Voor Jong en Oud.
John Bunyan.
17)
Dat schrift is door velen, die naderhand volgden, gelezen en deze ontkwamen daardoor aan het gevaar.
Dit alles is een stuk van Bunyans leven, met veel smart doorgemaakt.
Gelukkig dat hij de sleutel Belofte had, om toegang te krijgen tot den God des ontfermens, die trouwe houdt tot in eeuwigheid en nooit laat varen de werken Zijner handen.
Bunyan had een hele bos van die sleutels en hij heeft er in zijn leven veel genot van gehad. Hij heeft er héél wat gevangenisdeuren mee geopend en heeft er heel wat grendels van vertwijfeling en wanhoop mee weggeschoven. Een paar voorbeelden slechts.
„Op zekeren dag, omtrent 10 ure in den morgen, terwijl ik langs een heg wandelde, vol kommer en schuld, zooals God weet, en mijzelf beklaagde over mijn ellende, viel plotseling in mijn hart de tekst: „het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonde."
En terwijl ik van Gods aangezicht wegvlood, want dat deed ik met mijn geest en gemoed, omdat ik Zijn hoogheid niet kon verduren, hoorde ik dezen tekst mij toeroepen en wel, zoo ik meende, met luide stem: , Keer weder tot Mij, want Ik heb u verlost."
Dit deed mij achter mij omzien, want het was mij of deze God van genade mij volgde met een vrijspraak in Zijne hand.
Den volgenden avond wederom vol vreeze zijnde, ging ik in de eenzaamheid om den Heere te zoeken en als ik bad, riep ik met zware verzuchtingen: o Heere! ik smeek U, toon mij toch, dat Gij mij hebt liefgehad met een eeuwige liefdel
Nauwelijks had ik dit gezegd of met lieflijkheid kwam het als een echo tot mij: Ik heb u liefgehad met eene eeuwige liefde!
Daarop ging ik gerustgesteld naar bed en toen ik den volgenden dag ontwaakte, was het nog versch in mijn ziel en ik geloofde het van ganscher harte."
Een andere ervaring is deze.
„Op zekeren dag, terwijl ik in het veld was, met veel verbreking van mijn conscientie, ontving ik deze uitspraak in mijne ziel: Uw gerechtigheid is in den hemel. En het was mij, of ik met de oogen mijner ziel Jezus Christus zag, aan Gods rechterhand. Ik zag ook, dat het niet was mijn goede gestalte des harten, die mijn gerechtigheid beter maakte, noch mijn kwade gestalte, die rnijn gerechtigheid slechter maakte, maar dat mijn gerechtigheid Jezus Christus zelf was, die gisteren en heden dezelfde is tot in alle eeuwigheid."
Verder verhaalt Bunyan:
Wat zag ik veel schoonheid in Joh. 6 : 37: die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen." Ik worstelde in die dagen zoo vaak naar die belofte toe, als een paard dat in modder steekt, naar vasten grond.
O, wat heeft mijn hart menigmaal met satan om dat gezegende hoofdstuk geworsteld ....!"
En dan schrijft hij verder: „Als ik in diep gepeins was, greep mij dit woord in de ziel: Hij heeft ons zalig gemaakt niet naar de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hebben, maar naar Zijn eigen voornemen en genade.
Nu gevoelde ik mij in een ruim vertrek gesteld, ik zag mijzelf in de armen van genade en ontfermen. En hoewel ik te voren niet aan mijn sterven durfde denken, riep ik nu uit: o! laat mij nu sterven.
De dood was nu in mijn gezicht lieflijk en schoon, want ik zag, dat wij nooit recht zullen leven, voordat we overgegaan zijn in de andere wereld.
Erfgenamen Gods! God-zélf, het deel Zijner heiligen! Die gedachte deed mijn ziel lieflijk herleven en hielp mij om op God te hopen. En toen ik hierover met veel innige vertroosting had nagedacht, mocht ik juichen: „ Dood! waar is uw prikkel ? Hel, waar is uw overwinning? " — Ziel en lichaam raakten nu spoedig ook in goeden staat, want mijne ziekte verdween en ik wandelde zeer getroost in mijn werk voor God."
Zulke sleutels waren het, door wier gebruik God zoo vaak Bunyan uit de wanhoop tot de volle verzekerdheid, uit de duisternis tot het licht leidde.
Ja, zóo goed is de Heere, om Zijn Woord nog telkens zóo te zenden, dat het opent en zóo toe te passen, dat het licht verspreidt. En gelukkig de ziel, die een bundel van zulke sleutels in z'n boezem mag dragen, waardoor hij uit de gevangenis van Reus Wanhoop weet uit te komen, in Christus' nabijheid ruste en veiligheid vindend.
Maar ach — wat ontbreekt dikwijls de rechte kennis van Gods Woord en wat is er vaak gebrek aan wijsheid om de Waarheid van Gods getuigenis recht te verstaan en toe te passen. Waarom er nooit genoeg voorzichtigheid betracht kan worden en nooit genoeg onderzoek ingesteld naar de Waarheid. Want anders wordt Gods volk een boos en overspelig geslacht, halstarrig en dwaalziek, vol struikelen en vallen, waarbij het opstaan en verder gaan zoo moeilijk en pijnlijk is.
We willen Christen en Hoop nog even volgen en zullen dan bij vernieuwing overtuigd worden van de noodzakelijkheid der bede och, schonkt Gij mij de hulp van Uwen Geest! enz. Ps. 119:3.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 augustus 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 augustus 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's