Gedicht
Psalm 123. Ik hef tot U, die in den Hemel, hoog op d'eeuw'gen troon gezeteld zijt, het oog. Gelijk de knecht zijn blik slaat op de hand [zijns Heeren, de dienstmaagd let op harer vrouw begeeren, zoo is ons oog gericht op God tot Hij Zich neder buig en ons genadig zij. Toon ons gena, toon ons genade, o Heer'; verachting kwelt en knelt en velt ons neer; wij zijn de spot te zat van die in weelde baden, die, hoog en trotsch, ons met verguizing [smaden. — Ik hef tot U, die in den Hemel, hoog op d'eeuw'gen troon gezeteld zijt, het oog.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's