Financiën.
Als ik u de ontvangsten van de afgeloopen week moet verantwoorden, dan kan ik, uitgezonderd één postwissel, van alles zeggen: op den Zendingsdag ontvangen.
Maar dat is dan toch schade voor de Zending, zal mogelijk iemand denken.
Volstrekt niet. Daargelaten nu dat men toch eerst Gereformeerd moet onderwezen zijn, zal men waarde hechten aan Gereformeerde Zending — dat dit onderwijs het begin is en de Zending het gevolg — zijn de gaven evenwel van dien aard dat geen enkel kwartje, dat in den zak van den ondergeteekende is terechtgekomen, aan het zakje van de Zendingscollectanten is onttrokken geworden. Men had ze reeds, wetende dat de kashouder van het Leerstoelfonds bij leven en welzijn op het terrein aanwezig zou zijn, voor dat doel bestemd. Alleen is het mogelijk, en dat hoop ik van harte, dat door gedeelten van enkele toespraken veler oogen zijn open gegaan, ook voor het heidendom in onze onmiddellijke nabijheid, dat evenals het heidendom in de verte nog onbekend is met de Waarheid die naar de Godzaligheid is. En dat, waar men het eene doet, het andere niet moet worden nagelaten. Dat het woord: Red ze die ter dood gegrepen zijn, want zij wankelen ter dooding zoo gij u onthoudt, zooals werd aangetoond, geldt den blinden heiden, die zich buigt voor hout en steen of den vereerder van Mohammed den valschen profeet, maar evenzeer den blinden naamchristen, die zich buigt voor de goden dezer eeuw, als den eigengerechtigen Farizeër te midden van onze Christelijke Kerk, die een aanbidder is van zichzelf en zijn zaligheid zoekt in hetgeen hij in zichzelven meent te bezitten. De een zoowel als de ander staat nog verre van het Koninkrijk Gods.
Kerk en Zending dienen hand aan hand te gaan.
Daarom zal ik mij verblijden als er veel, ontzaglijk veel wordt geofferd op het altaar der Zending. Want er is veel noodig en het verheugt mij, dat de stad mijner inwoning in de rij der hulpvereenigingen van den Gereformeerden Zendingsbond bovenaan staat, maar zie ook met verlangen den tijd tegemoet dat alle vrienden van de Gereformeerde Zending zullen gaan gevoelen, dat Gereformeerd onderwijs, niet het minst aan diegenen die voor predikant worden opgeleid, een eerste vereischte is om tot Gereformeerde Zending te komen.
Gereformeerde Leerstoel en Gereformeerde Zending!
Een prachtig onderwerp voor een spreker op den Zendingsdag!
Ja, lezer, ik kan niet zeggen wat ik dacht toen bij het optreden van onzen voorzitter van den Gereformeerden Bond, door den inleider van den spreker mijn naam werd genoemd en ik verzocht werd naar voren te komen. Ik kon niet bedenken wat dit zou beduiden. Het viel mij aan eene zijde mede, dat mij toen f 15.88 werd uitbetaald voor de Geref. Bondskas, als het ons toekomende aandeel in een faillieten boedel, dien ik hier niet noemen kan.
Maar er vloog toch door mijn brein onder het gaan naar het spreekgestoelte: de Zending! de Leerstoel! de Voorzitter! nu de Penningmeester geroepen! Wat moet dat nu? Ik dacht, geloof ik, dat onze voorzitter aan de menigte als zoodanig zou voorgesteld worden en dat ik als pendant dienst moest doen. Maar, zooals u ziet, ik vergiste mij daarin, het was slechts om dit geld te ontvangen.
Ach ja, zoo vergiste ik mij ook weer, toen iemand uit Oudshoorn mij een vierkant doosje in handen gaf voor den Leerstoel. Het voelde nog al zwaar. Capsules, dacht ik, voor julfr. Verbeek. Toen ik het echter opende, bleek het f5 53 te bevatten uit busje 149.
Dat was dus een vergissing die meeviel. Ja ik had nog meer meevallertjes. Het leukste is wel dit: Je staat te luisteren. Komt heel zachtjes iemand achter je staan, stopt wat in je hand. Fluistert: Voor den Leerstoel. Je vraagt stilletjes: Van wien ? Antwoord: doet er niet toe, knipoogt en verdwijnt. Of een ander komt u tegen en zegt: Penningmeester ! hier pak an, dan heb je weer wat te verantwoorden !
Zoo ontving ik 4 maal f 1. Vervolgens gaf zich op voor jaarlijks f 1 A. E. te Baarn en werd tevens abonné van de Waarheidsvriend. Ook mevr. K. te Hilversum mocht ik als zoodanig noteeren. Mej. Remme te Zeist overhandigde mij f 23.50 als voor mij ontvangen van de jaarlijksche bijdragen aldaar. De heer Smit te Vinkeveen had. mede gebracht van elk lid der Jongelingsvereeniging 25 et. dat was 28 maal f 0.25 is f 7 en nog f 1.50 uit het busje der vereeniging tezamen f 8.50.
Daar ontmoet ik Ds. Boonstra. Wacht even, zie eens f5 op 21 Juli gevonden in het kerkezakje te Montfoort. Even later Ds. v. d. Snoek uit Vlaardingen met een rijksdaalder van mej. M. Verder gaven zich nog op voor jaarlijksche bijdragen de heeren J. M. en J. D.
van Dr. te Utrecht ieder voor f 1. Dat bedrag werd mij nog dezen morgen gezonden met het bericht, dat ook de heer B. M. v. H. te IJsselslein fl jaarlijks wenscht bij te dragen. De heer J. J. A. te Bussum kon ik noteeren als lid van den Bond, terwijl Ds. Goslinga mij nog f 1 gaf als de contributie van eeu nieuw lid den heer P. G. G. te utrecht. Als ik nu nog mededeel dat Ds. de Geus uit Wilnis 50 ex. Kerkbeschouwing bestelde voor rekening van de Jongelingsvereeniging, welke zal trachten deze aldaar aan den man te brengen, *) dan geloof ik dat ik eerlijk alles opgebiecht heb wat mij qua penningmeester op den Zendingsdag is wedervaren en al heb ik dan den grooten buit gemist die mij het vorig jaar van den IJssel was meegebracht dan heb ik toch alle reden om dankbaar te zijn. De eenige postwissel dien ik bovendien nog ontving was van Peter Dingemans G.D.Jz. te Bruchem f5, waarvoor ook mijn hartelijken dank.
En nu, lezers, of er meer geweest zijn of minder dan het jaar te voren, kan ik niet beoordeelen. Mogelijk waren er die, evenals ik, zich wel eens vergissen, die op regen gerekend hadden en daarom tehuis zijn gebleven. Die beklaag ik en wil hun aanraden:
Ga dan voortaan toch. Het valt meestal mee. Ook nu. Wij hadden een echten Zendingsdag. In menig opzicht. Mooi weer. Geen regen en geen stof. En wat ook echt was? Alle sprekers, ten minste die ik gehoord heb, hebben over de Zending gesproken. Dat gebeurt ook niet altijd. Ook onze zendeling v. d. Loosdrecht hoorden wij met instemming vertellen, welke boodschap hij op Celebes zal brengen. De Heere zegene en behoede hem en geve ons nog vele zulke Zendingsdagen.
Delft, De Penningmeester,
Nieuwe Laan 44.
J. C. FLIEHE.
Oude postz., Capsules, Zilverpapier.
Met hartelijken dank ontving ik deze week:
1e. van H. Sterken te Hasselt een pakje postzegels, capsules en zilverpapier;
2e. van Mej. J. Fortuyn te Scheveningen een groote bal zilverpapier;
3e. van Mej. N. N. te 's Gravenhage een partijtje zilverpapier en postzegels;
4e. van F. Bakker Sz. een reuzenpakket met postzegels, capsules en zilverpapier.
Alles bij elkander weder een goede hoeveelheid. Maar denk er om, vrienden, de massa moet het doen. Laat dus niets verloren gaan. Doet allen mede.
Mej. H. H. VERBEEK,
Kanaalweg 14, Scheveningen.
*) De voorraad, welke ten verkoop beschikbaar was, is echter uitverkocht, zoo bericht mij de uitgever, zoodat hieraan niet voldaan kan worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's