De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

11 minuten leestijd

Onrechtvaardige Ongelijkheid

Op een vergadering van leden en begunstigers der Christelijke Kweekscholen voor onderwijzers te Leeuwarden werd gewezen op de groote onbillijkheid, dat aan Rijks-Kweekscholen van Regeeringswege wél beurzen worden toegekend en niet aan Christelijke

Kweekscholen, Zoo ontvangt, om slechts éen voorbeeld te noemen, de Rijks-Kweekschool te Groningen        f 35.000 per jaar voor beurzen en onze Christelijke Kweekscholen krijgen niets. Geheel niets!

Bovendien krijgt die Kweekschool nog f35.000 per jaar van het Rijk. Wat steekt zulk een bedrag van f70.000 dan toch af bij het sommetje, dat onze Christelijke Kweekscholen ontvangen!

Deze krijgen voor beurzen niets en kunnen in het allergunstigste geval op f14.000 in 't jaar komen. Nu is er bij Min. Heemskerk meer dan eens op meerdere gelijkheid aangedrongen, maar Z.Exc. wijst dit verzoek steeds af met te zeggen: dat er geen geld is.

De vergadering was echter van meening, dat, waar er voor „Openbare Leeszalen" enz wél geld is. Minister Heemskerk Christelijke Kweekscholen ook wel aan een som kon helpen voor beurzen'.

Want juist het uitreiken van beurzen staat met den bloei van onze Chr. Kweekscholen in het nauwste verband.

Aan zulk een Chr. Kweekschool toch moet zooveel méér worden geleerd dan aan een Rijks-Kweekschool.. Boven de verplichte examen-vakken, geeft men aan de Chr. Kweekschool te Leeuwarden nog onderwijs in 10 vakken.

Daarom is er behoefte aan meer dan middelmatige leerlingen, die al deze vakken flink kunnen volgen. En zulke leerlingen kan men krijgen door het toekennen van beurzen, gelijk die ook aan Rijks-.Kweekscholen worden verstrekt.

Niet juist geformuleerd.

De verwerping van de Bakkerswet heeft, gelijk te verwachten was, in den lande niet weinig ontstemming gewekt. In allerlei kring gaan stemmen op, die over de verwerping leedwezen uitspreken. Zelfs heeft een der Classicale Vergaderingen, met name die van Zwolle, zich aan de zijde van de bezwaarden geschaard.

Met 26 tegen 12 stemmen werd door de Classicale Vergadering in Overijsel's hoofdstad de volgende motie aangenomen:

»De classicale vergadering van Zwolle, het betreurende, dat het der overheid niet is mogen gelukken den gedwongen nachtarbeid der bakkers af te schaffen, spreekt den wensch uit, dat het haar alsnog moge gegeven zijn maatregelen te treffen, waardoor aan dien gedwongen nachtarbeid een eind zal worden gemaakt en besluit dit haar gevoelen ter kennis van de Tweede Kamer te brengen.»

Van hoeveel beteekenis voor ons volksleven de verwerping van het wetsontwerp is, kan zeker wel uit dit besluit van een officieel kerkelijk college blijken, immers het behoort tot de groote zeldzaamheden, dat een Classicale Vergadering zich tot de Tweede Kamer wendt om van haar gevoelen ten opzichte van eenig wetsontwerp te doen blijken. Toch verwondert het ons niet weinig, dat ambtsdragers, die deel der Zwolsche vergadering uitmaakten, en hunne stem-voor de motie uitbrachten van hun leedwezen alleen maar kennis gaven voor zoover door de verwerping van de wetsvoordracht de nachtrust voor de bakkers niet verkregen werd, en met geen enkel woord hun spijt uitdrukten, dat het aan de Tweede Kamer niet gelukte een einde te maken aan den Zondagsarbeid van tal van bakkersgezellen.

Dat de nachtarbeid der bakkers niet afgeschaft is geworden, heeft ook ons zeer teleurgesteld, maar in nog sterkere mate heeft de verwerping der bakkerswet ons leed gedaan, omdat het ontwerp ook bepalingen inhield, die bij aanneming der wet een einde zouden gemaakt hebben aan den Zondagsarbeid der gezellen.

In eene motie van eene Classicale Vergadering had de herinnering aan dit feit niet mogen verzwegen zijn, maar integendeel op den voorgrond moeten staan.

Een verblijdend bericht.

Tot nog toe werd de actie ten behoeve van de Zondagsheiliging en Zondagsrust om bij de Staatkundige partijen te blijven haast uitsluitend gevoerd door de Protestantsch Christelijke fractiën.

Van eenigen steun van Roomsch-Katholieke zijde was daarbij geen sprake. Een enkele maal mocht van dien kant een teeken van instemming vernomen worden, maar daar bleef het dan ook bij. Van een krachtige medewerking werd nimmer iets vernomen.

De Residentiebode van 27 Juni verblijdde ons met een bericht, dat op dit punt goede hope geeft voor de toekomst en waarvan we gaarne ook in ons blad mededeeling doen.

In de afdeeling Den Haag van den Ned. R.-K. Volksbond werd onderstaande motie bij acclamatie aangenomen:

De vergadering, lettende op het Vasten mandement over de Zondagsheiliging van den Bisschop van Haarlem;

overwegende, dat de geloovigen worden aangemaand niet op den Zondag te verkoopen en te koopen, omdat daardoor die dag ook voor den verkooper en diens bedienden tot een waren werkdag wordt gemaakt en de Zondagsrust en - heiliging aanmerkelijk wordt geschonden;

overwegende, dat vooral door het overgroote deel van het volk (de werklieden) op den Zondag inkoopen worden gedaan;

besluit met alle wettige middelen het verkoopen en koopen op den Zondag tegen te gaan, een beroep te doen op alle Roomsch-Katholieken om niet te koopen in winkels, die des Zondags open zijn en het daarheen te leiden, dat leden en hunne huisgenooten zich zedelijk verbinden op den Zondag geen inkoopen meer te doen.

Moge bij velen dit besluit een geopend oor vinden!

De Grondwetsherziening.

Kerk en School. IV.

IV. Alhoewel de Ned. Herv. pers zich slechts voor een klein gedeelte over het nieuw voorgestelde artikel 171 der Grondwet heeft uitgelaten, valt het bij sommige dier organen reeds op te merken, dat de indruk omtrent de regeling welke de Staatscommissie heeft aan de hand gedaan niet onverdeeld gunstig is. Naar de meening van enkelen hunner heeft de Staatscommissie niet geschroomd de oplossing m zake de financieele verhouding van Overheid en Kerk te zoeken in de lijn van het Separatisme.

Zelfs gaat De Beukelaar, het bekende weekblad uit den achterhoek van Gelderland zoover door aan de alarmklok te trekken en het aan de Ned Hervormden toe te roepen, dat het „separatisme voor de poorten staat."

De grond van dit separatisme ligt dan in de bepaling, dat aan nieuwe gezindheden, die door splitsing van eene of meer der bestaande gezindheden ontstaan, een gelijk bedrag per duizendtal leden zal worden toegekend als de uitkeering bedraagt welke door de Kerken wordt genoten.

De Overheid zal door het treffen van deze regeling — zoo zegt men — de afscheiding in de hand werken. De ontevredenen, die zich in de verschillende Kerken bevinden, weten toch dat, zoo zij uit het kerkverband uittreden, op staatsuitkeering zullen kunnen, blijven aanspraak maken.

Dat het met dit uittreden echter niet zoo'n vaart zal loopen — en op die omstandigheid wordt niet voldoende de aandacht gevestigd — daarvoor is een waarborg te vinden hierin, dat de gezindheid, die door splitsing ontstaat en voor een rijksuitkeering in aanmerking wil komen, aan de vereischten zal moeten voldoen, door eene algemeene wet nader te stellen. Met zóo maar het kerkverband te verlaten, is men er dus niet. Men zal als nieuwe gezindheid, zoo men ten minste uit 's Rijks kas steun wenscht te ontvangen, aan zekere bepalingen moeten voldoen, die de toekomstige wet op de kerkelijke gezindheden zal voorschrijven.

Maar daar komt nog een tweede omstandigheid bij, welke degenen, die bezwaar hebben, om zich in hun tegenwoordig kerkverband te blijven voegen, nog wel eens twee keer zal doen overwegen alvorens zij uit de Kerk uittreden. En dit betreft bijzonderlijk de leden der N. H. Kerk. Deze toch zullen bij hun uitgaan uit de Kerk alle aanspraak op de kerkelijke bezittingen verliezen, En tegenover dit gemis beteekent een uitkeering van slechts f455 per duizend leden niet veel. Het is dan ook om die redenen, dat wij het spook van het separatisme niet vreezen. De atscheidingsgedachte is voor degenen die hier in separatisme een groot gevaar zien, niet meer dan denkbeeldig.

Toch hechten wij, zij het om andere redenen, aan de bepaling van uitkeering aan gezindheden, die door splitsing ontstaan, groote waarde. Al hopen wij als Gereformeerden nimmer verplicht te zijn de Kerk der vaderen te verlaten, wijl die Kerk, die ons lief is, krachtens hare belijdenis ónze Kerk is en met die Kerk saamgeweven is de geheele historie van ons gereformeerd volk, toch zou het mogelijk kunnen zijn, dat de omstandigheden er eenmaal toe leidden, dat, hoezeer wij aan de Hervormde (Gereformeerde) Kerk ook zijn verknocht, wij genoodzaakt werden uit haar midden uit te treden. In dat geval zouden wij met het bestaan van een artikel in de Grondwet als thans door de Staatscommissie wordt voorgesteld, zeer ingenomen zijn. Niet omdat dat artikel financieelen steun in uitzicht stelt — ook dat luttele bedrag zou het gereformeerde volk nog wel weten bijeen te brengen, maar omdat dat Grondwetsartikel groote zedelijke beteekenis bezit; in den waarborg dien het geeft in de erkenning van het goed recht óok van de Gereformeerden, die uit hoofde van conscientiebezwaren de erve der vaderen moesten verlaten.

Het is in dat licht, dat wij de groote beteekenis zien van de bewuste bepaling in het nieuw artikel 171 der Grondwet.

Nog eens: wij zien in het voorstel der Staatscommissie terzake van de financieele verhouding van Overheid en Kerk in geen enkel opzicht een zoeken van eene oplossing in de lijn van het separatisme, maar wat de Commissie voorstelt is de erkenning van de vrijheid van geweten met betrekking tot de religie.

Wanneer wij nu ten slotte over het concept-Grondwetsartikel, zooals dit veor ons ligt, onze gedachte gaan zeggen, dan kan ons oordeel slechts een voorloopig oordeel zijn. De inhoud van het nieuwe artikel 171 geeft toch nog tot allerlei zeer gewichtige vragen aanleiding. Voornamelijk betreffen dit vragen ten opzichte van de toch ernstige positie der Ned. Herv. Kerk. Bepaalt het concept-artikel dat de Hervormde Kerk uit 's Rijks kas eene jaarlijksche uitkeering zal genieten tot een bedrag van het door de kerk of haar leeraars in 1912 genotene en dat onder dit genotene mede wordt verstaan, hetgeen in 1912 uit 's Rijks kas aan pensioenen voor oud-leeraars en voor de weduwen en weezen van leeraars en oud-leeraars is uitbetaald; het is niet ondienstig om daarbij te weten, of ook de na 1912 te verleenen pensioenen aan predikanten, weduwen enz. boven de uitkeering, die de Kerk krijgt, komen zal. Van groot belang is het eveneens dat duidelijk blijke, hoe het met de uitkeering staat in het geval dat er zich nieuwe gemeenten komen te coristitueeren; en op welke wijze de verdeeling der gelden zal plaats hebben bij groote toename van het aantal leden der Kerk, waardoor eene hoogere uitkeèring wordt verleend. Het concept-artikel wijst hier wel den weg, maar de redactie lijkt ons niet geheel duidelijk.

Wij zouden deze vragen met meerdere kunnen aanvullen, doch voorshands zien wij daarvan af. Het komt ons voldoende voor er op te wijzen, dat ten opzichte van enkele punten aanvulling of verduidelijking nog noodig is.

Gaan wij thans over tot het uitspreken van een voorloopig oordeel, dan willen wij wel verklaren, dat, in algemeenen zin genomen, het concept-artikel onze instemming bezit.

Wel brengt het voorstel der Staatscommissie ons nog niet naar het eindpunt van den weg waar wij wezen moeten, nl. tot losmaking van de zilveren koorde, tot finale beëindiging van de financieele verhouding van Overheid en Kerk, maar toch doen wij met het voorstel der Staatscommissie in die richting een goeden stap vooruit.

Dat de Hervormde Kerk bij deze regeling schade zal lijden, gelijk De Beukelaar in het nummer van 6 Juni opmerkt, kunnen wij niet inzien. Er is dan ook naar het ons voorkomt geen enkele reden aanwezig om over de voorgestelde regeling zulk een felle critiek te leveren, als dit blad doet.

De Beukelaar ziet in het voorstel der Commissie het antwoord op Dr. Kromsigt's meermalen gehoorden noodkreet ten aanzien van het Separatisme. En dan vraagt het orgaan:

Maar wat moeit zich het separatisme met een geestelijk steeds meer verwilderende volksmassa, zoo de eigen, kleinere kring maar in macht en invloed wast.

In ieder geval, wij weten nu, wat van de coalitie, wat van een Grondwetsministerie-Heemskerk voor onze Nederlandsche Hervormde Kerk, voor de geestelijke verheffing van onze Protestantsche volksmassa is te wachten.

Is hier plaats voor zulk een bitter woord van de zijde van De Beukelaar?

Omdat de Nederlandsche Hervormde Kerk niet boven andere Kerken bevoorrecht wordt, omdat de schrijver van het stuk „Grondwetsherziening van uit het Separatisme" o.i. ten onrechte, vermeent dat de lijn van het concept-Grondwetsartikel 171 in de richting van het Separatisme loopt, wordt een ongemeen heftige aanval gedaan op het kabinet-Heemskerk.

Wij weten dat Mr. van der Laar een der grootste tegenstanders is van de coalitie. Zal hij ook soms door dien bril het werk der Staatscommissie bezien hebben?

Wij weten het niet, maar vragen alleen maar, waarbij wij dan nog dit opmerken, dat waar de redacteur van De Beukelaar telkens zijne scherpe pijlen richt bijzonderlijk op de anti-revolutionairen, hij ditmaal moge bedenken, dat ook de Christelijk-Historische leden der Staatscommissie geen bezwaar tegen het voorgestelde artikel schijnen gemaakt te hebben, althans van het tegendeel blijkt niets in de achter het „rapport" zich bevindende nota's.

Naast een woord van voorloopige instem­ ming met het werk der Staatscommissie betreffende art. 171, betuigen wij die Commissie ook voor haren arbeid onzen dank.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's