De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

5 minuten leestijd

De benoeming van Dr. Noordtzij.

Op de vergadering van de Noord-Brabantsche en Limburgsche predikanten-vereeniging. Donderdag te Oisterwijk gehouden, is op voorstel van den voorzitter, dr. G. A.. van den Bergh van Eysinga, met algemeene stemmen de volgende motie aangenomen: »De vergadering van de N. B. en L. P. V., te Oisterwijk gehouden op 20 Juni 1912, betuigt haar leedwezen over de benoeming van een lid der Gereformeerde Kerken tot hoogleeraar in de theologie aan een rijksuniversiteit, omdat art. 4 van de Nederlandsche Geloofsbelijdenis hem in den weg staat bij een wetenschappelijke behandeling van het O. T."

Aan de praesides en scribae der classicale besturen van de Ned. Herv. Kerk is het verzoek gericht om ter classicale vergadering den 26en Juni a.s. onderstaand voorstel in te dienen;

De vergadering spreke op grond van historisch geworden toestanden haar leedwezen uit over de benoeming van een lid der Gereformeerde Kerken tot hoogleeraar in de Godgeleerdheid aan de Utrechtsche Universiteit.

Dit voorstel draagt 95 onderteekeningen. (Ned.)

Bovenstaand bericht verscheen. Nu kan toch niemand ontkennen, dat het al te gek wordt. Onder voorzitterschap van Dr. G. A. van den Bergh van Eysinga nemen 95 voor het meerendeel onder Roomschen verdwaalde moderne predikanten een motie aan, die iemand zou doen vragen of het den heeren van boven schemerde ten gevolge van de duisternis, waarover in het Zuiden des lands steeds geklaagd wordt door deze menschen.

Een der zake kundige kan deze bemoeiing des heeren van den Bergh van Eysinga niet verwonderen, als hij zich maar herinnert, wat er indertijd te doen is geweest over de vacature, te Amsterdam waarin Dr. Obbing benoemd werd. Wie daaraan denkt, denkt ook aan eene «oratio pro domo« en verstaat dat het niet alleen het puur Protestantsch bewustzijn was, dat in die leiding den toon aangaf.

Maar wie opmerkt, waarom de heer N. ongeschikt wordt verklaard, die twijfelt, of hij paf zal staan over de zeldzame naïveteit, of over de belachelijke ingenomenheid met zichzelf, die uit deze motie spreekt.

De heer N. kan geen wetenschappelijk werk doen, de confessie der Kerk maakt het hem onmogelijk.

Wijlen Prof. Bakhuis Rozeboom behoorde tot die zelfde kerk, beleed diezelfde confessie, waarin behalve art. 4 allerlei voorkomt, dat betrekking heeft op de verhouding van Schepper en schepselen. God en natuur.

Volgens deze predikanten kan deze beroemde geleerde geen aanspraak maken op den naam van wetenschappelijk man, omdat hjj tot een kerk met die confessie behoorde.

Prof. Spronck is streng R. Katholiek, onderwerpt zich als zoodanig zelfs aan het gezag van den bisschop, heeft als wetenschappelijk man een geëerden naam. Volgens, deze dominé's echter kan hij geen wetenschappelijk man zijn.

Het zou gemakkelijk vallen de voorbeelden te vermeerderen. Ten slotte zouden wij tot het resultaat moeten komen, dat alleen de heer van den Bergh van Eysinga met zijn trawanten voor de wetenschap geschikt zijn. Zelfs de etische heeren die geregeld de Utrechtsche predikanten-vergadering bezoeken, betuigen daar een onbekrompen instemming met de belijdenis der kerk en hebben dus het recht op den wetenschappelijken naam verloren!

Dat ziet er kwaad uit voor Nederland. Al wie aan een belijdende kerk behoort of zelf belijdt, hoort op het gebied der wetenschap niet thuis.

Zouden deze 95 menschen nu eens niet beginnen met zoo eerlijk te worden, dat zij ten spoedigste de Herv. Kerk verlieten, die toch ook hare, belijdenis nog heeft ?

Doch afgezien daarvan loont het de moeite zich de vraag te stellen, of deze heeren dan heelemaal geene confessie hebben en zoo vrij van vooroordeelen zijn ?

Laat ons zien. De heer van den Bergh van Eysinga is bekend als discipel van Prof. Bolland en dus een Hegeliaan. De Hegelsche philosophie is het surrogaat, dat bij hem de religie vervangt. Daarmede worden de Brabanters gelukkig gemaakt. Zondag aan Zondag. En bij dezen Hegelschen godsdienst is de hoofdschotel de logica der trilogie van thesis, antithesis en synthesis, welke voor het volk ontwikkeld aldus begrepen kan worden, dat een gestelde — absolute — ezel in de natuur omslaat tot een gestelde — niet absolute — ezel, die dan weer terugkeert tot een gestelde — niet gestelde — kwezel-in-den-geest en dan, alles natuurlijk door een ontwikkelingsproces, wordt tot een wezen, dat alles weet en als het niet alles weet, toch alles kan uitrekenen, zoodat een streng wetenschappelijk onderzoek in het geheel niet meer noodig is.

Gij ziet het, waarde redactie, dat deze menschen wel uitermate onbevangen wetenschappelijk zijn en zeker wel een grondig recht hebben om alle als wetenschappelijk bekend staande mannen, die tot een belijdende kerk hooren, als dompers aan de kaak te stellen.

Intusschen blijft het te betreuren, dat op deze wijze de Kerk in de politiek wordt betrokken, hetgeen haar geen voordeel kan doen. Toch moet erkend, dat de lichtzijde bij dit alles deze is, dat de onhoudbare toestand, waarin de theol. faculteit verkeert, er door in helder licht gesteld wordt. Menigeen zal zich de vraag voorleggen, of de meer dan honderd duizend guldens die jaarlijks voor deze inrichting worden uitgegeven, niet wat beter kunnen besteed worden dan thans het geval is. Als tenminste de theol. faculteit moet zijn op de wijze als, blijkens de motie der Brabantsche en Limburgsche predikanten, gewenscht wordt, is het voor de Kerk maar beter, dat die faculteit wordt afgeschaft en door een Ander instituut vervangen. En voor het rijk is het ook beter, want de ton gouds per jaar kan dan veilig bespaard worden, daar de wetenschap met zulk een theologische faculteit zeer zeker evenmin wordt gediend. Het rijk kan geen belang hebben bij de zoogenaamde wetenschappelijke problemen, die deze heeren opwerpen, en bij de zoogenaamde wetenschappelijke theologie, waarvan reeds de Genestet zong: »Straks komt een wijzer, die het wegredeneert". Theologie is confessioneel bepaald, of zij is niet.

Jammer, dat er op deze vergadering nog niet 4 predikanten meer geweest zijn, dan had men kunnen denken, niet aan honderd schoolmeesters, maar aan honderd Brabantsche dominé's, waarvan negenen­ negentig ... I

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juni 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juni 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's