inneemt, in ons volksleven, is plotseling actueel geworden. In theorie is het altijd een vraag van beteekenis, in hoeverre er moet gerekend worden met een lichaam, dat zoo groot is, zoo oud is, met zoo tallooze draden aan ons gansche volksleven gebonden, dat het godsdienstig vraagstuk aan de orde stelt en dus het diepste in de menschen raakt.

Maar wat altoos van theoretisch belang is, is thans van zeer scherp actueel belang geworden.

Door tweeërlei.

Door de benoeming van een lidmaat der Gereformeerde Kerken tot hoogleeraar in een faculteit, wier feitelijke grond van bestaan in den tegenwoordigen vorm ligt in de Hervormde Kerk.

En door het rapport der grondwetscommissie, dat bij de regeling van de geldelijke verhouding tusschen kerk en staat totaal vergeet, wat een eisch is van eenvoudig recht; namelijk, dat de gelijkstelling der verschillende kerken pas mag aanvangen, nadat aan de Hervormde Kerk de voorsprong is gewaarborgd, dien zij bezit krachtens de historie en krachtens de vroeger door haar bezeten goederen.

In beide gevallen is de Hervormde Kerk beschouwd als "quantité négligeable« en heeft men haar een kaakslag gegeven. In beide gevallen bleek, hoe onbelangrijk voor het oogenblik haar positie wordt geacht.

Het komt mij echter voor, dat zij gelijk hebben, die de schuld van dit verschijnsel niet in de laatste plaats bij de kerk zelf willen zoeken. En die dus nu den tijd gekomen achten, om op te waken uit den dommelgang, om ons ernstig te bezinnen, om positie te nemen, om te zorgen, dat men voortaan met ons rekenen moet.

Dat kan best; ik zie den toestand van de Hervormde Kerk volstrekt niet hopeloos.

Waarom rekent men nu zoo weinig met haar? Omdat zij zelf niet weet, wat zij wil. Zij leeft thans eenvoudig voort, zonder vaste lijnen te zien, zonder doel, zonder stuur. Maar dit alles kan voorbijgaan ; want de verwarring is veel minder groot, dan zij schijnt.

O ja, de kerk is verdeeld in zoogenaamde modernen, ethischen, confessioneelen, gereformeerden. Hetgeen al bedenkelijk genoeg is. En deze namen dekken de groepen niet, duiden ze niet zuiver aan; waardoor de verwarring weer grooter wordt. Neemt men de namen als dogmatische aanduidingen, zooals gewoonlijk geschiedt, dan deugen ze geenszins. De modernen vormen dogmatisch geen eenheid; onder hen zouden dan de oudmodernen, de malcontenten en feitelijk ook de evangelischen moeten gerekend worden. Maar deze drie loopen dogmatisch zeer uiteen. Wat de ethischen aangaat: sommigen onder hen naderen b. v. inzake , den persoon van Christus of de verzoening allerdichtst tot de Evangelischen, anderen zijn in dogmatisch  opzicht gewoon gereformeerd. Confessioneel is nooit  een dogmatische aanduiding geweest en kan dat ook - niet zijn, want dan valt het met «gereformeerd» samen. En als men weet, dat iemand gereformeerd is, weet men nog niet, of hij van het verbond uitgaat dan wel van de verkiezing, infra-dan wel supralapsariër is, vragen, die niet enkel voor de leer, maar ook voor de practijk allerbelangrijkst zijn.

Er is dus een hopelooze verwarring; uitkomst is er niet. En het gistings-, het ontbindingsproces binnen de Kerk moet voortgaan, totdat eenige heftige stoot haar ineen doe storten.

Zoo schijnt het. Maar zoo is het niet.

Als wij de gegeven namen bij gebrek aan beter blijven gebruiken, maar ze niet in verband stellen met allerlei dogmatische overtuigingen, doch alleen met het punt, dat nu aan de orde is: de kerk, .... dan komt er licht.

Wij gaan dan uit van de vraag: volkskerk of belijdenis-kerkl

Wat een belijdenis kerk is, weet ieder. Wat een volkskerk is, schijnt niemand te kunnen zeggen; alweder door de tegenwoordige verwarring. Maar het is zeer goed te zeggen.

De naam heeft drieërlei zin.

Ten eerste: die van een kerk, waarin zich weerspiegelt, wat in het volk leeft op godsdienstig gebied; waar men dus principieel voor leervrijheid is. De opvatting der modernen.

Ten tweede: die van de kerk, eens door God onder ons volk geplant en waartoe ieder zich voegen moet, op straffe van ongehoorzaam te zijn aan Gods wil; »de ware kerk« naast de valsche kerk en de scheurkerken; de kerk, die haar belijdenis moet handhaven en het gansche volk moet pogen te omvatten. De opvatting der confessioneelen.

Ten derde: die van de kerk, door tal van banden zóo met ons volksleven samengegroeid, dat zij de aangewezene is, om ons volk in zijn breede lagen voor het Evangelie te behouden of terug te winnen; waarin men de belijdenis alleen door zedelijke middelen handhaven wil; en het principieel recht der vrijzinnige prediking binnen haar betwist, maar weigert, door machtmiddel deze prediking te bannen. De opvatting der ethischen.

Daarnaast staan de gereformeerden, voor zoover zij principieel kiezen voor vrije kerken, voor zoover zij liever het volk dan de belijdenis opgeven.

Ondanks deze verwarrende staalkaart nu is de situatie vrij duidelijk. Naar ik meen, zullen de confessioneelen niet op hun standpunt kunnen blijven staan. In onzen tijd de Hervormde Kerk de ware kerk te noemen in den zin, dat tegen God zondigt, wie niet tot haar behoort, schijnt mij onhoudbaar. En volkskerk zoowel als belijdeniskerk Ie willen wezen, tegelijk, beide in preciese beteekenis, in onzen tijd .... dat is toch een vierkanten cirkel willen. Zij zullen, naar het mij voorkomt, of het vierkante of den cirkel moeten kiezen, of tot de gereformeerden of tot de ethischen moeten naderen, gelijk dan ook reeds geschiedt.

Daarnaast stuurt b.v. »De Gereformeerde Bond« aan op eene oplossing van de Hervormde Kerk, waarna dan de nu kerkelijk gedeelde gereformeerden samen één gereformeerde Belijdeniskerk kunnen vormen.

De strijd om de kerk tusschen de modernen en de ethischen zal zeker niet verflauwen, maar zal gestreden worden op zedelijk terrein. En die kan verheffen en krachten stalen, omdat men dan strijdt voor zijn zielsbezit en niet komt in de geestelijk doodende worsteling met mede-belijders van Christus.

Alles wordt zoodoende helderder.

Naar mijne overtuiging is een zeer groote menigte van onze kerk te winnen voor en te groepeeren om hetgeen ik de opvatting der ethischen heb genoemd. Ook confessioneelen en gereformeerden zijn er, die deze opvatting aanvaarden willen, liever dan tot het andere uiterste te komen van in zich zelf gesloten, maar van het volk afgesloten kerken.

Zoodra deze allen zich nu maar met elkaar verstaan, zoodra zij een organisatie hebben en een orgaan, zoodra in éen woord met hen gerekend worden kan zal met hen gerekend worden. ;

Laat dan de kwestie van art. 171 der grondwet worden aangevat. Laat na vastlegging van don voorsprong der Hervormde Kerk subsidie voor alle kerken worden geregeld; dat zal het uittreden der leden van den Bond der vrije-kerk-gereformeerden bevorderen en dus de toestanden verhelderen. Dat kan de kleiner geworden Hervormde Kerk, ontdaan van haar druk onder den strijd van de Christus-belijders onderling, opleven; de grootsche taak zien, die God haar voor ons volk door haar historie geeft en laat.

Dan wordt het gansche godsdienstige leven onder ons volk gezonder.

En dan zal men de Hervormde Kerk niet meer in het aangezicht durven, slaan en haar geen «quantité négligeable* meer achten.

Maar dan is broodnoodig, dat degenen, die langs deze lijnen willen gaan, elkander vinden en steunen.

Waar is hun orgaan? En waar zijn hun mannen ?

J. R. SLOTEMAKER DE BRUINE.

Als wij het goed begrijpen is de korte inhoud van dit stuk: de kerk zonder belijdenis, zooals de modernen willen, mag niet.

De volkskerk met een belijdenis, zooals de confessioneelen willen, is een onmogelijkheid: een vierkante cirkel. En daarom moeien de confessioneelen hun idee maar laten varen en óf gereformeerd óf ethisch worden. Want wat ze nu zijn en willen is te dwaas om los te loopen.

Terwijl de gereformeerden maar saam moeten gaan wonen met de gescheidenen in een Gereformeerde belijdeniskerk, zonder zich dan met het volk te bemoeien.

Dan kan de verkleinde Hervormde Kerk aan de ethischen komen, die er de modernen niet uit zullen zetten, maar alles zullen doen om de modernen zedelijk te verbeteren, opdat ze ook ethisch mogen worden. (Wat de modernen wel leuk zullen vinden!)

Dan is 't klaar.

Dan geen modernen meer. Dan geen confessioneelen meer. Dan geen gereformeerden meer in de Hervormde Kerk. Alle strijd onder Christus-belijders dan buiten de Kerk.

Dan alleen vreedzame ethischen, die met zedelijke middelen de Kerk hebben gered en in en door de Kerk het volk zullen behouden ....

Men moet maar durven! Vooral wanneer men let op de teekenen der tijden, die voor de ethischen vol goede profetie zijn ....

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juni 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juni 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's